Konden we als kind nog zo snel een nieuwe taal oppikken, tegenwoordig gaat dit een stuk lastiger. Nieuw onderzoek veronderstelt echter de oplossing. Bewegen tijdens het leren zou het proces vergemakkelijken.

Verband tussen bewegen en leren

Recent zijn al veel studies gedaan naar het verband tussen leren en bewegen. Ontdekt werd dat we anders studeren wanneer we in beweging zijn. Dit is zowel het geval bij dieren als bij mensen. Een vondst was bijvoorbeeld dat knaagdieren een beter geheugen hebben wanneer ze toegang hebben tot een molentje, dan wanneer zij de hele tijd stilzitten. En ook studenten presteren beter wanneer ze die dag hebben deelgenomen aan een fysieke activiteit.

Wetenschappers veronderstellen dat beweging de structuur van het brein op zo’n manier verandert dat het meer ontvankelijk is voor nieuwe informatie. Dit proces noemen zij plasticiteit. Maar hoeveel en wanneer een activiteit precies voordelig is, is nog niet onderzocht.

Een nieuwe taal

Reden voor Chinese en Italiaanse onderzoekers om het verband nader te bestuderen. Hun onderzoek is gepubliceerd in PLOS One. Ze kozen ervoor zich te richten op het brein van volwassenen en het leren van een nieuwe taal.

Het leren van een vocabulaire is een interessant fenomeen. Toen we jong waren, konden we onze eerste taal gemakkelijk oppikken. We hoefden hiervoor geen les te krijgen en absorbeerden de woorden en grammatica als vanzelf. Maar wanneer de vroege adolescentie eenmaal is bereikt, neemt dit vermogen af. Het brein verliest plasticiteit waardoor het voor velen lastiger wordt een tweede taal te leren.

Zittende en fietsende studenten

Om te bestuderen welk effect beweging kan hebben op dit proces, maakten de onderzoekers gebruik van 40 Chinese studenten die probeerden de Engelse taal te leren. Zij verdeelden hen onder in twee groepen: de eerste volgde de taallessen zittend en de andere groep zou de cursus in beweging voortzetten. De bewegende studenten gingen 20 minuten voor elke les fietsen en gingen hiermee door tot 15 minuten na de start.

De nieuwe taal werd aangeleerd door woorden te laten zien op grote schermen, samen met het bijbehorende plaatje. Na elke les was er een korte pauze waarna de studenten een taalquiz moesten invullen. Wat bleek, was dat de fietsende studenten beter presteerden dan de studenten die stil hadden gezeten. Bovendien werd er een maand na het afronden van de laatste taalklas nog een laatste examen afgenomen. Ook hier waren de fietsers beter in staat zich de nieuwe taal te herinneren dan de zittende studenten.

De onderzoekers zijn er dan ook van overtuigd dat de studie laat zien dat fysieke activiteit tijdens het leren, het leerproces verbetert. Niet alleen het vermogen om de nieuwe taal te begrijpen neemt toe, maar ook het potentieel om de nieuwe vocabulaire te onthouden.

Effect op het brein

Voor het onderzoek werd studenten gevraagd aan lichte beweging te doen. Hierdoor kan het ons niets vertellen over de vraag of een andere vorm van activiteit dezelfde resultaten zou geven. Ook geeft het geen aanwijzingen over wat er precies in de hersenen gebeurt tijdens de fysieke taalles. Eerdere studies hebben echter laten zien dat beweging de afgifte van neurochemicaliën in het brein aanmoedigt, wat ervoor zorgt dat het aantal nieuwe hersencellen toeneemt en de verbindingen tussen neuronen. Deze effecten verbeteren de plasticiteit van het brein en dus ook het vermogen om te leren.

En nu?

De onderzoekers benadrukken dat ze met de studie niet willen zeggen dat alle scholen massaal fietsen zouden moeten aanschaffen. Maar lessen afwisselen met fysieke activiteiten zou wel een uitkomst zijn. Uren achter elkaar zitten is zeker geen goede manier om te kunnen leren.