De ongeveer 2,2 miljoen mensen in Nederland met een licht verstandelijke beperking hebben een IQ van tussen de 50 en 85. Dat heeft een aantal consequenties, vertelt hoogleraar orthopedagogiek Hanna Swaab.

Impact op het dagelijks leven

De informatieverwerking gaat bij hen vaak langzaam. Zij missen daardoor dingen en hebben moeite met het overzien van situaties en de gevolgen van hun gedrag. Daarnaast zijn er vaak sociaal-cognitieve problemen. Wie niet goed snapt wat een ander bedoelt, kan ook minder goed inschatten wat een ander van hem wil.

Bovendien is er moeite met overzicht op het eigen leven; plannen en organiseren is vaak lastig. Swaab: “Het betekent dat mensen met een licht verstandelijke beperking op de toppen van hun cognitieve vermogens moeten functioneren om mee te kunnen doen in de hectiek van het sociale leven, waardoor zij eigenlijk chronisch overvraagd worden.”

LVB en crimineel gedrag

Een belangrijke consequentie is dat mensen met een licht verstandelijke beperking afhankelijk zijn van hun omgeving. Aangezien ze daardoor beïnvloedbaar zijn, kunnen ze onder ongunstige omstandigheden ook tot regeloverschrijdend gedrag overgaan.

Maar er is geen causaal verband, benadrukt Swaab. Er zijn immers heel veel mensen met een licht verstandelijke beperking die het goed doen en niet met justitie in aanraking komen of gedragsproblemen hebben. Het is een heterogene groep, zegt hoogleraar orthopedagogiek Robert Didden. De kans om te vervallen in crimineel gedrag wordt bepaald door verschillende factoren, die ook voor mensen met een gemiddeld of hoger IQ kunnen gelden, zegt Didden.

Een voorbeeld is mishandeling of verwaarlozing in de vroege jeugd. “Opgroeien in ongunstige gezinsomstandigheden heeft een sterk voorspellende waarde voor crimineel gedrag.” Andersom geldt ook dat als het gezin van herkomst intact is, met ruimte voor normen en hechting tussen ouders en kind, de kans op crimineel gedrag weer sterk verkleint, ook in combinatie met een licht verstandelijke beperking.

Sociale ontwikkeling bij een licht verstandelijke beperking

Er zijn verschillende factoren die van invloed zijn op de sociale ontwikkeling, en daarmee op het ontstaan van regeloverschrijdend gedrag, legt Swaab uit. Zo kan iemand in aanleg moeite hebben met het begrijpen van sociale signalen of het aanvoelen van andere mensen.

Maar ook de moeite met het beheersen van impulsen speelt vaak een rol. Swaab wijst hier op het belang van de omgeving waarin iemand opgroeit, naast biologische factoren als het temperament dat in aanleg aanwezig is en bijdraagt aan het al dan niet kunnen reguleren van de impulsen.

Een positieve keerzijde

Complicerende factor voor mensen met een licht verstandelijke beperking is dat het kunnen omgaan met emoties en stress niet alleen vereist te kunnen nadenken over de oorzaken ervan, maar ook kunnen bedenken wat aan bijvoorbeeld stress te doen is. Als de denkkracht die daarvoor nodig is niet in voldoende mate aanwezig is, leidt dat eerder tot sociale problemen.

Maar het behandelen van mensen met een licht verstandelijke beperking en sterk problematisch gedrag heeft wel zin, zegt Didden. “Het kan een langdurig proces zijn, maar juist bij mensen met een licht verstandelijke beperking, kan behandeling zeer effectief zijn. Dat is de positieve keerzijde van hun beïnvloedbaarheid.”