Mensen die kampen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) zouden al geholpen zijn met slechts vijf gespecialiseerde therapiesessies. Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Boston, dat recent online gepubliceerd werd in het tijdschrift JAMA Psychiatry.

Voor de studie analyseerden de onderzoekers de behandeluitkomsten van 126 volwassenen met PTSS. Van deze patiënten kregen 63 een schriftelijke exposuretherapie, terwijl de andere helft werd blootgesteld aan een cognitieve verwerkingstherapie. Deze indeling gebeurde op willekeurige basis.

Cognitieve vs. schriftelijke therapie

Blootstelling aan fysiek of psychologisch trauma kan PTSS veroorzaken. Mensen met deze aandoening kunnen last hebben van flashbacks, nachtmerries, storende gedachten, slaapproblemen en sociale problemen. PTSS wordt meestal behandeld met een traumagerichte therapie: cognitieve verwerkingstherapie of schriftelijke exposuretherapie.

Cognitieve verwerkingstherapie wordt beschouwd als de beste initiële behandeling voor PTSS. Het omvat twaalf therapiesessies die gericht zijn op het herkennen en tegengaan van problematische gedachten over zichzelf, anderen, de wereld en de traumatische gebeurtenis die zij hebben doorstaan. Mensen die deze therapie ondergaan, moeten meestal buiten deze sessies om ook nog opdrachten voltooien.

De schriftelijke exposuretherapie daarentegen bestaat uit slechts vijf therapiesessies. Mensen die deze behandeling krijgen, worden gevraagd te schrijven over de traumatische gebeurtenis die zij hebben meegemaakt. Ze ontvangen ook schriftelijke instructies, maar hoeven geen opdrachten buiten de therapie te voltooien.

Belemmeringen wegnemen

Tijdens hun studie ontdekten de onderzoekers dat vijf schriftelijke exposuretherapiesessies net zo effectief waren voor mensen met PTSS als twaalf cognitieve verwerkingstherapiesessies. “Onze bevindingen dat de schriftelijke exposuretherapie net zo efficiënt en effectief is voor de behandeling van PTSS als de cognitieve verwerkingstherapie, kan uitputting verminderen en de eerder waargenomen belemmeringen van PTSS-behandeling voor zowel patiënten als zorgverleners overstijgen”, vertelt onderzoeker Denise Sloan.

De onderzoekers stellen dat hun bevindingen eraan kunnen bijdragen dat mensen met PTSS die vanwege tijdsbeperkingen anders niet de juiste therapie kregen, die nu wel kunnen krijgen.