In Nederland bestaat een groot tekort aan donoren en áls er een donorhart beschikbaar komt, moet aan enorm veel randvoorwaarden voldaan worden om tot een succesvolle transplantatie te kunnen komen.

Bloeddruk en hartslag

De transplantatie zelf is relatief simpel, vindt thoraxchirurg Lex Maat van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. “Een bypass of een complexe operatie aan een hartklep is technisch ingewikkelder.” Het meest complex is de logistiek rondom orgaandonatie. Een geregistreerde orgaandonor moet hersendood zijn na bijvoorbeeld een ongeval of een hersenbloeding.

De bloeddruk en hartslag moeten zo lang mogelijk kunstmatig op gang gehouden kunnen worden, omdat anders al snel schade ontstaat aan de organen. Tussen uitname van het donorhart en het afronden van de implantatie in het lichaam van de ontvanger, maximaal vier uur. Een logistiek complexe operatie in de meest letterlijke zin van het woord. Zeker als bijvoorbeeld de ontvanger in Maastricht woont en met spoed naar Rotterdam moet komen.

Elk orgaan ander chirurg

Zodra een donorhart dat in goede conditie verkeert beschikbaar komt, vergelijkt Eurotransplant, de organisatie die ook in Nederland de verdeling regelt van alle donororganen, de bloedgroep, leeftijd, geslacht, lengte en gewicht van de donor met de meest urgente patiënten op de wachtlijst. Hoe beter deze gegevens op elkaar aansluiten, hoe groter de kans op een succesvolle transplantatie. Vaak stelt een donor meerdere organen ter beschikking.

Voor elk van deze organen staat een apart chirurgisch team klaar. Voor de uitname enerzijds en voor de implantatie anderzijds: een buikteam, een team voor de longen, een team voor het hart. Soms wel tien tot vijftien mensen voor één donor. De hartchirurg en zijn team komen altijd als laatste en zijn ook als eerste weer weg.

Hart op transport

Na uitname is het van levensbelang dat het hart (en de overige organen) zo snel mogelijk bij de ontvanger(s) terecht komt. Een enkele keer zijn donor en ontvanger in hetzelfde ziekenhuis, maar vaak moet het hart op transport. Wederom een risicofactor. De ontvangende patiënt wordt intussen klaargemaakt voor de implantatie.

Maat: “De ingreep is moeizamer als de patiënt al eerder aan het hart is geopereerd, waardoor littekenweefsel is ontstaan. Zo niet, dan is het vervangen van een ziek hart voor een donorhart op zich niet eens zo heel risicovol.”

Onherkenbaar opgeknapt

Een patiënt met chronisch hartfalen kan door een geslaagde harttransplantatie een spectaculaire verbetering doormaken. “Met hun oude hart konden ze niets meer; met het nieuwe hart herken je ze soms haast niet meer.” In het eerste jaar na de operatie overlijdt ongeveer tien procent van de hartpatiënten.

Maar ze blijven bevattelijk voor infecties en moeten hun leven lang medicijnen blijven slikken tegen afstoting. Medicijnen die de nieren zwaar belasten en ook nog eens een verhoogde kans op kanker met zich meebrengen. “Er zijn mensen die twintig jaar leven met een donorhart, maar dat zijn uitzonderingen”, zegt Maat.

Verbeteringen?

Maat acht de kans op spectaculaire verbetering van deze cijfers voorlopig niet reëel. In Nederland wordt steeds meer gebruik gemaakt van steunharten. In medische termen wordt dit Left Ventricular Assist Device genoemd. “Dit zijn mechanische pompen die de pompfunctie van een hartkamer kunnen overnemen. De resultaten die hiermee behaald worden, evenaren bijna die van harttransplantatie en het einde van de ontwikkelingen op dit gebied zijn nog lang niet in zicht.”