Iris was 14 en zat op het atheneum toen ze werd getreiterd. “Er verzamelde zich een menigte schoolkinderen lachend rondom een boom, iemand had een daar lelijke tekening van mij opgehangen. Er stond onder geschreven: Wie wil er met het lelijkste meisje van de school trouwen?” Iris (nu 53) gelooft dat deze gebeurtenis, in combinatie met haar ontwikkelde kwetsbaarheid uit eerdere jaren, BDD heeft aangewakkerd. Ze ontwikkelde in 30 jaar vele ‘rituelen’ rondom haar uiterlijk.

Wat waren je eerste klachten?

“De eerste symptomen die ik ervoer waren dat ik me erg ging terugtrekken en dat ik constant de angst had om weer vernederd te worden. Ik dacht dat anderen mij gek en lelijk vonden. Dus ik probeerde heel aardig tegen iedereen te zijn, zo dacht ik te voorkomen dat ik weer het slachtoffer zou worden. Later ben ik thuis dingen gaan doen om mijn uiterlijk te bevorderen. Ik ging met m’n haar prutsen en andere kleren kopen. Dat werd steeds obsessiever en liep volledig uit de hand. Het waren allemaal wanhoopspogingen om een beter gevoel te krijgen, echter ik was al zo kapot dat het niet meer hielp.”

Wat is de impact van BDD op je dagelijks leven?

“Het had heel veel impact op mijn dagelijks leven, het komt neer op een dagelijkse strijd. Ik heb het best lang nog op een bepaalde manier volgehouden maar dat werd steeds moeilijker. Elke ochtend was het een gevecht om de deur uit te gaan. De tijd die ik nodig had om me ‘oke’ genoeg te voelen om naar buiten te gaan werd steeds langer. Naar een zwembad gaan in de zomer vond ik verschrikkelijk. Ik deed het wel omdat ik niet ‘gek’ gevonden wilde worden, maar dan had ik een rottijd. Ik ging regelmatig op vakantie maar die stonden in het teken van rotgevoelens. Ondanks dat ik ook wel plezier had, als het me eenmaal lukte om me eroverheen te zetten, dan ging het wel weer. Dan kon ik me er eventjes aan overgeven.”

“Qua werk is het over de jaren heel langzaam veranderd. Het werd steeds meer een enorme opgave om op tijd te komen, of ik belde af met een smoes. Ik was dan te panisch om de deur uit te gaan. Tegen het einde verzuimde ik driekwart van het jaar. Als ik een smoes had bedacht om niet de deur uit te gaan, voelde ik opluchting dat ik voor die dag verlost was. Echter, ik moest de volgende dag weer van voor af aan beginnen. Ik voelde me vooral ontzettend schuldig omdat ik zoveel smoezen aan het bedenken was en tegen niemand kon zeggen wat er echt aan de hand was.”

Hoe ziet een slechte dag met BDD eruit?

“Een slechte dag begint voor mij met ’s nachts niet kunnen slapen. Op een gegeven moment sliep ik nog maar 3 à 4 uur per nacht. Op zo’n dag sta ik heel vroeg op, ben ik meteen nerveus en kan ik niet eten. Alle minuten die ik op zo’n dag had, stopte ik in het voorbereiden om de deur uit te gaan. Op de meeste slechte dagen bedacht ik dan een smoes en bleef ik uiteindelijk thuis.”

“Als ik op een slechte dag wel de deur uit ging dan beleefde ik stressvolle uren. Ik was lerares en goed in mijn werk maar ik kreeg angst voor de kinderen uit mijn eigen klas. Kinderen kunnen heel direct zijn. Ik was bang dat ze iets uiterlijk gebonden zouden zeggen, iets dat mij zou triggeren. Ik kon het steeds minder goed weerstaan om tussendoor mezelf te controleren in de spiegel bij de wc. Dat was een wc met goed licht, voor mij eigenlijk heel slecht. Als ik eenmaal mezelf in de wc aan het bekijken was, dan kon ik er heel moeilijk weer uitkomen. Ik was wel eens te lang van de klas weg, dan schaamde ik me natuurlijk kapot. Op het laatst sloot ik mezelf tijdens de pauzes op in de wc. Dit deed ik om zo lang mogelijk de tijd te hebben om me weer ‘oke’ te voelen en om even weg te zijn van de anderen.”

“Wanneer ik dan thuis kwam van zo’n dag dan ging ik meteen naar de slaapkamer waar mijn spiegel hing, om de rituelen uit te voeren. Als mijn man thuis kwam waren er nog geen boodschappen gedaan, dan moest hij dat weer doen en dan voelde ik me daar schuldig over. Hij kookte de maaltijd en dan kwam ik soms niet eens beneden om te eten, dan was ik helemaal in paniek. Aan het einde van zo’n dag was ik totaal uitgeput, met de wetenschap dat het hele circus de volgende dag weer zou beginnen. Dat week in week uit, je gaat eraan kapot.”

Hoe ziet een goede dag met BDD eruit?

“Ik had ook goeie dagen en dan was ik een beetje hyper. Dan was ik zo blij dat ik me goed voelde, dan wilde ik alles inhalen wat ik niet had kunnen doen. In het weekend was ik op zo’n goede dag de hele tijd onderweg, kleren kopen en dat soort dingen. Het contrast tussen de goede en slechte dagen is extreem groot. Dan dacht ik wel eens: zie je nou wel waar maak je je nou druk om, het valt allemaal wel mee. Maar dat duurde nooit lang want de volgende dag was het dan weer andersom. Als ik een goede dag had wilde ik dat gevoel zo graag vasthouden. Daardoor ben ik op een gegeven moment een ritueel gaan ontwikkelen: rechtop slapen, dan hoefde ik me niet zo druk te maken om dat haar van mij. Maar op een gegeven moment moest ik m’n haar weer wassen en dan wist ik dat het goede gevoel voorbij zou zijn.”

Waar vind je steun?

“De meeste steun vond ik bij mijn partner en mijn therapeut. Mijn eigenschappen steunen mij eveneens in dit proces. Ik heb een opgeruimde persoonlijkheid, humor en doorzettingsvermogen. Het helpt dat ik vrij makkelijk over dingen heen kan stappen. Ik had elke avond, ondanks dat ik doodmoe was, toch het gevoel dat het de volgende dag beter zou gaan. Ik ben iemand die z’n schouders eronder zet. Een kanttekening is dat het door dat doorzettingsvermogen waarschijnlijk wel wat langer duurde voordat ik in de hulpverlening belandde.”

Hoe ziet je leven er nu uit?

“Ik werk niet meer. Als ik de rust in huis wil bewaren dan is het voor mij het beste om te leven met zo min mogelijk prikkels van buitenaf. Het is voor mij en voor mijn omgeving prettiger als er niemand op me hoeft te rekenen. Het gaat een stuk beter met me, maar wel weer minder goed dan toen ik net mijn therapie afsloot. Het effect van die therapie zwakt bij mij toch een beetje af, daardoor vermijd ik nu meer dingen dan toen. Ik blijf niet constant binnen zitten maar ik beperk het wel tot waar het voor mij goed voelt. Aan de ene kant is dat prettig voor mij, aan de andere kant cultiveer ik die rituelen daar een beetje mee. Het gaat wat op en neer.”

“Ik ga niet naar verjaardagen van familie want dat zorgt voor druk die ik vervelend vind. Mijn sociale leven bestaat uit 1 op 1 contact met vrienden en af en toe familie waar ik dan heen ga. Heel simpel, heel eenvoudig.”

“Ik heb een minder stressvol leven waardoor ik veel gelukkiger ben, ik ben blij dat er heel veel verplichtingen zijn weggevallen. Het helpt mij dat ik nu weet wat er met me aan de hand is en dat ik weet hoe ik ermee moet omgaan als het weer toeslaat. Ik kan beter met bepaalde dwanggevoelens omgaan.

Als ik voel dat er een bepaalde druk wordt opgebouwd, om bijvoorbeeld ergens aanwezig te zijn, dan begin ik nu juist zo laat mogelijk met klaarmaken. Zo verval ik niet weer in een soort dwangsessie. Hoewel een enigszins onveilig gevoel blijft, heb ik betere handvaten en voel ik me gelukkiger.”

Klik hier voor meer informatie over BDD en voor het praten met lotgenoten.