‘Wat als ze straks denken dat ik mijn werk niet goed kan uitvoeren, dat ik niet te vertrouwen ben of nog erger, denken dat ik gek ben?’ Eén voor één zijn dit gedachten van veel werkenden met een psychische stoornis. Het stigma waarmee ze te maken hebben is voor velen dan ook reden om hun aandoening verborgen te houden voor de werkgever of collega’s. Catherine van Zelst (Kenniscentrum Phrenos en Maastricht UMC+) legt onder meer uit welke voordelen deze groep kan hebben door openheid te geven over hun aandoening.

Waarom geven mensen geen openheid over hun psychische aandoening op de werkvloer?

“Er zijn meerdere redenen voor mensen met psychische aandoeningen om hier niet open over te zijn. Ze zijn bijvoorbeeld mogelijk bang voor discriminatie en stigmatisering. Dit laatste kan opgedeeld worden in twee delen. Enerzijds hebben ze te maken met publiek stigma, zoals mogelijke negatieve reacties en vooroordelen van een werkgever of collega’s over hun aandoening. Anderzijds heb je het zogenaamde zelfstigma. Dit kan optreden wanneer iemand zelf tot een gestigmatiseerde groep gaat behoren, bijvoorbeeld omdat hij een psychische aandoening ontwikkelt. Vanwege het slechte imago van de groep verwacht de nieuwkomer te worden afgewezen en dit heeft een negatieve invloed op zijn zelfbeeld, waardoor hij zich uit schaamte of angst steeds meer in zijn sociale functioneren kan beperken. Een andere reden die mensen noemen is het gescheiden willen houden van werk en het privéleven.”

Hoe ziet de situatie er momenteel uit?

“De tendens die je ziet is dat er steeds meer openheid is. Dit komt met name doordat een aantal partijen het thema meer bespreekbaar maakt en daarmee bijdraagt aan het doorbreken van het taboe.
Bij veel personen met een psychische aandoening merk je helemaal niets op. Zij functioneren gewoon prima, dus vinden zij het mogelijk niet nodig om hier verder over uit te wijden. Maar anderen hebben het juist moeilijker waardoor het meer opvalt, en het gevoel zou dan kunnen ontstaan dat men hier iets mee wil. Per individu moet wel gekeken worden hoe het beste kan worden omgegaan met de situatie. En men moet niet het gevoel krijgen dat het een verplichting is om overal open over te zijn.”

In welke zin beperkt iemand zichzelf in het functioneren door geen openheid te geven?

“Door geen openheid te geven is het voor de werkgever bijvoorbeeld niet mogelijk om te zorgen voor een aangepaste werkomgeving of werkomstandigheden, mocht een persoon daar behoefte aan hebben. Denk hierbij aan werktijden die aangepast kunnen worden en de mogelijkheid voor een aparte rustige werkplek. Maar ook wanneer iemand soms of regelmatig ziektegerelateerde afspraken (bezoek aan een psychiater/psycholoog etc.) heeft, dan helpt het om hier open over te zijn, zodat de werkgever er rekening mee kan houden.”

“Aan de andere kant kan openheid de werkstress die ervaren kan worden voor een deel wegnemen. Wat je ziet is dat mensen op de lange termijn kunnen lijden onder het geheimhouden van hun aandoening. Dit kan voor behoorlijk wat stress zorgen, wat het werk in negatieve zin kan beïnvloeden.”

Welke voordelen zijn er om openheid te geven, die misschien als stimulans kunnen werken?

“Naast de eerder genoemde mogelijkheden tot aanpassing van de werkomstandigheden zijn voordelen:

  • Begrip en inlevingsvermogen van collega’s vergroten
  • Het gevoel van eigenwaarde kan toenemen als je niet meer het gevoel hebt om zaken te moeten verbergen
  • Ervaringskennis die mensen hebben kunnen ze omzetten in deskundigheid. In de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) wordt er bijvoorbeeld gewerkt met de zogenaamde FACT-teams (Flexible Assertive Community Treatment). Hiermee wordt ook onder andere ervaringsdeskundigheid ingezet om mensen in hun eigen omgeving te begeleiden”

Speelt de culturele achtergrond van een persoon mee?

“Die speelt zeker een rol. Het is belangrijk om rekening te houden met verschillende culturele achtergronden en wat daarbinnen belangrijk is. Er wordt in verschillende culturen vaak heel anders tegen stigma en het hebben van een psychische aandoening aangekeken, wat het taboe nog groter kan maken. In de ene cultuur is de verklaring voor het krijgen van een aandoening misschien meer biologisch georiënteerd. Een andere cultuur bekijkt het misschien vanuit de geloofsovertuiging, waarbij het hebben van een aandoening gezien kan worden als een straf voor het niet leven volgens regels. Uiteindelijk speelt dit allemaal mee in de keuze voor openheid.”

Welke rol is er voor werkgevers weggelegd?

“In de eerste instantie moet het gat tot de arbeidsmarkt verkleind worden. Nog altijd is er sprake van discriminatie van mensen met een psychische aandoening. Dit gebeurt zowel bewust als onbewust.
Ten tweede is er meer kennis nodig bij werkgevers. Het helpt bijvoorbeeld om hen te informeren over de mogelijke aandoeningen waarmee mensen kunnen kampen. Vervolgens kan een werkgever hierop inspelen door te kijken hoe iemand ondersteund kan worden, vanaf het moment dat deze wordt aangenomen. Het is belangrijk een situatie te bereiken, waarbij veel meer wordt gekeken naar de kwaliteiten van een persoon.”

Wat zou een werkgever concreet kunnen doen?

“Recent is er gestart met een nieuw programma dat ook werkgevers zouden kunnen volgen. Hierin leren ze onder andere hoe ze in bepaalde situaties omgaan met werknemers met een psychische aandoening. Heeft een werknemer bijvoorbeeld een terugval dan leren ze hoe deze situatie aan te pakken. Het programma kan eigenlijk gezien worden als een soort EHBO-cursus, maar dan voor psychische klachten.”

Catherine van Zelst
Catherine van Zelst (Kenniscentrum Phrenos)