Op dit moment wordt in de forensische zorg nog weinig gedaan met ervaringsdeskundigheid. Dat moet anders, vindt Collin Hoefnagel (43), zelf ervaringsdeskundige. “Er rust behoorlijk wat stigma op forensische zorg in het algemeen. Men heeft vaak een negatief beeld over mensen die, om wat voor reden dan ook, binnen de forensische zorg terechtkomen.” Een delict lijkt vaak een schaduw te werpen op de achterliggende problematiek, merkt hij. Vanuit zijn rol als ervaringsdeskundige probeert hij zorgprofessionals anders naar mensen te laten kijken. Waar komt delictgedrag vandaan, waarom kiest iemand voor een bepaalde weg?

Ervaringen forensische zorg

Hoefnagel is al 22 jaar werkzaam in de forensische sector, eerst als reguliere hulpverlener en tegenwoordig als ervaringsdeskundige. Hij is getrouwd, heeft twee dochters en woont in een tussenwoning op het zuiden in een buitenwijk van Tilburg. “Niets bijzonders toch? Nee, gelukkig niet. Dit is het bewijs dat ook mensen met een kwetsbaarheid een ‘normaal’ bestaan op kunnen bouwen”, zegt hij. Toen hij 8 jaar was, kwam hij voor het eerst bij een psycholoog vanwege depressieve klachten. Zijn moeder leed aan borderline en depressies, zijn vader was verslaafd aan harddrugs en zijn stiefvader was een alcoholverslaafde crimineel. Hierdoor werd hij vanaf jonge leeftijd blootgesteld aan agressie, geweld en buitensporige seksuele gedragingen van zijn (stief)ouders. Dit had een grote impact op zijn ontwikkeling. Hij doorliep verschillende trajecten met een groot aantal psychologen, behandelaren, psychiaters en andere hulpverleners. “Inmiddels ben ik gelukkig zover dat ik weet waar mijn kwetsbaarheden liggen en hoe ik hiermee om kan gaan of hulp kan vragen.”

Een basis van vertrouwen

In zijn werk zet Hoefnagel zijn eigen ervaringen in om aansluiting te vinden bij mensen die zorg nodig hebben. Een ervaringsdeskundige kan vaak goed – soms zelfs beter dan een reguliere hulpverlener – aansluiten bij de belevingswereld van een hulpvrager.Dit kan door het vertellen van het eigen levensverhaal, maar dat hoeft zeker niet altijd. “Het gaat er vooral om dat je iemand door je eigen ervaring beter begrijpt en veel dichter bij de kern van deze persoon komt. Daarnaast heb je ook de taak om hulpverleners uit te leggen wat iemands hulpvraag is. Je kent immers de gevoelens waar deze persoon mee te maken heeft of heeft gehad.” Een ervaringsdeskundige vervult op deze manier de rol van vertrouwenspersoon, iemand die naast de ander staat en zijn of haar situatie begrijpt. Waar reguliere hulpverleners professionele afstand moeten bewaren, geldt dit voor een ervaringsdeskundige minder. Mensen vinden het prettig om open met iemand te kunnen praten, bijvoorbeeld over de beweegredenen van bepaalde delicten, zonder dat hier een oordeel aan hangt. Dat geeft een basis van vertrouwen, legt Hoefnagel uit. “Als je kunt praten over zaken waar je zelf ook niet trots op bent, ontstaat er ruimte om te kijken hoe bepaalde klachten en kwetsbaarheden verholpen kunnen worden.” Daarnaast kan een ervaringsdeskundige hoop bieden aan iemand die het gevoel heeft in een uitzichtloze situatie te verkeren. Mensen als Hoefnagel zijn namelijk hét bewijs dat het tij weer ten goede kan keren. “Hierin kun je mensen meenemen en ben je soms zelfs een motivator voor de ander.”

Toenemende vraag

Ervaringsdeskundigen binnen de forensische zorg krijgen volgens Hoefnagel zelf ook nogal eens te maken met stigma’s en de vooroordelen vanuit zowel de maatschappij als de hulpverlening. Het vak van ervaringsdeskundige is bovendien zeer hectisch, zowel in de reguliere psychiatrie als de forensische zorg. Toch merkt hij dat er binnen de forensische zorg steeds meer vraag is naar ervaringsdeskundigen. “Dit is een ontwikkeling die we, naar mijn mening, moeten stimuleren. Gelukkig zien we hierin een trend waarbij steeds meer mensen vanuit hun eigen ervaring in de zorg willen werken, en dus ook in de forensische zorg.”