Verschillende takken van de gezondheidszorg kampen met een tekort aan goed personeel, of dat probleem ligt nadrukkelijk op de loer. Om van het probleem een uitdaging te maken, worden verschillende initiatieven genomen. Op het gebied van onderwijs bijvoorbeeld, maar ook als het gaat om zorginnovaties.

Het vak ‘verpleegkunde’ kampt met een imagoprobleem en dat geldt voor ouderenzorg in het bijzonder. Veel aankomende verpleegkundigen zien met name de technische handelingen in een ziekenhuis als ‘hoogcomplexe’ zorg en de zorg die in een verpleeghuis wordt geboden als ‘laagcomplex’. Terwijl juist de combinatie van fysieke en gedragsmatige problemen, kwaliteit van leven en zorg rondom het levenseinde ouderenzorg zo complex en uitdagend maken. Bianca Buurman is lector Transmurale Ouderenzorg aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en is onlangs benoemd tot hoogleraar Acute Ouderenzorg bij het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam.

Zij denkt dat het imago inderdaad een rol speelt bij het tekort aan hboverpleegkundigen (hbo-v’ers). “Daarnaast denk ik dat de carrièremogelijkheden die je binnen de ouderenzorg hebt, meespelen. De onderliggende vraag is: hoe kun je hbo-v’ers aan je blijven binden als organisatie?” Hbov’ers in de ouderenzorg kunnen doorgroeien naar een managementfunctie, maar het ziekenhuis biedt hen de kans op een inhoudelijke specialisatie.

Kansen die de ouderenzorg in veel mindere mate geeft. Het tekort van hbo-v’ers in de ouderenzorg is zo een combinatie van algemene schaarste, negatieve beeldvorming en het gebrek aan carrièremogelijkheden aan het bed. Lage budgetten en salariëring in de verpleeghuizen en thuiszorg werken niet mee in het aantrekken van extra hbo-verpleegkundigen.

Buurman: “Bovendien komt er in het nieuwe regeerakkoord wel meer geld bij voor de ouderenzorg, als in de verpleeghuizen. Maar de wijkverpleging komt er bekaaid vanaf. Dat is wel zorgelijk.”

Onderscheid hbo en mbo

Juist de complexiteit van de problematiek die ouderenzorg mee zich meebrengt, vraagt om een hoog opleidingsniveau van de verpleegkundige. Het gaat erom een compleet beeld te krijgen van cognitieve en lichamelijke problemen, maar ook verder te kijken, aldus Buurman.

Naar wat bijvoorbeeld de rol van mantelzorgers is. “Hbo-verpleegkundigen zijn juist goed in het klinisch redeneren: kijken wat er allemaal speelt en inschatten wat ingezet moet worden, bijvoorbeeld om mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen.”

Buurman vindt dat een deel van het werk ook prima door mbo’ers gedaan kan worden. Het is volgens haar wel zaak om de functiedifferentiatie tussen mbo’ers en hbo’ers goed vorm te geven, om als team te functioneren en elkaar in de kracht te zetten en te versterken. “De aandacht ligt nu te eenzijdig op hbo’ers, terwijl we beiden nodig hebben.”

Buurtziekenhuis

In veel gevallen wordt het steeds moeilijker om ouderen vanuit een ziekenhuis terug te plaatsen naar een verpleeghuis of de thuissituatie. Beschikbare plaatsen in verpleeghuizen zijn schaars en daar en in de wijk geldt een personeelstekort.

Ligt de oplossing bij de hbo-opleiding verpleegkunde? Deels, denkt Buurman. “Maar ik denk dat de opleidingen al heel goed bezig zijn.” Er is al volop aandacht voor ouderenzorg. Het is daarnaast een uitdaging om reeds gediplomeerde hbo-v’ers enthousiast te krijgen voor ouderenzorg. Want met alleen nieuwe hbo-v’ers gaat de sector het waarschijnlijk alsnog niet redden. Er ligt op dit gebied een taak voor zorginnovaties.

Buurman noemt het buurtziekenhuis naar Engels voorbeeld. In Amsterdam Zuidoost gaat dit initiatief in april 2018 werkelijkheid worden. Het idee hiervan is dat een deel van de ziekenhuiszorg naar de wijk wordt verplaatst. In een voormalig verpleeghuis wordt zorg geboden op het snijvlak van ouderenzorg en ziekenhuiszorg, in verbinding met de wijk. Veelvoorkomende kwalen onder ouderen, zoals hartfalen, COPD of urineweginfecties, worden zo dichter in de wijk behandeld. De focus ligt op kwaliteit van de zorg. “We zien dat het veel verpleegkundigen aantrekt. Op deze manier kun je de ouderenzorg interessanter en aantrekkelijker maken voor hbo-v’ers.”

Gehandicaptenzorg kampt ook met tekorten

Niet alleen de ouderenzorg kampt met een nijpend tekort aan goed gekwalificeerd personeel. Ook in de gehandicaptenzorg speelt het probleem. Hans Timmerman is als adviseur op het snijvlak van arbeid en onderwijs verbonden aan het Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP), het kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken.

Eerder was hij beleidsmedewerker bij de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland. Al enige jaren is hij bezig om goede beroepsopleidingen te krijgen voor begeleiders in de gehandicaptenzorg, op alle niveaus. Timmerman constateert dat de bezuinigingen op zorg en welzijn in de afgelopen jaren een behoorlijke wissel heeft getrokken op het personeel.

Met de stijgende zorgbehoefte en het afnemend aantal jongeren is het nodig om ook volwassenen die nu niet in de zorg werken, daarvoor te interesseren. En het (dreigend) tekort is groot. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) schat in dat zonder aanvullende maatregelen binnen enkele jaren een tekort van 100.000 mensen in de sector zorg en welzijn zal ontstaan. De bezuinigingen hebben ervoor gezorgd dat mensen aan de kant zijn komen te staan.

Tegelijkertijd verandert de zorgvraag en neemt die toe. Het aantal mensen dat in de branche wil werken neemt tegelijkertijd af. “In de gehandicaptenzorg zie je nog een ander effect: een toenemend aantal ouderen met een beperking, die een specifieke zorgvraag hebben”, legt Timmerman uit. Bij ouderen is het bovendien lastig om scherp te krijgen of het om een verstandelijke beperking of om dementie gaat. Met de toenemende complexiteit van de maatschappij zijn er bovendien meer mensen die ondersteuning nodig hebben.

Zo spelen vakinhoudelijk, technologisch en maatschappelijk allerlei ontwikkelingen in dit veld een rol. Vakinhoudelijk wordt het bijvoorbeeld belangrijk om meer en meer de mens als geheel te bekijken: niet alleen naar de ziekte of beperking kijken, maar ook onderzoeken hoe deze mens daarmee uit de voeten kan en deel kan nemen aan maatschappelijke activiteiten. Nieuwe technieken geven bijvoorbeeld mogelijkheden voor zorgprofessionals om op afstand te werken.

Maatschappelijk gezien is het VN-verdrag voor mensen met een beperking ook voor ouderen van belang. Het verdrag stelt dat iedereen volwaardig mee zou moeten kunnen doen in de samenleving. Dat vraagt om samenwerking tussen maatschappelijke organisaties.

Vier invalshoeken

De oplossing voor meer personeel in ouderen- en gehandicaptenzorg ligt volgens Timmerman besloten in vier invalshoeken: behoud van huidig personeel; nieuwe instroom, ook van volwassenen en een daarop ingericht onderwijsstelsel; kwaliteitsverbetering; en tot slot minder zorgafhankelijkheid.

“Voor de toekomst moeten we niet alleen kijken naar nieuwe instroom, maar ook naar een andere inrichting van de zorg.” Dat moet volgens hem zodanig gebeuren, dat de benodigde zorg daadwerkelijk wordt geleverd, maar ook ingestoken wordt op het doel dat mensen zo lang mogelijk met zo min mogelijk zorg kunnen functioneren.