De dubbele vergrijzing in Nederland heeft veel consequenties. Botontkalking of osteoporose komt veel voor onder ouderen en zorgt voor een groter risico op botbreuken. Na een botbreuk neemt de zorgvraag van deze groep mensen bovendien sterk toe, wat weer zwaar drukt op het zorgbudget.

Vergrijzing en osteoporose

De Nederlander wordt gemiddeld ouder en het aantal ouderen neemt toe. Deze dubbele vergrijzing is mede te danken aan de sterk verbeterde gezondheidszorg. De keerzijde van de medaille is dat de oudere Nederlanders een relatief groot beroep op diezelfde gezondheidszorg doet. Zo’n 30 tot 40 procent van de Nederlanders boven de 50 jaar, die een botbreuk heeft opgelopen, heeft osteoporose. Naarmate ze ouder worden, wordt die kans snel groter.

In het buitenland krijgen ouderen van boven de 80 jaar die met een heupfractuur in het ziekenhuis belanden, zonder screening al een behandeling. Die aanpak bestaat uit onder meer leefstijladviezen als voldoende vitamine D, veel buitenlucht, bewegen en calciumsupplementen. Er zijn daarnaast een aantal medicijnen die de botafbraak tegengaan.

Meer ouderen met botbreuken

Traumachirurg Dreas Karthaus, lid van de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie (NVT), constateert dat sinds 2000 het aantal ouderen met botbreuken toeneemt. De oorzaak is osteoporose, botontkalking, waardoor het risico op botbreuken groter wordt. De breuken van deze groep ouderen is typerend: pols-, heup-, bovenarm- en bekkenringfracturen komen opvallend vaak voor. Osteoporose is op zich een probleem dat redelijk veel onder de aandacht komt, maar de gevolgen ervan zijn veelal onbekend. Karthaus: “Voor de inner circle is het wel duidelijk dat osteoporose een probleem is dat we moeten aanpakken, maar in de maatschappelijke context is het nog sterk onderbelicht. De kosten voor de zorg in deze gevallen zitten vooral in het nazorgtraject.”

In het geval van een polsbreuk bijvoorbeeld, wordt er vaak gips om de pols gedaan, maar daardoor kunnen deze ouderen niet meer goed voor zichzelf zorgen. Ze hebben moeite om zichzelf te wassen, aan te kleden en naar het toilet te gaan. Een alleenstaande van 75 jaar met een relatief eenvoudige polsfractuur komt zo sterk in de problemen. Daardoor moet een beroep worden gedaan op thuiszorg of een verzorgingshuis. Dat is in het geval van een heupfractuur alleen nog maar groter. Voor het herstel van een polsfractuur zijn deze mensen, inclusief revalidatie en fysiotherapie, zo in totaal 3 tot 4 maanden verder, waarbij ze een groot beroep op zorg doen.

Niet te genezen, wel te voorkomen

Voorkomen is beter dan genezen. Er is een richtlijn osteoporose en fractuurpreventie uit 2011 die insteekt op een gezond leven met weinig medicatie en veel bewegen. De richtlijn is compleet met dia’s op het internet te vinden. Letten op calcium- en vitamine D-huishouding, maar ook bewegen is enorm belangrijk: het lichaam positioneert het kalk bij de nieuwe aanmaak van bot op grond van de belasting die het ervaart. Een been dat lange tijd niet gebruikt of belast wordt, zal op den duur minder sterk zijn. Fysieke belasting is dus een biologische prikkel om kalk goed in botten te positioneren. Helaas komen mensen met osteoporose pas onder de aandacht van artsen op het moment dat er iets gebroken is. Pas dan vindt ook een screening plaats.

“Een fractuur is zó duur, dat de overheid ons stimuleert om bij deze mensen een tweede fractuur te voorkomen”, vertelt Karthaus. Extra probleem bij een fractuur is dat het bot vaak te broos is om gebruik te maken van osteosynthese (schroeven en platen) om de fractuur goed te zetten en te laten herstellen.

Traumatologie bij ouderen

Dr. Han Hegeman is eveneens traumachirurg en bovendien voorzitter van de Dutch Hip Fracture Audit (DHFA). Hij onderscheidt verschillende aspecten in traumatologie bij oudere mensen. Een goede behandeling van de fractuur is noodzakelijk. Een tweede aspect is de kwetsbaarheid van deze ouderen. Vaak is sprake van comorbiditeit: ze hebben meerdere aandoeningen. “Die kwetsbaarheid moet mede goed behandeld worden”, vindt Hegeman. “Daar spelen geriaters een belangrijke rol in.”

Goede osteoporosezorg

Een laatste aspect is een goede osteoporosezorg en het voorkómen van nieuwe botbreuken. Hegeman ziet voor traumachirurgen een duidelijke verantwoordelijkheid om nieuwe botbreuken tegen te gaan door het goed onderzoeken van patiënten op botontkalking. Daar ligt ook een rol voor huisartsen: zij hebben richtlijnen waarin risicofactoren voor osteoporose zijn opgenomen. Het onderzoek daarnaar is nu nog echter te vrijblijvend. Na de initiële opsporing van osteoporose is het van belang dat de patiënt de medicatie vijf jaar lang trouw gebruikt, maar therapietrouw is bij dit soort chronische medicatie altijd lastig.

Heupfracturen in Nederland

Heupfracturen komen veel voor: bijna 20.000 op jaarbasis in heel Nederland. Veel van deze mensen zijn boven de 70 jaar en kwetsbaar. Als voorzitter van de DHFA wil Hegeman de zorg aan mensen met heupfracturen meer inzichtelijk maken. Daarvoor wordt onder meer geregistreerd hoe de zorg geleverd wordt. Zo ontstaat een benchmark en kun je als arts of ziekenhuis bepalen hoe je je zorg op dit gebied kunt verbeteren. Het is de bedoeling dat binnenkort alle heupfracturen in deze registratie komen, waarmee een goede kans wordt gecreëerd om de zorg voor deze patiëntenpopulatie wordt verbeterd. Allereerst is gekozen voor patiënten met een heupfractuur, omdat juist deze groep kwetsbaar is en er op dit gebied nog veel valt te optimaliseren.

Richtlijnen voor patiënten met heupfractuur

Voor de patiëntengroep met een heupfractuur zijn twee nieuwe richtlijnen in ontwikkeling. Allereerst voor de behandeling van een proximale femurfractuur (breuk in het bovenste deel van het bovenbeen). In deze richtlijn staan de laatste aanbevelingen over de meest optimale behandeling van de breuk en osteoporosezorg.

De tweede richtlijn gaat in op medebehandeling van geriaters en internist-ouderengeneeskundigen bij heupfracturen. Deze richtlijn biedt adviezen hoe de zorg in samenwerking geoptimaliseerd kan worden. Het belang van een goede zorg laat zich eenvoudig raden. Behalve dat een goede behandeling nodig is en de zelfredzaamheid van deze mensen zoveel mogelijk gewaarborgd wordt, speelt ook de sociaaleconomische factor een rol van betekenis. Een goede osteoporosezorg is daarom van groot belang, om in de toekomst fracturen bij deze groep mensen zoveel mogelijk te kunnen voorkomen.