Wanneer iemand in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) belandt, is het zaak dat de behandeling richting re-integratie in de maatschappij zo eenvoudig mogelijk verloopt.

De eenvoud is essentieel bij re-integratie omdat het herstel zelf vaak al ingewikkeld genoeg is, weet Anneke van Wamel, onderzoeker Programma Re-integratie bij het Trimbos-instituut. Helaas is dit niet altijd het geval. Van Wamel: “Soms is de behandelmethode te ingewikkeld voor de persoon in kwestie. Dit staat het herstel en de re-integratie in de weg.”

Onderzoek is noodzakelijk

Veel van de huidige behandelingen zijn vooral gericht op cognitie: waarnemen, denken, onthouden en het op de juiste manier toepassen van kennis, legt Van Wamel uit. Wanneer iemand niet cognitief vaardig is, kan dat erg pittig zijn. “De onduidelijkheid zit dan de behandeling in de weg, en niet iedereen is mondig genoeg om dit aan te geven.”

Van Wamel vertelt dat deze complexe behandelmethoden ontstaan zijn doordat er veel nadruk ligt op evidence based werken. Dit houdt in dat men enkel onderzochte en beproefde methoden inzet. Dit is zeker begrijpelijk, benadrukt ze, maar we zullen meer moeten inzetten op ervaringsdeskundigheid en een aanbod op maat.

Onderzoek is noodzakelijk, stelt Van Wamel, echter zou men daarnaast door middel van pilots andere snelle, en vooral simpele, interventies kunnen uitproberen. Door die manier van werken kunnen andere methoden eerder in de praktijk getest worden, waarbij men snel kan zien of het bijdraagt aan het herstel.

Er is veel meer dan het gesprek als behandelvorm; mensen hebben verschillende leerstrategieën en daar moet goed op aangesloten worden. Zo zou men een cliënt kunnen bijstaan met visuele therapieën of fysieke oefeningen.

Overstap naar andere behandelmethoden

Het overstappen naar andere soorten behandelmethoden zal niet voor iedereen de juiste weg zijn. Belangrijk hierbij is dat de cliënt zelf aangeeft waar hij/zij behoefte aan heeft, vindt Van Wamel. Het blijkt namelijk dat als een cliënt serieus genomen wordt, die zichzelf ook serieuzer neemt, en dat komt het herstel ten goede.

Daarnaast wordt ook in toenemende mate een beroep gedaan op de omgeving van de cliënt, zoals de familie. Ook dit vindt Van Wamel een goede zaak: “Medicatie kan soms precies goed zijn, maar mensen herstellen het meest door sociale contacten. Dat werkt pas echt helend.”