Een onmetelijke ontevredenheid over het uiterlijk, ingebeelde lelijkheid, een stoornis van de lichaamsbeleving. Dit zijn termen die de stoornis Body Dysmorphic Disorder (BDD) omschrijven. De groep mensen met deze stoornis zijn dermate in de greep van hun eigen ‘misvormde’ lichaamsbeeld, dat normaal functioneren niet of nauwelijks mogelijk is. Met het oog op de huidige cultuur, waarin selfies, social media en Photoshop perfectie veinzen, wint het ziektebeeld aan bekendheid. Nienke Vulink, psychiater in het Academisch Medisch Centrum (AMC), expert op het gebied van BDD, buigt zich over het thema.

Waarom is er nog zo weinig bekend over BDD?

“BDD is een psychiatrische aandoening die niet behoort tot de stoornissen die vaker in beeld komen als angststoornissen of stemmingsstoornissen. Ondanks dat is de prevalentie, zo’n 170.000 personen in Nederland, vergelijkbaar met sommige angststoornissen.
Toen er ruim 10 jaar geleden gestart werd met onderzoek naar de aandoening was er in Nederland nog helemaal niets bekend, en werd er in de psychiatrie met rare ogen naar je gekeken als je over BDD sprak.
Inmiddels is in de afgelopen jaren de bekendheid toegenomen. Met name toenemende media-aandacht voor het ziektebeeld heeft hieraan bijgedragen. En dat komt waarschijnlijk omdat BDD erg tot de verbeelding spreekt en mensen zich erin herkennen.”

Zijn er veel personen die niet-gediagnosticeerd rondlopen?

“Er lopen ongetwijfeld veel mensen rond die geen diagnose hebben gekregen. Dit heeft deels te maken met de onbekendheid en daarnaast is het heel lastig om de stoornis te herkennen.
Bij huisartsen, psychologen en psychiaters zie je dat zij steeds meer een diagnose kunnen stellen. Maar dat gaat bijvoorbeeld minder op voor somatische specialisten (plastisch chirurgen, gynaecologen, dermatologen, kno-artsen). Deze herkennen het ziektebeeld moeizaam, terwijl juist bij deze beroepsgroepen het merendeel van patiënten aanklopt. Dit heeft vaak te maken met het ontbreken van een stukje kennis, maar ook doordat specialistische behandelmogelijkheden beperkt voor handen zijn. Door samenwerking met deze specialisten, in de vorm van voorlichting geven en trainen in het herkennen van symptomen, valt wel op te merken dat ze steeds meer voelsprieten lijken te ontwikkelen.”

Wat is het verschil tussen iemand met BDD en iemand die ‘gewoon’ wat meer onzeker is dan gemiddeld?

“Hier zit zeker een verschil tussen. Dit is bijvoorbeeld ook voor specialisten lastig om te zien. Aan de hand van een screeningstool met daarin criteria die gehanteerd worden binnen de psychiatrie kun je nauwkeurig vaststellen of iemand BDD heeft. De belangrijkste aspecten hierbij zijn de ernst van het lijden en de mate van disfunctioneren. Iemand die alleen onzeker is kan hier onder lijden, maar hoeft niet per se te disfunctioneren in het dagelijks leven. Oftewel de ernst van het lijden komt niet overeen met de ernst van de afwijking, waardoor er geen sprake is van BDD. Het antwoord op onder meer de vraag; ben je voortdurend bezig met het besef van je uiterlijk, en vind je het moeilijk om aan iets anders te denken?, moet ja luiden, om te kunnen voldoen aan de criteria voor BDD.

Het leven van een patiënt ziet er ook behoorlijk heftig uit. Los van het isoleren van de buitenwereld en de aandacht en tijd die besteed wordt aan het uiterlijk om bijvoorbeeld de deur uit te kunnen gaan, kampt een persoon ook vaak met suïcidale gedachten. De uitzichtloosheid, confrontatie en de constante vergelijking met anderen maakt het dat iemand kan spelen met de gedachte om een einde aan het leven te maken.”

Waarin verschillen mannen van vrouwen als het om BDD gaat?

“Allereerst komt BDD bij mannen en vrouwen even vaak voor. Echter, als er bijvoorbeeld wordt gekeken naar het klinisch beeld, dan zoeken vrouwen eerder hulp. Wat betreft de klachten zie je bij mannen doorgaans ontevredenheid over de vorm van de schedel en de kaak, maar ook bijvoorbeeld de omvang van de geslachtsdelen. Een ander subtype dat misschien meer tot de verbeelding spreekt is ‘muscle dysmorphia’. Dit is een vorm van BDD waarbij (vooral) mannen volledig bezig zijn met de omvang van hun spieren. Ze zijn ervan overtuigd dat ze te weinig spieromvang hebben en gaan extreem trainen in de sportschool en gebruiken allerlei middelen (waaronder anabolen) om dit te kunnen veranderen.”

Stimuleert de huidige ‘photoshop alles-strak-en-mooi’ en ‘selfie-cultuur’ de ontwikkeling van BDD?

“Hoewel hier nog geen grootschalig onderzoek naar is gedaan, heb ik de overtuiging dat dit zeker een rol speelt. Deze cultuurverandering die je ziet, waarbij men elkaar altijd maar observeert en het erom gaat gezien te kunnen en willen worden op sociale media, doet de prevalentie toenemen. Als dit wat breder wordt getrokken dan zie je dat in het algemeen mensen die van nature, introverter zijn en onzeker, juist zij gevoeliger zijn voor dit veranderende cultuurbeeld en zich laten beïnvloeden door wat zich afspeelt in de media.”

Helpt het als iemand met BDD bijvoorbeeld iets aan zijn/haar uiterlijk verandert?

“Nee dat helpt niet. Tenminste, cijfers wijzen uit dat ongeveer 80-90% niet of slechts kortdurend tevreden is en daarna toch weer in eenzelfde patroon valt of nieuwe preoccupaties ontwikkelt. De 10 – 20% die overblijft is wel geholpen met een behandeling, maar daarvan is niet met zekerheid te zeggen of dit ook zo blijft. BDD-experts geloven echter niet dat een dergelijke cosmetische ingreep mensen kan afhelpen van het ziektebeeld.”

Welke behandelingsmethoden zijn er?

“Patiënten worden behandeld met medicatie en een gespecialiseerde vorm van cognitieve gedragstherapie (CGT). In eerste instantie starten zij met de medicatie, een vorm van antidepressiva die op basis van onderzoek effectief is gebleken voor mensen met BDD. Vervolgens komen ze terecht in een dagbehandelingsprogramma die bestaat uit een groep van medegenoten, waarbij alle aspecten van de stoornis aan bod komen. Dit traject duurt ongeveer 4 maanden. Ze gaan aan de slag met symptoomgerichte behandelingen zoals:

  • Het aanpassen van de negatieve gedachtegang over het uiterlijk
  • Reguleren van negatieve emoties door focus op positieve eigenschappen
  • Trainen van sociale situaties
  • Spiegeltraining om op een andere manier naar zichzelf te leren kijken”


nienke-vulink
Psychiater Nienke Vulink (AMC)