Stel, je komt erachter dat je het borstkankergen met je meedraagt. Dit betekent dat je een kans hebt van 60-80% om de ziekte te ontwikkelen. De dokters leggen je een dilemma voor: halfjaarlijkse controles of een preventieve borstamputatie. Wat zou je kiezen? Het overkwam de 31-jarige Mirna Dijkstra. Ze koos de laatste optie.

Het BRCA2-gen

“Ik was 15 jaar oud toen één van mijn tantes borstkanker kreeg”, vertelt Mirna. “Een aantal jaren later kreeg ook mijn nicht de ziekte. En toen ook mijn vader het borstkankergen bleek te bezitten, besloot ik bloedonderzoek te doen.”

Ze had altijd al het gevoel dat ze het gen ook bij zich droeg. Mirna: “De uitslag was dan ook geen grote schok voor mij. Eerder een bevestiging van mijn gedachten. Ik bleek het borstkankergen te bezitten, het zogenoemde BRCA2-gen.”

De artsen vertelden dat ze een aantal mogelijkheden had. “Na mijn dertigste zou ik 60-80% kans hebben om borstkanker te ontwikkelen. En na mijn veertigste zou er ook nog eens een risico van 5-20% bestaan op eierstokkanker. Ik kon kiezen voor halfjaarlijkse controles of een preventieve borstamputatie. Het werd geheel aan mij vrijgelaten.”

Schrijven over borstamputatie

Mirna kreeg al vrij snel de gedachte dat ze haar borsten wilde laten verwijderen. “Ik wilde er alles aan doen om niet de volgende in mijn familie te worden met de ziekte”, vertelt ze. “Wel wilde ik wachten tot ik 30 was. Mijn man en ik hadden destijds twee kinderen, maar wilden er graag nog een derde bij. We besloten dan ook eerst voor een derde kind te gaan voor ik de operatie zou laten uitvoeren.”

En zo geschiedde. Mirna: “Op mijn 29e beviel ik van mijn laatste kind en een jaar later vertelde ik de arts over mijn besluit. Vanaf dat moment werd het voorbereidingsproces in gang gezet. Er werd verteld wat er met mijn lichaam zou gaan gebeuren en dat was heftig om te horen. Ik realiseerde me wat de ingreep inhield. Dit was pittig.”

Om haar gevoelens een plaats te geven, besloot ze een blog te beginnen. “Mirnadijkstra.nl hielp me enorm om mijn emoties van me af te schrijven. Ook sprak ik veel met vrienden, familie en medisch psycholoog. Ik heb nog een fotoshoot gedaan om voor de laatste keer vast te leggen hoe ik eruit zag met mijn eigen borsten.”

Langzamerhand groeide de acceptatie. “En de week voor de ingreep voelde ik dat ik er klaar voor was”, aldus Mirna. “Ik was rustig en dacht: het is goed zo, kom maar op.”

Horrorbeeld

Op de dag zelf hield het gevoel aan. “Ik was enorm opgelucht nadat ik uit de narcose kwam”, vertelt Mirna. “Ik was zo blij dat het eindelijk achter de rug was. Toen ik erna mijn borsten voor de eerste keer in de spiegel zag, vond ik het gelukkig ook meevallen. Ik had echt een horrorbeeld in mijn hoofd gehad, maar daar kwam het niet bij in de buurt. En doordat ik veel vocht had vastgehouden, leek er nog wat van over.”

Dagelijkse confrontatie

Nu is het inmiddels 3 maanden later en heeft de moeder er meer moeite mee. Mirna: “Destijds zat ik nog in een roes en was blij dat het voorbij was. Maar inmiddels realiseer ik me dat hoewel voor anderen het leven doorgaat, ik nog dagelijks met de ingreep word geconfronteerd. Ik heb geen tepels meer en heb een soort ballonnen in mijn lijf. Dit zijn expanders die ze wekelijks opvullen. Soms vind ik dit nog weleens lastig.”

Maar gelukkig heeft de ingreep haar ook veel goeds gebracht. “Door de heftigheid van de gebeurtenis ben ik me gaan realiseren dat schrijven mijn passie is en hier wil ik me op richten”, legt Mirna uit. “Ik zie het als een geluk bij een ongeluk dat het me dit inzicht heeft gebracht.”

Niet ziek worden

En hoe ze de toekomst ziet? “In februari zal ik nog een operatie krijgen en worden mijn expanders verruild voor siliconen”, vertelt Mirna. “Hier kijk ik erg naar uit, want dan is het proces eindelijk afgerond en kan ik het definitief achter me laten. Erna wil ik nog tepeltattoos laten zetten in 3D. Dan lijkt het net of er echte tepels op mijn borsten zitten.”

“Maar waar ik het meeste naar uitzie, is om mijn kinderen op te zien groeien. Mijn risico op borstkanker is nu zeer klein en dat besef helpt me om verder te kunnen. Soms bekruipt me de angst dat de ziekte zich nu op een andere plek ontwikkelt, maar deze gedachte probeer ik meteen uit te schakelen. Rond mijn 42e volgt nog een operatie om mijn eierstokken preventief te laten verwijderen, maar daar sta ik nog niet bij stil. Doorgaan is nu het allerbelangrijkste. En vooral: niet ziek worden.”

Fotograaf: Fotostudio9