Scandinavische onderzoekers ontdekken dat diabetes kan worden onderverdeeld in 5 genetisch onderscheidende typen. Volgens hen is met deze ontdekking een goede stap gezet in de richting van behandeling op maat voor patiënten. De bevindingen zijn gepubliceerd in The Lancet Diabetes and Endocrinology journal.

Welke 5 typen diabetes zijn te onderscheiden?

De onderzoekers van Lund University Diabetes Centre, Skåne University Hospital en the Institute for Molecular Medicine gingen door de medische gegevens van bijna 15.000 diabetespatiënten. Allen waren afkomstig uit Zweden en Finland, wat tevens een beperking is van de studie. Ze keken naar hoofdcomponenten van de ziekte, genetische kenmerken en de opbouw van het bloed van patiënten. Hierdoor konden ze 3 ernstige en 2 milde vormen vaststellen. Een van de typen vertoonde overeenkomsten met diabetes type I, terwijl de overigen als subtypen van diabetes type II beschouwd konden worden. Ze beschrijven de 5 clusters als volgt:

  • Cluster 1: een ernstige auto-immune vorm, die lijkt op type I. Kwam voor bij ongeveer 6 tot 15 % van de onderzochten
  • Cluster 2: zo’n 9 tot 20% van de patiënten had deze vorm. Het waren relatief jonge personen met insulinedeficiëntie. Kenmerkend waren hoge bloedsuikergehaltes, slechte insuline-afscheiding en matige insulineresistentie. En ze bleken de grootste oogschade te hebben
  • Cluster 3: karakteristiek voor dit type was obesitas, ernstige insulineresistentie en nierschade. Dit kwam voor bij tussen de 11 en 17% van de patiënten
  • Cluster 4: dit type kwam voor bij obese patiënten die op vrij jonge leeftijd een milde vorm van diabetes hebben ontwikkeld en niet insulineresistent bleken. Het betrof 18 tot 23% van de patiënten
  • Cluster 5: milde vorm van diabetes onder voornamelijk senioren. Ongeveer 34 tot 47% van de patiënten

Behandeling op maat in de toekomst

Naast dat er 5 typen konden worden onderscheiden, bleek een groot deel van de patiënten niet de juiste behandeling te ontvangen. Hiermee wordt nog maar eens benadrukt dat er gezocht moet worden naar een behandeling op maat per individu. Dat wordt hopelijk in de nabije toekomst mogelijk dankzij de nieuwe inzichten.