Ongeveer 1 procent van de Nederlandse bevolking heeft autisme, dat neerkomt op zo’n 190.000 mensen. Autisme is een aangeboren stoornis die betrekking heeft op de informatieverwerking, waarbij waarnemingen anders worden verwerkt. Dit kan leiden tot problemen met sociale interactie, communicatie en betekenisgeving.

Omdat informatieverwerking een grote rol speelt in het leven, vormen de alledaagse activiteiten een uitdaging voor mensen met autisme. Met name het aanpassen aan veranderingen, zoals de overgang van basisschool naar middelbare school of van gezinsleven naar zelfstandig wonen, kost veel moeite.

Applied Behavior Analysis bij autisme

Om zich staande te houden in het leven, staan mensen met autisme vaak onder behandeling van een specialist. Een behandelmethode die in Nederland nog in de kinderschoenen staat is Applied Behavior Analysis (ABA). ABA richt zich op het individu en de analyse van gedrag. Hierbij wordt gekeken naar het waarom van het gedrag van de persoon met autisme; naar wat voorafging aan het gedrag (antecedent) en naar het gevolg van dat gedrag (consequentie). Interventies gebaseerd op deze analyses zijn effectief gebleken in het bevorderen van alledaagse vaardigheden: evidence-based.

De behandeling van (jonge) kinderen

Volgens onderzoeker en GZ-psycholoog Bibi Huskens draait de behandeling bij (jonge) kinderen om gedragsverandering op basis van motivatie. “De eerste stap bij het leren praten, is kijken wat vindt het kind leuk; zoals een pop. Daarna wordt de pop op een plek gelegd waar het kind er niet bij kan. Hierdoor heeft het kind jou nodig om datgene te krijgen wat het wil hebben. Dit is de start van een leermoment”, legt Huskens uit. Als het kind vervolgens pop zegt of iets wat daarop lijkt, krijgt het de pop als beloning. De beloning zorgt ervoor dat het gedrag zich gaat herhalen omdat de motivatie voor de pop erg hoog is.

De behandeling van jongvolwassenen

Bij jongvolwassenen focust de behandeling zich niet op het aanleren van vaardigheden, maar vooral op het toepassen van vaardigheden in het alledaagse leven, licht Annemiek Palmen, werkzaam als onderzoeker, orthopedagoog en GZ-psycholoog, toe. Naarmate iemand ouder wordt, worden leeftijdsgebonden taken steeds complexer, waardoor het organiseren van het leven erg lastig kan zijn voor jongvolwassenen met autisme, zoals het regelen van het huishouden, werk, scholing, vrijetijdsinvulling en het hebben van relaties.

Door het aanleren van zelfmanagement, waarbij jongvolwassenen hun gedrag leren beoordelen en aanpassen aan een situatie kunnen zij zich beter redden. “Hierbij draait het om een taakanalyse en zelfbeoordeling, ‘Wat heb ik gedaan en wat had ik moeten doen?’, en het leren deze strategie zelfstandig toe te passen”, aldus Palmen.

De omgeving als vangnet

Bij zowel kinderen als jongvolwassenen is het van belang de omgeving – ouders, vrienden, school- en werkomgeving – te betrekken bij de behandeling, stellen Huskens en Palmen. Dit vangnet kan inspringen waar nodig, maar moet er ook voor zorgen dat de persoon met autisme gemotiveerd en uitgedaagd blijft om zijn vaardigheden in het alledaagse leven te gebruiken en niet alleen tijdens de behandelmomenten. Op deze wijze leert het kind of de jongvolwassene zich beter te redden in de maatschappij en verbetert later de kwaliteit van leven als volwassene.