Stress en hart- en vaatziekten zijn zonder meer aan elkaar gerelateerd. Hoe het precies komt dat stress de kans op hart- en vaatziekten verhoogt, is nog niet bekend. Adrenaline lijkt een belangrijke rol te spelen. Stress verhoogt het adrenalinegehalte in het bloed, wat van invloed is op de bloeddruk en de hartslag, en heeft mogelijk ook effect op de vorming van stolsel. Drie factoren die van invloed zijn op hart- en vaatziekten.

Wat is stress?

De vele definities hebben één in het oog springende gemeenschappelijke factor: een gevoel van controleverlies over het eigen leven. Dat kan de vorm aannemen van zorgen over het werk of financiën, gezinsproblemen, of belangrijke gebeurtenissen die moeilijk te verwerken zijn. Denk aan het overlijden van een dierbare, een scheiding of ontslag.

De persoon in kwestie ervaart een gat tussen de situatie zoals die is en de situatie zoals die ‘zou moeten zijn’ en voelt zich niet in staat daar iets aan te veranderen. Dat kan uiteindelijk je gezondheid aantasten.

Cardioloog Roderik Kraaijenhagen is medisch directeur van het NIPED. Hij vertelt dat de bestaande kennis over de invloed van stress op hart- en bloedvaten nog vooral uit de wereld van de hartrevalidatie komt. “Iemand die een hartinfarct heeft gehad, heeft een verhoogde kans op depressie en angst en er is vaak een verhoogde mate van stress. Het is een vast onderdeel van de hartrevalidatie om hiermee te leren omgaan: de zogenoemde psycho-educatieve module.”

De InterHeart studie

Dat het een belangrijke risicofactor is voor het ontstaan van hart- en vaatziekten, is een aantal jaren geleden zeer overtuigend aangetoond in een wereldwijde studie in 52 landen. Deze zogenoemde InterHeart studie bracht de mate ervan in kaart door een paar eenvoudige vragen, zoals: ‘Ervaart u stress op het werk?’, ‘Ervaart u stress thuis?’, ‘Financiële stress?’ en ‘Stress door andere oorzaken?’ Uit deze studie bleek dat het risico op hart- en vaatziekten twee keer wordt verhoogd.

Zelfs het ‘meerdere keren ervaren van stress in het afgelopen jaar’ verhoogt het risico al anderhalf keer. Leeftijd, geslacht en nationaliteit bleken daarbij geen rol te spelen. Kraaijenhagen is van mening dat een bevolkingsonderzoek naar risicofactoren voor hart- en vaatziekten ‘minstens zo zinvol’ zou kunnen zijn als de bestaande bevolkingsonderzoeken naar borstkanker en baarmoederhalskanker.

Omgaan met stress

Wat het beste er tegen werkt, verschilt sterk per persoon. De één ontspant van yoga, de ander voelt zich beter bij ademhalingsoefeningen of meditatie. “Relaxatietherapie na een doorgemaakt hartinfarct kan het risico op een nieuw infarct wel met vijftig procent verlagen”, weet Kraaijenhagen.

Ook de positieve invloed van matig intensief bewegen wordt steeds sterker onderbouwd in wetenschappelijk onderzoek. ‘Matig intensief’ betekent dat je tijdens het sporten nog in staat bent om een gesprek te voeren (dus niet buiten adem zijn) en licht transpireert.

De oorzaken van stress

Ontspanning en beweging verlagen wel het risico, maar nemen vaak niet de oorzaak weg. Wie stress ervaart, doet er daarom goed aan allereerst helder in beeld te brengen wat de oorzaak is. In een werksituatie kan hoge werkdruk, gecombineerd met een tekort aan sturingsmogelijkheden een rol spelen. Ook een wanverhouding tussen inzet en beloning, een gebrek aan sociale ondersteuning of onrechtvaardigheid zijn mogelijke factoren. Dergelijke vaak voorkomende ‘stressoren’ zijn ook te vertalen naar een thuissituatie.

Hulp van anderen

Wanneer de oorzaak van stress helder is, is beter vast te stellen of het mogelijk is er zelf verandering in te brengen, of met hulp van anderen. “Valt de situatie niet te verbeteren en is het niet van voorbijgaande aard, dan kan het verstandig zijn om psychologische hulp in te roepen”, zegt Kraaijenhagen. “Er bestaat een aantal methoden om hoofd- en bijzaken van elkaar te leren onderscheiden. Het geeft al wat meer mentale rust wanneer je je niet krampachtig blijft focussen op zaken waar je niets aan kunt veranderen, maar concreet iets probeert te doen aan aspecten van je probleem waar je wél een positieve invloed op kunt uitoefenen.”