In Nederland kampen naar schatting drie miljoen mensen tussen de 30 en 70 jaar met een te hoge bloeddruk. Nog eens 1,6 miljoen mensen worstelen met een te hoog cholesterolgehalte. Een groot deel van hen is zich hiervan niet bewust, omdat symptomen uitblijven totdat het echt mis gaat. “Je voelt het niet en merkt het niet, maar je loopt wel rond met een behoorlijk risico”, legt Sandra Bon, teammanager Eerder Opsporen bij de Hartstichting, uit.

Ontwikkelen van hart- en vaatziekten

Dat risico betreft met name de kans op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten. Van een te hoge bloeddruk en cholesterol is bekend dat ze bijvoorbeeld de kans op een hartinfarct vergroten. In theorie biedt die kennis mogelijkheden op het gebied van preventie, maar in de praktijk weten mensen niet dat ze tot een risicogroep behoren. “Veel mensen zijn zich niet bewust van hun eigen bloeddruk. En als dat wel zo is, is het ook belangrijk dat ze weten wanneer deze verhoogd is”, licht Bon toe. Het beperkte bewustzijn maakt het ingewikkeld om risicofactoren als bloeddruk en cholesterol te monitoren en zo erger te voorkomen, terwijl daar juist winst te behalen valt. Met die reden streeft de Hartstichting er onder andere naar om de komende twee jaar 750.000 mensen op te sporen met een te hoge bloeddruk die zich daar niet bewust van zijn.

Opkomst van e-health

Een van de ontwikkelingen die kunnen bijdragen aan een verhoogd bewustzijn, is de opkomst van e-health. Ed de Kluiver, arts en bestuursvoorzitter van het Isala Hartcentrum, wijst erop dat steeds meer mensen gebruik maken van apps die ondersteuning bieden bij zaken als lichamelijke inspanning, dieet, mindfulness of stoppen met roken. Ook voor het maken van een hartfilmpje kan men tegenwoordig bij zijn of haar smartphone terecht. Apps die de bloeddruk meten zijn nog in mindere mate beschikbaar, maar het is een ontwikkeling die Bon van harte toejuicht. Ze licht toe dat het normaal moet worden voor mensen om hun waarden te weten, zonder dat dit direct gemedicaliseerd wordt. Ook De Kluiver is enthousiast over de ontwikkelingen op het gebied van e-health-oplossingen. Naast de primaire preventie in de vorm van het in beeld brengen en mensen bewust maken van risicofactoren, benoemt hij de mogelijkheden om met behulp van mobiele ICT bestaande hart- en vaatproblemen te monitoren om zo erger te voorkomen – zogenaamde secundaire preventie.

Betrouwbaarheid

Hoewel e-health voor beide vormen van preventie veel kan betekenen wat betreft het terugdringen van hart- en vaatziekten, benadrukt De Kluiver dat hierbij nog wel een uitdaging ligt op het gebied van betrouwbaarheid en regelgeving. Hij legt uit dat de apps die mensen zelf thuis kunnen downloaden, zich in eerste instantie in de consumentensfeer lijken te begeven, maar de potentie hebben om als medisch hulpmiddel te functioneren. En dat vereist toezicht. “Op het moment dat jij naar aanleiding van zo’n app veranderingen aanbrengt die je gezondheid beïnvloeden, moet je volledig op de informatie kunnen vertrouwen.” Een CE-markering is daarbij een eerste stap: deze geeft aan dat het product voldoet aan de wettelijke eisen van de Europese markt op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Als tweede vereiste noemt De Kluiver een goed beveiligde onlineomgeving waar de medische gegevens vanuit de app of het meetapparaat opgeslagen worden.
In diezelfde omgeving moeten gebruikers ook toegang hebben tot zo volledig mogelijke, correcte informatie met betrekking tot hun resultaten om een stuk zelfdiagnostiek te faciliteren. “Veel mensen zijn gemakkelijk gerust te stellen met relatief eenvoudige middelen, wat een onnodig bezoek aan de huisarts kan voorkomen”, meent De Kluiver. En hoewel e-health-oplossingen voor een kleine groep juist tot meer zorgen kunnen leiden, toont onderzoek aan dat het tot dusver geen run op de huisarts veroorzaakt, voegt Bon toe.

Toekomst

Wat preventie betreft staat het gebruik van e-health-oplossingen in Nederland nog in de kinderschoenen. Wanneer zaken zoals het meten van bloeddruk en cholesterol gemeengoed worden, hoopt de Hartstichting dat data in de toekomst ook bij onderzoek kunnen worden ingezet om opsporingsmethoden voor hart- en vaatziekten te verbeteren. De Kluiver voorspelt daarnaast dat mobiele meetapparatuur in combinatie met professioneel medisch advies op afstand de zorgsector sterk zal veranderen. Hij wijst erop dat waar vroeger iedereen van reisbureaus gebruikmaakte voor het reserveren van een hotelkamer, dat nu grotendeels online gebeurt. “Met zorg gaan we een soortgelijke kant op. Traditionele instellingen zullen zich specialiseren in dure en complexe operaties en behandelingen. Voor alle overige zorg kom je over vijftien jaar niet meer in het ziekenhuis.”