De afgelopen jaren zijn twee therapieën ontwikkeld die een belangrijke bijdrage leveren aan de behandeling van longkanker: immunotherapie en Targeted Therapy. Nieuwe laboratoriumtechnieken maken het mogelijk te bepalen welke afwijkingen triggers zijn voor tumorgroei. Als die activatie kan worden onderdrukt, kan bij niet-kleincellige longkanker in veel gevallen de levensduur worden verlengd en de kwaliteit van leven worden verbeterd. “Het is een behandeling die in principe levenslang moet worden voortgezet”, vertelt prof. dr. Harry Groen, longarts bij UMCG.

Waarom is die levenslange behandeling nodig?

“Bij doelgerichte therapie kijk je naar de specifieke eigenschappen van de tumorcel. Zodra die bekend zijn, kun je een medicijn voorschrijven dat zich richt op de eigenschappen die zorgen voor groei. Dat medicijn kan in veel gevallen de kankercel doden of in ieder geval de celdeling daarvan afremmen. Als je stopt met de medicatie, zullen naar alle waarschijnlijkheid de resterende cellen zich sneller gaan delen. Ook kan na verloop van tijd een nieuwe mutatie ontstaan. Daarom is het belangrijk de medicatie voort te zetten en, ook als je al geruime tijd klachtenvrij bent, onder controle te blijven van de behandelend arts.”

Hoe ontstaat zo’n mutatie?

“Dankzij de therapie zullen veel kankercellen worden gedood. Maar er blijft in veel gevallen een aantal cellen sluimerend aanwezig. Uit die cellen kan, door een soort overlevingsmechanisme van de tumor, een nieuwe mutatie ontstaan van de oorspronkelijke tumor.”

Kan ook die mutatie weer worden behandeld met Targeted Therapy?

“Longartsen hebben de beschikking over een aantal medicijnen en er wordt voortdurend gewerkt aan nieuwe medicijnen. Er bestaan onder meer verschillende EGFR-remmers (Epidermal Growth Factor Receptor). Ook kunnen ALK-remmers (Anaplastic Lymphoma Kinase) worden ingezet. Maar de behandelmogelijkheden zijn, op dit moment, niet onbeperkt.”

Waar kunnen patiënten terecht voor Targeted Therapy?

“Een aantal centra, waaronder het UMCG, is aangewezen als expertcentrum voor Targeted Therapy. In die centra is alle expertise aanwezig. De artsen in deze centra, en ook wetenschappers die onderzoek doen naar en betrokken zij bij de behandeling van longkanker, hebben vrijwel dagelijks overleg binnen het multidisciplinaire team van hun ziekenhuis. Daarnaast overleggen artsen en wetenschappers met elkaar binnen het moleculair tumorboard. De centra delen hun kennis met de perifere ziekenhuizen. Dankzij die samenwerking kunnen veel patiënten voor Targeted Therapy terecht in regionale ziekenhuizen voor aandoeningen met een hoge prevalentie zoals EGFR activerende mutaties. Gaat het echter om een patiënt met complexe problematiek en resistente mutaties dan is behandeling in een expertcentrum de beste optie.”

Zijn mensen voldoende op de hoogte van de behandelmogelijkheden?

“Dat varieert van persoon tot persoon. Veel patiënten, of hun familieleden, hebben zich uitvoerig ingelezen over dit onderwerp. En als dat niet zo is, voorzien hun doctoren hen van informatie over de ziekte en de diverse behandelmogelijkheden zodat de patiënt weloverwogen een keuze kan maken. Direct een keuze maken, is vaak moeilijk. Je wilt toch even rustig nadenken over de mogelijkheden en de gevolgen van een behandeling. Soms is die tijd er echter niet en moet al binnen een of twee dagen actie worden ondernomen. Doctoren zullen in beide gevallen de opties en de voor- en nadelen benoemen en hun mening geven. Maar uiteindelijk is het de patiënt die beslist.”