In Nederland zijn 40 allergologen (inclusief 10 kinderarts-allergologen) actief. Deze zien bij elkaar jaarlijks circa 40.000 nieuwe allergiepatiënten, waarvan ongeveer de helft een pollenallergie heeft. In het laatste geval ziet een allergoloog meestal patiënten die keel-, neus-, oog- en/of longproblemen hebben. Deze kampen daarnaast mogelijk ook met een voedselallergie ten gevolge van kruisreactie met pollen, legt internist-allergoloog Zana Tempels-Pavlica van de Nederlandse Vereniging voor Allergologie (NVvA) uit.

Wat is een allergie?

Een allergie is een reactie van het afweersysteem op stoffen van buiten het lichaam die normaal niet tot een dergelijke reactie leiden. Normaal richt het systeem zich namelijk op schadelijke virussen en bacteriën die het lichaam binnendringen. In het geval van een allergie zorgt de reactie van het afweersysteem op onschadelijke stoffen van buitenaf (o.a. pollen) voor klachten.

‘Allergische mars’

Naarmate men door de jaren heen verschillende uitingsvormen van allergie heeft en deze elkaar opvolgen, valt er te spreken van een ‘allergische mars’. Bij baby’s begint het vaak met voedselallergie die zich bijvoorbeeld uit in maagdarm- en/of huidklachten. Vanaf een jaar of vier worden er vaak lagere luchtwegproblemen zoals astma geconstateerd. In de puberteit komt hooikoorts weer vaker voor.

Wanneer komt een allergoloog in beeld?

In de meeste gevallen worden patiënten via de huisarts doorverwezen naar een allergoloog. Dit gebeurt op twee manieren; bij verdenking van een allergie die niet bij een huisartsenpraktijk zelf is vast te stellen of wanneer de medicamenteuze behandeling van een allergie niet toereikend genoeg is. Dit laatste houdt bijvoorbeeld in dat de door de huisarts voorgeschreven medicatie voorgeschreven onvoldoende werkt.

Volgens Tempels-Pavlica hangt het sterk af van de klachten zelf of een patiënt bij een allergoloog terechtkomt. Sommigen hebben maar korte tijd last van allergie maar ondervinden hier heftige klachten van. Deze groep zal eerder bij een allergoloog terecht komen, zodat een behandeling specifieker ingezet kan worden. Daarnaast zijn er patiënten die al jaren naar tevredenheid medicamenteus zijn behandeld, maar ineens met meer klachten kampen en bij een allergoloog terechtkomen.

Wat doet een allergoloog?

Bij een doorverwijzing naar een allergoloog wordt allereerst naar de voorgeschiedenis gevraagd ten aanzien van klachten en eerdere behandelingen. Daarnaast wordt er bekeken of er sprake is van comorbiditeit (astma, voedselallergie).

Vervolgens wordt er aanvullende diagnostiek gepleegd door middel van prikken in de huid met allergenen, bloedonderzoek of een longfunctietest. Zodra de diagnose gesteld is zijn er twee behandelmogelijkheden mogelijk:
1. Nogmaals aanpassen van medicatie
2. Desensibilisatie (of hyposensibilisatie of immunotherapie)

In het tweede geval wordt de patiënt behandeld door injecties of tabletten met allergenen waardoor deze meer tolerant wordt. Kampt een patiënt ook met astmatische klachten, dan moeten deze eerst goed onder controle zijn. Tempels-Pavlica: “Als je een patiënt met astma injecteert met een allergeen, is de kans groot dat deze door behandeling een astma-aanval krijgt. Dit wil je uiteraard voorkomen.”

Samenwerking met andere specialisten

Tempels-Pavlica geeft aan dat een allergoloog niet kan genezen maar kan bijdragen om allergie-symptomen te verminderen. Voor het anatomische aspect, dat wil zeggen de bouw van onder meer de neus, zal er ook een andere specialist aan te pas moeten komen. “Iemand die bijvoorbeeld middels immunotherapie behandeld wordt zal niet van (ernstige) neusverstopping afkomen. Deze ontstaat door steeds aanwezige zwelling van de neusslijmvliezen waarvoor een KNO-arts de aangewezen behandelaar is,” aldus Tempels. Ook werken allergologen veel samen met andere specialisten zoals longartsen, dermatologen, kinderartsen maar ook met diëtisten.

Mogelijke indelingen allergische reacties:
  • Naar orgaangebondenheid (neus, ogen, longen, huid)
  • Naar symptomatologie (urticaria, eczeem, rhinitis, astma)
  • Naar tijdsbeloop (acuut, chronisch, bifasisch)
  • Naar ernst (last, chronisch ziekmakend, levensbedreigend)
  • Naar de aard van het allergeen (voedingsmiddel, huisstofmijt, stuifmeel)