Welke behandeling je als oudere vrouw met borstkanker krijgt, verschilt erg van land tot land, ontdekte onderzoeker Mandy Kiderlen. Maar die verschillen in behandeling hebben gek genoeg geen invloed op de overleving. Op 14 februari promoveerde Kiderlen aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Kiderlen vergeleek de behandeling van borstkanker bij oudere vrouwen in zeven landen: Nederland, België, Zwitserland, Ierland, Duitsland, Portugal en de Verenigde Staten. De promovendus keek naar opereren en bestralen, oftewel de plaatselijke behandeling van de tumor.

Bestraling

Volgens de richtlijnen krijgen borstkankerpatiënten een borstamputatie of een borstsparende operatie. Bij een borstsparende operatie volgt bestraling om eventueel achtergebleven kankercellen te doden. Maar in praktijk wordt die nabestraling bij oudere patiënten nogal eens achterwege gelaten, ontdekte de onderzoeker. “De vraag is of dat erg is, het kan best een goede beslissing zijn”, vindt Kiderlen. “Bijvoorbeeld wanneer vrouwen toch al een lage levensverwachting hebben door andere ziekten. Het strookt alleen niet met de richtlijnen.” In het ene land wordt vaker nabestraald dan in het andere. Op de overleving heeft dit geen effect. Het LUMC coördineert een landelijke studie die onderzoekt of radiotherapie veilig achterwege kan worden gelaten bij een geselecteerde groep oudere patiënten met borstkanker.

Operatie bij borstkanker

Er zijn ook borstkankerpatiënten die helemaal niet geopereerd worden. In Nederland krijgt bijvoorbeeld 12% van de borstkankerpatiënten tussen 80 en 85 jaar geen operatie; in Ierland is dat 28%. Kiderlen zoomde in op deze twee landen en nam daarbij ook hormoon- en chemotherapie mee. De Ierse vrouwen kregen veel vaker hormoontherapie. Mogelijk compenseert dit voor een minder agressieve lokale behandeling van de tumor, suggereert ze. Ook hier verschilden de overlevingscijfers niet aanzienlijk tussen de landen. “Je zou je dus kunnen afvragen of we in Nederland niet vaker kunnen volstaan met alleen hormoontherapie”, merkt Kiderlen op. “Dat is voor sommige vrouwen minder belastend dan een operatie.”

Overleving

De overleving in de onderzochte landen was ongeveer gelijk. Kun je dan zeggen dat het niet zoveel uitmaakt hoe je oudere vrouwen met borstkanker behandelt? “Nee, dat zou ik niet durven zeggen. Wat ik wel denk, is dat we een betere selectie moeten leren maken welke patiënten we welke behandeling aanbieden.” In het LUMC ontwikkelt men inmiddels met steun van KWF Kankerbestrijding een voorspelmodel voor oudere vrouwen met borstkanker. Zo’n model moet helpen bij het maken van deze keuzes. “Voor oudere vrouwen telt kwaliteit van leven vaak meer dan levensduur”, licht Kiderlen toe. “Dan wil je wel weten hoeveel baat iemand kan verwachten van bepaalde behandelingen, én welke bijwerkingen.”

Bron: LUMC