Ouderen in Nederland blijven steeds langer zelfstandig wonen. En dus liggen er voor gemeenten uitdagingen waar een oplossing voor moet worden gezocht. Hoe organiseren zij ambulante- en
zorgbegeleiding voor mensen die dat nodig hebben? Hoe kan zelfstandig ‘zorgwonen’ betaalbaar gehouden worden? Yvonne Witter is adviseur bij het landelijk samenwerkingsverband van zorgondernemers en woningcorporaties, het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg (KCWZ). Zij ziet de oplossing van de woonzorgopgave in het samenspel van corporaties, lokale overheden en zorgorganisaties. De uitdaging zit meestal in goed samenwerken. Witter: “Wil je iemand met ggz- of gedragsproblematiek zelfstandig of begeleid laten wonen in een wijk, dan ben je er niet met het toewijzen van een corporatiewoning.” Er moet volgens haar genoeg begeleiding zijn, met participatiemogelijkheden in de buurt.

Maatwerk en regie

Corporaties weten gelukkig goed wat er mogelijk is in een buurt. Zo zijn er in Doetinchem ‘springplankwoningen’ om dak- en thuislozen in de crisisopvang op weg te helpen naar zelfstandig wonen. De gemeente Apeldoorn heeft opstapwoningen voor mensen met een psychische kwetsbaarheid die voldoende zijn hersteld om weer te kunnen zelfstandig wonen. Witter: “Er is steeds meer variatie in het aanbod in Nederland en we zijn volop aan het experimenteren.” Zo zijn er in sommige gemeenten aparte appartementenblokken waar ‘dragende’ en ‘vragende’ huurders bewust samenwonen. De grootste uitdaging voor gemeenten ligt vaak in het helder krijgen van de woon-zorgopgave: om hoeveel mensen gaat het? Wat is er precies beschikbaar aan woningen en zorg? Daarom wordt er nu gewerkt aan de woonzorgwijzer, een instrument ontwikkeld door Platform 31, RIGO en de provincie Zuid-Holland, dat geografisch in beeld brengt welke zorggroepen in een gebied wonen en welke beperkingen en behoeften zij hebben.

Er is best veel aanbod in zorg en woningen, maar het is vaak onderling niet duidelijk waar welk aanbod zit, stelt Ellen Olde Bijvank, zelfstandig adviseur op het gebied van wonen, zorg en welzijn voor zorgorganisaties, corporaties en gemeenten. De decentralisatie van zorgtaken en financiering draagt volgens haar niet bij aan de duidelijkheid, waar dit vroeger wel het geval was in de zogeheten Zorginfrastructuur. Hier konden zorgorganisaties geld aanvragen voor het realiseren van bijvoorbeeld ontmoetingsruimen en domotica. Olde Bijvank: “Een deel is nu gedecentraliseerd naar het Gemeentefonds. Ongeoormerkt geld, dus de gemeente kan ermee doen wat ze wil. Dat schept onduidelijkheid, voor zorgverleners en voor hen die zorg nodig hebben.”

Betaalbaarheid en kwetsbare groepen

De betaalbaarheid van zelfstandige woningen wordt op termijn een probleem, denkt Olde Bijvank: veel mensen met een beperking leven van een uitkering. Anders dan ouderen hebben zij geen pensioen opgebouwd. Zij ziet wel dat hierover wordt nagedacht door corporaties. Zo zijn corporaties in Tiel en Deurne aan het experimenteren met het splitsen van woningen. Bijvoorbeeld boven een student en onder een oudere of iemand met een beperking. Ze denkt dat aandacht van de driehoek gemeenten-corporatieszorgaanbieders zal moeten verschuiven naar de groepen met een echt kwetsbare maatschappelijke positie.

Olde Bijvank: “Kwetsbaarheid is geen vast gegeven, maar wordt mede bepaald door het sociale systeem om je heen. Dat moet georganiseerd worden.” Ook moeten betrokken partijen ervoor oppassen dat zij de sociale druk op bepaalde wijken niet te veel laten oplopen: “Door het Passend Toewijzen, dat corporaties door de nieuwe woningwet verplicht wordt opgelegd, komen kwetsbare mensen met een laag inkomen veelal binnen dezelfde buurt te wonen. Dat zorgt voor een stapeling van problemen en dat moeten we zien te voorkomen.”