Met de toenemende vergrijzing en tegelijkertijd de sluiting van verzorgingshuizen in Nederland is de zwaarte van de zorgvraag van ouderen de afgelopen jaren komen te verschuiven. Ouderen blijven steeds langer thuis wonen en hebben vaak complexere zorg nodig. Wat merken brancheverenigingen van de ontwikkelingen en hoe staat het met het imago van werken in de ouderenzorg?

Verpleegkundigen in de thuiszorg

Op dit moment staan er in de ouderenzorg 8.000 vacatures open. De verwachting is dat dit aantal dit jaar nog gaat oplopen tot 10.000. Dit constateert Bernadet Naber van ActiZ, branchevereniging voor zorgorganisaties. Er zijn te weinig handen beschikbaar aan het bed, stelt ze, en de imagoschade die werken in de ouderenzorg de afgelopen jaren heeft opgelopen, helpt daar niet bepaald aan mee. “Gechargeerd gezegd denken veel jonge mensen die net van school komen dat ze alleen maar billen moeten wassen wanneer ze voor de ouderenzorg kiezen.”

In een maatschappij waarin de groep 80-plussers almaar stijgt en het grootste deel van hen langer thuis moet blijven wonen, is dat een probleem. Terwijl met name het werk als wijkverpleegkundige heel veelzijdig is, vult haar collega Cees de Wildt aan. Door de toenemende zwaarte van de zorgvraag krijgen verpleegkundigen in de thuiszorg steeds vaker te maken met ouderen die kampen met meerdere aandoeningen tegelijk.“ Je ziet mensen uit verschillende milieus en vervult een belangrijke rol in het voorkomen van sociaal isolement.”

De opmerkingen van Naber en De Wildt komen in een voor Nederland interessante periode als het gaat om ouderenzorg. Op 18 april van dit jaar maakte het demissionaire kabinet bekend 200 miljoen euro extra uit te trekken voor de aanpak van de problematiek rondom verpleeghuizen. Dit bedrag komt bovenop de 100 miljoen die eerder dit jaar al werd toegezegd. Met dit geld zou met name het personeelstekort kunnen worden teruggedrongen door bijvoorbeeld het inhuren van uitzendkrachten.

Verschuiving van de werkzaamheden

Door de complexere zorgvraag van veel thuiswonende ouderen ziet ook Nienke Nieuwenhuizen van branchevereniging Verenso (specialisten in ouderengeneeskunde) een toenemende vraag naar gespecialiseerde kennis en expertise. De enorme toevloed aan ouderen maakt dat de sluiting van verzorgingshuizen aanvoelt als een contraproductieve beweging, stelt ze.

Het vraagt van de leden van Verenso een verschuiving van de werkzaamheden van ‘binnen naar buiten’. Waar zorgbehoevende ouderen voorheen geclusterd konden worden bezocht in verpleeghuizen, gebeurt dat nu steeds meer verspreid door de wijk. “De grootste uitdaging voor ons ligt daarin bij het vroegtijdig signaleren van thuiswonende ouderen die specialistische zorg nodig hebben. Daarom kijken we nooit ziektespecifiek naar een cliënt, maar naar zijn of haar gehele functioneren.”

Nieuwenhuizen constateert dat veel ouderen zich niet uit zichzelf bij hun huisarts melden als hen wat mankeert.“Je ziet ze dus vaak pas als het te laat is: in het ziekenhuis.” Voor ouderen die als gevolg van een ziekenhuisopname een tijdje niet meer thuis kunnen wonen, kan een kortdurende opnamemogelijkheid in de geriatrische revalidatie uitkomst bieden. Als een cliënt daarna weer thuis kan wonen, is dat wel wenselijk, stelt Nieuwenhuizen, maar ze benadrukt ook dat er op tijd aan de bel moet worden getrokken wanneer dit echt niet meer mogelijk is.

Thuis wonen

“Natuurlijk onderschrijven wij volledig dat thuis wonen, zo lang dit kan, in veel gevallen goed is voor een oudere. Maar zie bij een complexe zorgvraag ook het nut in van een verpleeghuis. Het beschutte, beschermde en therapeutische woonklimaat kan soms zelfs voor een opleving zorgen.” Persoonlijke aandacht, besluit ze, daar is iedere oudere bij gebaat. Hoe complex de zorgvraag ook is.