Bij verschillende chronische ziekten is vermoeidheid een veelvoorkomend symptoom en heeft het impact op de kwaliteit van leven. Medisch specialisten zien steeds vaker patiënten met diabetes type 1 bij wie chronische vermoeidheid ook een rol speelt. Maar er is nog weinig bekend over de factoren die de vermoeidheid kunnen verklaren en of deze effectief te behandelen is. Met dit gegeven besloot promovenda Juliane Menting (Radboudumc) onderzoek te doen en kwam ze tot zeer bruikbare bevindingen.

40% kampt met chronische vermoeidheid

40 procent van de patiënten met diabetes type 1 kampen met chronische vermoeidheid. Dat is een vermoeidheid die minstens 6 maanden aanwezig is, een ernstige vorm heeft en niet overgaat na rust en/of slaap. De vermoeidheid hangt samen met beperkingen in het dagelijks functioneren.

Verklarende factoren

Tot op heden weten specialisten nog niet goed wat de vermoeidheid uitlokt. Waarschijnlijk is dat de (behandeling van de) ziekte en bijkomende complicaties van diabetes. In haar onderzoek ontdekte Menting dat bepaalde factoren de vermoeidheid in stand houden. Dit waren gedragsfactoren en cognitieve factoren. “Onder de gedragsfactoren vielen bijvoorbeeld slaapproblemen en fysieke inactiviteit. Cognitieve factoren hadden te maken met gevoelens en gedachten over vermoeidheid”, legt ze uit. Vooral laatstgenoemde bleek opmerkelijk. Vermoeidheid lijkt namelijk in stand te worden gehouden door negatieve gedachten over het moe zijn. Dit gaat gepaard met een verstoord slaap-waakritme en het onvermogen om voldoende actief te zijn.

Cognitie- en gedragsverandering door therapie

In een poging de vermoeidheid bij patiënten te verminderen, onderzocht Menting de effectiviteit van cognitieve gedragstherapie (CGT). Dit is een vorm van psychotherapie. Door middel van CGT leert men niet-helpende (negatieve) gedachten om te buigen en beter om te gaan met problematische situaties. CGT voor chronische vermoeidheid bij diabetes type 1 pakt de cognities en gedragsfactoren aan die de vermoeidheid in stand houden. De behandeling die de patiënten kregen bestond uit een combinatie van face-to-facetherapiesessies en internettherapie. Menting: “Er is bewust gekozen voor een combinatietherapie. Mensen kunnen steeds meer zelf thuis doen vanwege het groeiende e-healthaanbod. Dit werkt drempelverlagend. Maar direct contact is ook van belang, vandaar de sessies met een therapeut. Patiënten gaven achteraf aan dit inderdaad fijn te vinden.”

Meerdere behandelmodules

De behandeling bestond uit meerdere modules: reguleren van het slaap/waak-patroon, helpende gedachten formuleren, leren verdelen en opbouwen van activiteiten, omgaan met pijn, hoe met anderen te communiceren over vermoeidheid en hanteren van diabetes-gerelateerde stress. “Patiënten kregen adviezen mee om hun slaappatroon beter onder controle te krijgen. Bijvoorbeeld door een aantal weken op vaste tijden te slapen en op te staan en geen middagdutjes te doen. Daarnaast werd er gewerkt aan het beter plannen van activiteiten om weer (meer) fysiek actief te zijn.” In samenspraak met de therapeut wordt de behandeling toegesneden op de persoon. De deelnemer volgt alleen de modules die op toepassing zijn op zijn/haar situatie.

Fysieke activiteit

“Significant minder moe”

120 patiënten met diabetes type 1 en chronische vermoeidheid namen deel aan het onderzoek om de effectiviteit van de behandeling te testen. Er werden twee groepen vergeleken. Een groep die meteen startte met de therapie en een wachtlijstcontrolegroep. Patiënten die meteen aan de slag gingen waren significant minder moe en beperkt na behandeling. Ongeveer driekwart van de patiënten was niet langer ernstig moe. Waaruit bleek dit? “Patiënten gaven zelf aan hoe zij na behandeling de controle over hun vermoeidheid ervoeren”, aldus Menting. Dit had te maken met veranderde cognities. Door de therapie hadden ze een toegenomen ervaren controle ten aanzien van de vermoeidheid en een afgenomen gerichtheid op vermoeidheid. Ook werden de behandelonderdelen waarbij patiënten het slaap-waakritme reguleren en activiteiten verdelen en opbouwen als zeer waardevol ervaren.

Mogelijk ook effectief bij andere chronische ziekten

Menting geeft aan dat onderzoek naar andere chronische ziekten ook uitwijst dat vermoeidheid grotendeels door dezelfde factoren (cognitieve en gedragsfactoren) wordt verklaard. Ze suggereert dat op basis hiervan CGT mogelijk ook effectief kan zijn voor vermoeidheid bij andere chronische ziekten.

Juliane Menting promoveert op 21 december.