Hersenonderzoek omvat een zeer breed gebied. Niet alleen wordt onderzocht hoe zenuwcellen met elkaar communiceren. Ook bekijkt men hoe bepaalde sociale patronen en ziekten ontstaan. “Belangrijk, zeker met de kennis dat door de vergrijzing in 2030 naar verwachting de helft van de Europese bevolking aan een hersenaandoening zal leiden”, aldus hersenwetenschapper Hanneke Hulst. Ze is verbonden aan Stichting Brein in Beeld, een discussieplatform voor wetenschappers en publiek.

Ontwikkelingen in hoog tempo

Vooral door de intrede en ontwikkeling van MRI (Magnetic Resonance Imaging) is de laatste dertig jaar veel vooruitgang geboekt op het gebied van hersenonderzoek. Ook de genetica houdt de hersenwetenschap bezig, zoals de vraag in hoeverre IQ of bepaalde aandoeningen van het brein genetisch bepaald zijn. De ontwikkelingen gaan in een hoog tempo. Tegelijkertijd komt daarmee een interessante vraag naar voren: hoe kunnen al die ontwikkelingen zo goed mogelijk gecommuniceerd worden?

Grote consequenties

Zo werd enige tijd geleden duidelijk dat het menselijk brein minder snel volwassen wordt dan eerder gedacht. Deze ontdekking kan grote consequenties hebben, bijvoorbeeld voor het jeugdstrafrecht. Ook de stelling van hersenonderzoekers als Dick Swaab en Victor Lamme dat de vrije wil een illusie is, maakte veel los. Dit zou namelijk impliceren dat mensen misschien niet verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor hun keuzes.

“Dat zijn onderwerpen die je aan het denken zetten en waarvan het belangrijk is dat ze op een goede manier worden belicht”, vindt wetenschapshistoricus Coen Brummer. “Op basis van de voorliggende onderzoeken kun je niet concluderen dat de mens niet vrij is, maar wel dat hij in bepaalde gevallen niet bewust handelt. Uit een kort item in een tv-programma komt zoiets niet goed naar voren.”

Als ander voorbeeld noemt Brummer ouder onderzoek van de Canadese neuroloog Persinger in de jaren 80. Via een soort bromfietshelm met elektroden (‘The God Helmet’) prikkelde hij een bepaald deel van de hersenen van proefpersonen op zo’n manier, dat zij een spirituele aanwezigheid ervoeren. “Waardoor al snel het beeld ontstond dat God niet zou bestaan; een religieus gevoel was immers zó op te wekken!”, vertelt Brummer. “Maar de vraag is natuurlijk of die conclusie gerechtvaardigd is.”

Hersenonderzoek ook voor het grote publiek

Duidelijk is dat hersenonderzoek inmiddels uit zijn ivoren toren is gekomen. De resultaten bereiken vaker het grote publiek; via de media, maar ook via de vele populair-wetenschappelijke boeken. “En vlak internet niet uit”, vult Hulst aan. “Daar staat zoveel op dat het voor de meeste mensen best lastig is om het onderscheid tussen objectieve en gekleurde informatie te maken. De hoeveelheid informatie zal alleen maar toenemen. Er wordt zoveel hersenonderzoek gedaan, dat er weinig gebieden zullen zijn waarop geen doorbraken te verwachten zijn die de media zullen halen.”