Waar je bij een lichamelijke aandoening de vinger vaak direct op de zere plek kunt leggen, is dat bij een psychische aandoening veel lastiger. Want waar de aanhoudende pijn, emoties of het gedrag van een kind vandaan komt is in veel gevallen een raadsel. Wel zijn er verschillende factoren die de psychische gezondheid van een kind beïnvloeden. De waardering van de eigen psychische gezondheid is subjectief.

Maar volgens de jeugdgezondheidszorg (JGZ) varieert het aantal kinderen met een psychische aandoening per leeftijdsgroep van 9 tot 33 procent. Jongens in de leeftijd vijf tot zes jaar hebben de meeste problemen. Kinderen hebben een psychische aandoening wanneer ze niet of minder tevreden zijn over hun leven, niet goed omgaan met tegenslagen, veel druk ervaren om te presteren of zich niet thuis voelen in een vriendenkring. De meeste psychische problemen bij kinderen ontstaan door een combinatie van factoren.

Zo spelen complicaties tijdens de zwangerschap een rol, een laag geboortegewicht, giftige stoffen, lage intelligentie en bepaalde persoonlijkheidseigenschappen. Voor een deel zijn psychische aandoeningen erfelijk, maar ook de communicatie tussen ouder en kind, verwaarlozing, emotionele steun en het opleidingsniveau van de ouders kunnen een grote rol spelen in dit proces.

Onverklaarbare klachten

Psychische problemen uitten zich bij kinderen op veel verschillende manieren. Bijvoorbeeld door het weigeren van voedsel. Bijna alle kinderen komen in een periode waarin ze slecht eten. Het verandert echter in een probleem wanneer het kind voor langere tijd voedsel weigert en daardoor niet goed groeit en weinig energie heeft. Ga als ouder nooit de strijd aan over eten, maar zorg juist voor een goede sfeer aan tafel, afwisseling in maaltijden en werk met een beloningssysteem.

Ook een pijnstoornis is een gevolg van psychische problemen. Het kind heeft dan last van onverklaarbare pijn in bijvoorbeeld buik, hoofd of rug. Psychische spanningen zijn vaak de oorzaak. Kinderen met een pijnstoornis kunnen baat hebben bij hypnotherapie of cognitieve gedragstherapie. Een ander voorbeeld is een slaapstoornis, wat bij 20 tot 30 procent van de kinderen tussen de nul en vier jaar voorkomt. Niet willen en kunnen slapen, nachtmerries en wakker liggen zijn de meest voorkomende vormen. Wanneer de simpele tips als; hetzelfde ritueel gebruiken tijdens het naar bed gaan, een nachtlampje aanlaten of de kamerdeur openlaten niet werken, kan de huisarts of psycholoog uitkomst bieden.

Wanneer kinderen naar de basisschool gaan zijn ze in de meeste gevallen zindelijk, toch komt het wel eens voor dat oudere kinderen in hun broek poepen of in bed plassen als gevolg van een psychisch probleem. Sommige kinderen hebben bijvoorbeeld nare ervaringen gehad tijdens het zindelijk worden. Voor ouders is het belangrijk om het kind nooit te straffen wanneer hij in zijn broek poept of in bed plast, daar wordt het kind alleen maar meer gespannen van. Meestal bestaat de behandeling van broekpoepen uit medicijnen tegen verstopping en gedragstherapie. Plaswekkers, wektraining en positief stimuleren zijn behandelingen tegen bedplassen.

Hechtings- en scheidingsproblemen

Een kind met een hechtingsstoornis vertoont afwijzend, angstig en agressief gedrag tegenover personen die dichtbij het kind staan zoals ouders of verzorgers. Aanraking of knuffelen is bij deze kinderen uit den boze. Sommigen kinderen zijn erg druk en vrolijk, anderen zijn juist stil en op zichzelf en weer anderen zoeken voortdurend ruzie. Boos worden op je kind heeft in zo’n geval het tegenovergestelde effect, het kind vertoont bijna nooit tekenen van spijt.

Vaak ontwikkelt een kind een hechtingsstoornis door vervelende gebeurtenissen uit de jeugd als verlating door ouders, mishandeling of langdurige opname in een ziekenhuis. Het tegenovergestelde van een hechtingsstoornis is separatieangst. Dit is de angst van een kind om verlaten te worden. Ieder kind tussen de acht maanden en drie jaar heeft daar last van, maar het wordt een stoornis wanneer het kind ouder is en nog steeds die angst heeft.

Een kind vertoont in dat geval een paniekreactie wanneer het wordt gescheiden van de ouders. Soms is dit te wijten aan de ouders die hun nervositeit of aarzeling overbrengen op het kind. Het beste is om je kind gerust te stellen en met vaste rituelen afscheid te nemen. Wees consequent en ga er vooral niet te krampachtig mee om.

Moderne verslavingen

Tegenwoordig kampen steeds meer kinderen met een game- of internetverslaving. Naar schatting zijn er in Nederland zo’n 12.000 jongeren van twaalf tot zeventien jaar verslaafd aan computergames. Voor veel game-verslaafde kinderen is gamen een ideale manier om problemen uit de echte wereld te ontvluchten en te verdwijnen in een schijnwerkelijkheid. Men spreekt van een verslaving als het kind niet kan stoppen met internetten of gamen, dit langer doet dan gepland, er altijd mee bezig is en internet of gamet om zijn ‘echte’ gevoelens niet te voelen.

Het meemaken van een emotionele gebeurtenis of veel tegenslagen, kan bij een kind zorgen voor een verslaving. Maar ook het hebben van een familielid met dezelfde problemen of erfelijkheid kan de oorzaak zijn. De persoonlijkheid van het kind zelf speelt ook een rol. Iemand die zich eenzaam voelt of minderwaardigheidsgevoelens heeft, verstopt zich sneller in een spel of op internet.

De belangrijke taak die je als ouder hebt is om in het eerste stadium van verslaafdheid aan de bel te trekken. Wijs kinderen op de risico’s van hun verslaving en ga vooral niet mee in het probleemgedrag. Wees een voorbeeld voor je kind en praat er met elkaar over. Verslaafde kinderen kunnen er baat bij hebben om met andere (ex-)verslaafden te praten in bijvoorbeeld groepstherapie, of te praten met een psycholoog.

Kind en anorexia

Een eetstoornis die tegenwoordig steeds vaker bij jonge kinderen voorkomt is anorexia. Het kind heeft dan een vertekend beeld van zichzelf en alles wat met eten te maken heeft is een obsessie. Vaak gaat anorexia gepaard met depressie, concentratieproblemen, vermoeidheid en eenzaamheid. Symptomen van deze stoornis zijn onder andere extreem bewegen en sporten, weinig eten en stiekem overgeven.

Vaak is het ontstaan van anorexia te wijten aan de persoonlijkheid van het kind, maar het heeft ook vaak te maken met het gedrag van ouders die het kind soms teveel pushen of erfelijkheid. Ook de maatschappij kan een onrealistisch ideaalbeeld schetsen waar kinderen zich aan willen spiegelen. Wanneer je als ouder doorhebt dat je kind leidt aan anorexia is het belangrijk direct hulp te zoeken bij de huisarts.

Maar ook als ouder zelf kun je je kind bijstaan. Dwing het kind bijvoorbeeld nooit tot eten, maar luister en praat goed. Laat merken dat je bereid bent te helpen. Professionele hulp kan een kind met anorexia krijgen door individuele psychotherapie, groepstherapie en gedragstherapie. In deze behandelingen geeft een psycholoog aandacht aan zowel gewichtsherstel als aan verandering van het zelfbeeld van het kind.

Deel dit artikel via:

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin