De persoonlijkheidsstoornis komt in vele soorten, maten en intensiteiten voor. Op basis van de diagnostiek worden mensen met persoonlijkheidsstoornissen onderverdeeld in vier groepen: cluster A, cluster B, cluster C en NAO (Niet Anderszins Omschreven). De onderverdeling is lastig, er is veel overlap.

Cluster A, B, C en NAO

  • Cluster A
  • Mensen gedragen zich vaak op een voor anderen onbegrijpelijke manier en er is sprake van ernstige vervormingen in percepties, gedachten en gevoelens. Soms zijn er psychotische kenmerken. Onder dit cluster vallen de paranoïde, schizoïde en schizotypische persoonlijkheidsstoornis.

  • Cluster B
  • In het geval van cluster B staat impulsiviteit en uitgesproken en/of dramatisch gedrag centraal. Deze mensen zijn vaak instabiel in hun emoties, zelfbeeld en omgang met anderen. Antisociale, borderline, theatrale en narcistische persoonlijkheidsstoornis zijn de vier stoornissen in dit cluster.

  • Cluster C
  • Dit zijn mensen met angstgedrag, perfectionisme, afhankelijkheid en/of ontwijkend gedrag.

  • NAO
  • Er is sprake van een mengvorm, waarbij kenmerken van meerdere persoonlijkheidsstoornissen aanwezig zijn.

    Complexe stoornissen

    Het feit dat veel mensen met een persoonlijkheidsstoornis juist in de NAO groep vallen, geeft aan hoe complex de aandoeningen zijn en hoe lastig het is ze goed en eenduidig in te delen. Psychotherapie is de voornaamste behandeloptie. Bij alle vormen is er vaak sprake van comorbiditeit, zoals depressies en angststoornissen, waarvoor medicatie nuttig kan zijn.

    De borderline persoonlijkheidsstoornis van Paul

    Paul Ulrich is bestuurslid van de Stichting Borderline en ervaringsdeskundige: hij had borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS). “Je hebt een aantal kwetsbaarheden en daar heb je je leven lang last van, als de spanning maar hoog genoeg oploopt”, omschrijft hij. “Je kunt er uitstekend mee leren leven en mee omgaan, maar er zitten wat beurse plekken op mijn ziel. Het gaat erom dat je weer een zinvol en waardevol leven kunt leiden.”

    Voordat Paul tot dat inzicht kwam, was er echter een lange weg afgelegd. Hij vertoonde vooral zelfbeschadigend gedrag, waardoor zijn familie aan de bel trok. Omdat hij weigerde een non-suïcide contract te tekenen, kwam hij niet in aanmerking voor een dagbehandeling. Maar hij ging wel nadenken over wat er aan de hand was.

    Bindingsangst en verlatingsangst

    Zijn problemen uitten zich vooral door bindingsangst en verlatingsangst. “Nu denk ik: een gebrek aan fundament, geen bestaansgrond. Twijfelen aan jezelf. Niet op eigen benen durven staan en daardoor krampachtig vastklampen aan andere mensen. Zwartwit denken en leven volgens self fullfilling prophecies.”

    De impact van BPS op Pauls leven was groot; hij had weinig vrienden, maar wel een relatie en een dochter. Toen de relatie met haar moeder over was, werd het voor haar heel zwaar. “Haar bestaan was mijn bestaansgrond en ik maakte haar daarmee verantwoordelijk voor mijn leven. Dat deugde natuurlijk niet en het is voor haar ontwikkeling extreem slecht geweest. ” Mede hierom is haar leven niet gelopen zoals het had gemoeten.

    Acceptance & Commitment Therapy (ACT)

    De verlatingsangst deed Paul beseffen dat hij borderline had en dat er behandelingen waren die hem konden helpen. Wachtlijsten bij behandelcentra braken hem echter op. Paul is desondanks hersteld van BPS met behulp van Acceptance & Commitment Therapy (ACT) en zichzelf voor 100 procent te leren accepteren zoals hij is.

    De rol van de maatschappij

    De wisselwerking met de hedendaagse samenleving wil Paul niet onbelicht laten. Voor angststoornissen of depressies zou hij zeker zeggen dat de prestatiedruk van de maatschappij een rol speelt, en voor borderline misschien ook wel voor een deel. Paul denkt dat pesten op school voor veel borderliners en factor van belang is geweest. “Voor mij in ieder geval wel. Psychotrauma wordt gezien als een oorzaak en ik vind dat pesten een vorm van psychotrauma is.”

    Andersom hebben persoonlijkheidsstoornissen een effect op de maatschappij. Veel verzuim, werkloosheid en uitkeringssituaties zijn voor deze mensen de dagelijkse praktijk. Het zou al een verschil maken als de sociale omgeving beter rekening houdt met de lagere draagkracht van mensen met een persoonlijkheidsstoornis. “Het belangrijkste is dat de zorg gericht is om weer als mens aan het leven deel te kunnen nemen en zich als mens kunnen ontplooien, met of zonder ziekte.”

    Aandacht voor cluster C

    Dr. Anna Bartak is gepromoveerd op psychotherapie voor persoonlijkheidsstoornissen aan de Universiteit van Amsterdam en werkt nu als psycholoog in opleiding tot psychotherapeut en senior onderzoeker. Dagelijks heeft zij contact met mensen met cluster C-persoonlijkheidsstoornissen. Binnen dit cluster worden de ontwijkende, afhankelijke en obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis onderscheiden.

    Uit de studie waarop Bartak promoveerde, blijkt dat de ziektelast van twee van de drie persoonlijkheidsstoornissen binnen cluster C zwaarder is dan die van bijvoorbeeld BPS. Tegelijkertijd geldt dat juist door het karakter van deze stoornissen -terugtrekkend en vermijdend gedrag- er minder aandacht is voor stoornissen in cluster C. Deze mensen ervaren veel last van hun aandoening in het contact met andere mensen. Ze weten zich geen houding te geven in gezelschap en zijn daardoor bang om bijvoorbeeld naar hun werk of een feestje te gaan. Deze mensen lopen vroeg of laat compleet vast, het lukt vaak niet om een vaste relatie op te bouwen of een baan te houden. Als dat herhaaldelijk gebeurt, ontwikkelen ze vaak nog een depressie of angststoornis.

    Onbekend maakt onbemind

    Cluster C-persoonlijkheidsstoornissen zijn beperkend voor het normale leven, maar de aandoeningen worden door de onzichtbaarheid sterk onderschat. Deze mensen gaan bijvoorbeeld met veel moeite naar het werk, omdat ze voortdurend bezig zijn met de gedachte wat anderen van hen vinden. En: wat als ik niet presteer of als mijn collega’s op een bepaalde manier reageren? De schijn ophouden tegenover de omgeving kost deze mensen veel energie. Ze kunnen vervolgens een groot beroep doen op hun partner, die bijvoorbeeld mee moet rijden naar het werk. “Doordat hun hoofd zo vol zit met allerlei angsten, vergeten ze dingen. Ze pakken geen notitieblok, omdat ze dan bang zijn dat een ander hen vergeetachtig vindt. Zo draait de cirkel maar door”, beschrijft Bartak. Vaak komt cluster C aan het licht bij het doormaken van belangrijke gebeurtenissen zoals een scheiding of ontslag. Dat valt voor deze mensen niet goed te verwerken.

    Het belang van kortdurende klinische psychotherapie

    Een groepstherapie is om begrijpelijke redenen eng, maar tegelijkertijd heel effectief. “Zo’n groep is als het ware een oefenterrein waar zich in het klein alles afspeelt wat in het normale leven ook zou kunnen gebeuren”, vertelt Bartak. Uit haar studie blijkt dat kortdurende klinische psychotherapie van drie tot zes maanden de beste resultaten geeft. In Nederland is deze behandelvorm echter weinig meer beschikbaar. In het dagelijks leven zou wat meer begrip ook kunnen helpen. “Dat zou ik de mensen echt gunnen.”