Als het goed is voelt een kind zich thuis veilig en geliefd. Dat is ook een belangrijke voorwaarde voor een goede start in het leven. Kinderen die een hechte band met ouders of opvoeders hebben, functioneren in het eerste jaar van hun leven sociaal-emotioneel beter dan kinderen waar de thuissituatie minder optimaal is. Wat zijn obstakels die een goede ouder-kind hechting tegengaan? En kun je iets doen om de hechting met je kind te bevorderen?

De voordelen van een hechte band

Een kind met een hechte band met zijn ouder of opvoeder heeft niet alleen op sociaal-emotioneel vlak een voorsprong. Onderzoek laat zien dat kinderen die een goede, hechte band hebben met de opvoeders een beter gevoel van eigenwaarde hebben, weerbaarder en leergieriger zijn en tegenslagen beter het hoofd kunnen bieden. Bovendien zijn ze minder angstig. Daarbij is er een verband geconstateerd tussen veilige gehechtheid en sociale relaties: vriendschappen en de ontwikkeling naar intieme relaties. Veilig gehechte kinderen onderzoeken hun omgeving meer dan onveilig gehechte kinderen. Hierdoor worden ook andere ontwikkelingsgebieden gestimuleerd.

Wat is onveilige hechting?

Kinderen zijn er van nature op ingesteld om hechting te zoeken. Door middel van hun gedrag zorgen ze ervoor dat de ouder of opvoeder reageert; de zogenoemde hechtingssignalen. Denk hierbij aan lachen, huilen, het volgen met de ogen, naar iemand reiken en brabbelen. Het gaat hier echter niet om eenrichtingsverkeer, de opvoeder reageert door terug te lachen, te praten. Beiden spelen dus een actieve rol in het hechtingsproces. Hechting gaat dus verder dan het geven van eten en drinken. Huid-op-huidcontact en emotioneel contact is veel belangrijker.

Wanneer deze wisselwerking tijdens de opvoeding niet aanwezig is, kan het gebeuren dat een kind hechtingsproblemen ontwikkelt. Een onveilige hechting kan zich bijvoorbeeld uiten in het vermijden van contact met de ouders of opvoeders (angstig-vermijdende hechting). Over het algemeen ontbreekt ook het vertrouwen in andere mensen. Vaak belandt het kind in een isolement.

De angstig-afwerende hechting

Wanneer ouders of opvoeders enkel op het kind reageren vanuit de eigen behoefte, kan dit leiden tot iets wat we angstig-afwerende hechting noemen. Hierbij hangt het kind extreem aan de ouders omdat het niet weet of en zo ja hoe de opvoeder op hem zal reageren. Denk aan opvoeders die geen reactie geven wanneer het kind naar hen toekomt voor een knuffel maar wel met het kind willen spelen wanneer het kind geen zin heeft of wil slapen.

De gedesorganiseerde hechting

Een gedesorganiseerde hechting – hier is het kind zeer onveilig gehecht – ontstaat meestal door een traumatische ervaring. Denk hierbij aan het overlijden van een ouder/opvoeder. Ook een psychiatrische ziekte bij de ouder kan het veroorzaken. Zo’n ouder reageert op soms wel op de behoeften van het kind en soms helemaal niet. Kinderen in deze situatie klampen zich vast aan de ouder, maar weren ze ook af. Het heeft het vertrouwen in de ouder of opvoeder verloren. Er is therapie voor kinderen en hun opvoeders die een verhoogd risico lopen op of signalen laten zien van verstoord hechtingsgedrag en het niet alleen aankunnen. Hierbij wordt, met behulp van video feedback, psycho-educatie en huiswerkopdrachten, verstorend en beangstigend opvoedgedrag van de ouders afgeleerd en sensitief opvoedgedrag aangeleerd.