“Mevrouw, u bent afgeschreven”, klinkt aan de andere kant van de telefoon. De doktersassistent van de oogartspraktijk waar zeventigplusser mevrouw Emanuels is geweest, deelt haar mede dat ze niet meer mag autorijden. Haar ogen zijn zo verslechterd dat rijden onverantwoord is. Wanhopig zegt mevrouw: “Hoe nu verder?” Ze draagt zorg voor haar man en heeft hem tot nog toe – ondanks haar zichtbeperking – op gezette tijden van woonplaats Den Bosch naar Utrecht gereden voor ziekenhuiscontroles.

In werkelijkheid was de doktersassistent natuurlijk genuanceerder in haar bewoording. Voor mevrouw Emanuels klonk het echter alsof ze werd afgeschreven. En dat gaat niet op voor mensen, maar de auto’s die ze besturen, toch? Iets waar de samenleving misschien te licht over denkt. Mensen ogenschijnlijk terecht afschrijven, omdat zoals uit het verhaal van mevrouw blijkt slechtziendheid iemand rijongeschikt maakt. Helaas wordt in dit oordeel vergeten dat eigen vervoer haast noodzaak is voor de zelfredzaamheid van mevrouw en haar man. En met hen zijn er jaarlijks duizenden personen die hun zelfredzaamheid en vitaliteit danken aan het mogen autorijden. Even groot is de groep die jaarlijks net als mevrouw te horen krijgt hun rijbewijs te moeten inleveren. Wie wil blijven rijden moet immers medisch in staat zijn. Maar wat volstaat dan?

Ontwikkelingen

Volgens de wet moet je geestelijk en lichamelijk gezond genoeg zijn om te mogen rijden. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) toetst dit. Op vlak van lichamelijke gezondheid, zegt Ruud Bredewoud, hoofdarts bij het CBR, dat de afgelopen jaren veel ontwikkelingen heeft gekend om verantwoord rijden met een beperking mogelijk te maken. Zo zijn er alternatieve motorrijvoertuigen en voor mensen die ledematen niet goed kunnen gebruiken of helemaal missen, kunnen bijvoorbeeld autotechnische-aanpassingen worden gemaakt. Een recentere ontwikkeling bedient mensen met een visuele beperking. Bredewoud vertelt dat er sinds 2009 ook voor hen meer opties zijn om te blijven autorijden. Voor hen is het van belang dat ze leren compenseren voor hun zichtbeperking om de weg te vinden en vooral te anticiperen. Bredewoud: “We onderscheiden een gezichtsscherpte- of gezichtsvelddefect. Gezichtsscherpte bepaalt het lezen van details (borden). Met het gezichtsveld ziet men dingen vanuit de ooghoeken en geldt als belangrijke waarschuwingsfunctie.”

Autorijden met een technisch snufje

Een normale gezichtsscherpte ligt tussen 0,8 en 1,5 en een normaal gezichtsveld met beide ogen is 180 graden en mag krimpen tot 120 graden. Bij zicht in de verte is 0,5 de ondergrens. Binnen de Europese norm van 0,4 en 0,5 kan middels een rijtest praktische rijgeschiktheid met een deskundige van het CBR worden getoond of rijden nog verantwoord is. Daar zat de mevrouw uit het verhaal echter onder, waardoor het rijden voor haar ophield. Zo lijkt het althans, want wat zij niet wist en waarschijnlijk velen met haar is, dat in sommige gevallen autorijden bij minstens 0,16 onder strikte voorwaarden mag. Dit kan met behulp van een technisch snufje (een bioptische telescoop) dat aan de bril wordt bevestigd waardoor indien nodig het zicht in de verte kan worden uitvergroot.

Speciale rijopleiding

Tot nu toe toonden circa tweehonderd mensen met zo’n telescoopje middels een praktijktest hun rijgeschiktheid aan. Om te slagen hebben ze een speciale training moeten volgen, waarin geleerd is om te compenseren voor de zichtbeperking. Bredewoud is ervan overtuigd dat nog meer mensen de mogelijkheid hebben tot mobiliteitsbehoud. Ouderen, maar ook jongere personen met een visuele beperking. Nu is er echter slechts beperkte kennis onder zowel burgers als zorgprofessionals over de mogelijkheden. Daarin kan verandering komen door kennisdeling. Meer mensen als mevrouw Emanuels kunnen dan onafhankelijk blijven, waar dit wellicht eerst niet voor mogelijk werd gehouden.