Het belang van hersenonderzoek is duidelijk: we besteden in Nederland per jaar meer dan 20 miljard aan de gevolgen van hersenziekten. Neurobioloog Pieter Roelfsema, directeur van het Nederlands Herseninstituut, en neurobioloog Dick Swaab, vertellen over de noodzaak om te weten wat er in onze hersenen gebeurt. Alleen dan kunnen we te weten komen wat er mis is met iemand met een hersenziekte.

Grote stappen in hersenonderzoek

Vraag tien hersenwetenschappers wat zij bestuderen en je krijgt tien verschillende antwoorden.Voor Roelfsema zijn het willen weten wat een denkproces is en wat er gebeurt in de hersenen als we denken, zijn voornaamste wetenschappelijke drijfveren. De laatste jaren zijn in het hersenonderzoek grote stappen gemaakt met het ontrafelen van simpele cognitieve processen. “Neem zo’n kinderpuzzeltje met drie ballonnen waaruit drie lijnen lopen, kriskras door elkaar, naar drie poppetjes. Welke ballon bij welk poppetje hoort, vraagt van de hersenen een simpel denktaakje. Dat taakje kunnen we inmiddels in de hersenen volgen, ook wanneer je bijvoorbeeld een vergissing maakt.” De uitdaging is nu om ingewikkeldere processen in kaart te brengen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als we iets nieuws leren? Hoe komen nieuwe vaardigheden via de bedrading in de hersenen tot uiting?

Inzicht in de werking van hersenen is noodzakelijk als we oplossingen willen bedenken voor mensen met een hersenziekte of handicap. Roelfsema: “Momenteel zijn er spannende ontwikkelingen rondom het ontwikkelen van een prothese voor mensen die blind zijn. De camera in zo’n prothese filmt de buitenwereld. Die beelden stimuleren de visuele hersenschors van degene die de prothese draagt. Dat zou kunnen zorgen voor ‘zien’, ondanks dat het oog eruit ligt. Een geweldige ontwikkeling.”

De Nederlandse Hersenbank

Weten wat er in gezonde hersenen gebeurt en wat er in hersenen gebeurt van mensen met een hersenziekte, ligt aan de basis van de Nederlandse Hersenbank. Dick Swaab richtte deze hersenbank op. Inmiddels hebben er zo’n 4000 hersenobducties plaatsgevonden, waar in 25 landen onderzoek mee is verricht.  De 70-jarige hersenwetenschapper doet zijn adagium eer aan: ‘use it or lose it’ – zei hij al in 1991 over het voorkomen van Alzheimer: het trainen van onze hersenen houdt ze fit.

De impact van hersenziektes

Kijken we naar de uitdagingen waar we in deze tijd voor staan, dan spreken de cijfers voor zich, betogen Swaab en Roelfsema eensgezind. Per jaar besteden we in Nederland meer dan 20 miljard euro aan hersenziektes. Dat is meer dan de bestedingen aan kanker. Hersenziektes zijn chronische ziekten, legt Roelfsema uit. “Een hersenziekte heeft een enorme maatschappelijke impact. Wie met vroege Alzheimer te maken krijgt, staat niet alleen voor medische uitdagingen. Uit het arbeidsproces geraken, de psychosociale consequenties; de impact is groot.”

We vergaren steeds meer kennis over de behandeling van hersenziekten. Neem de ziekte van Parkinson. Een standaard behandeling met heel goede resultaten is Deep Brain Stimulation. “Dit houdt in dat patiënten een pacemaker in het hoofd krijgen, waarmee hersengebieden zijn te stimuleren. Voor mensen met Parkinson betekent Deep Brain Stimulation een veel beter leven. Al meer dan 100.000 mensen hebben deze behandelmethode ondergaan.”

Behandeling van een dwangneurose of depressie

Het mooie is nu dat niet alleen neurologische aandoeningen ermee behandeld kunnen worden, maar ook psychiatrische. Momenteel zijn er grote klinische trials voor mensen met een dwangneurose en mensen met depressie. Roelfsema: “We weten inmiddels dat het stimuleren van bepaalde hersengebieden voor deze aandoeningen een wereld van verschil kan maken. Mensen met een dwangneurose kunnen weer gewoon naar buiten en mensen met een depressie voelen een zware last van hun schouders vallen.”

Maar ondanks de succesverhalen, haast Roelfsema zich te zeggen dat het een zoektocht blijft naar wat werkt en wat niet. “We weten nog heel veel niet. Waar we het beste kunnen stimuleren in de hersenen, is nog geen uitgemaakte zaak. De ene depressie is de andere niet. Maar het mooie van Deep Brain Stimulation is dat we bij iemand bij wie het effect niet de beoogde is, de pacemaker gewoon kunnen uitzetten.”

Wat is een hersenziekte eigenlijk?

Het is belangrijk ons te realiseren dat de natuur voor een enorme variëteit van de soort mens heeft gezorgd, legt Swaab uit. “Variëteit is de motor van de evolutie. De hersenen van mensen variëren dan ook. We spreken over een ziekte als mensen zelf last hebben van die variatie in hun hersenen, of hun omgeving.”

Swaab geeft twee voorbeelden om dat uit te leggen. “Transseksualiteit is een ziekte. Daar hebben mensen last van en dat vraagt medisch ingrijpen. Pogingen om transseksualiteit uit te ziektesfeer te halen, hebben grote praktische consequenties: dan is er immers geen reden meer om operaties en dergelijke te vergoeden.” Homoseksualiteit is daarentegen dus geen ziekte. “Een variatie in de hersenen, meer niet. Mensen kunnen er heel goed mee leven. Dat homoseksualiteit een keuze zou zijn is dus onzin. Seksuele geaardheid ligt al bij de geboorte in de hersenen besloten.”

De impact van opvoeding en onderwijs op de hersenen

Dat al heel veel vast ligt bij de geboorte, wil niet zeggen dat opvoeding en onderwijs niet belangrijk zijn. Dat nu is een groot misverstand, zegt Swaab: “Bij de geboorte hebben de hersenen een derde van het gewicht van een volwassene. Jouw mogelijkheden en beperkingen liggen er al in besloten. Maar om die potentie tot volle wasdom te laten rijpen en te kunnen omgaan met je beperkingen, zijn opvoeding en onderwijs, maar ook een interessante baan later, van wezenlijk belang.”

Daarin ligt een uitdaging die de hersenwetenschappen overstijgt, vindt hij. “Mensen hebben genoeg vrijheid nodig om de volledige capaciteit van hun hersenen te ontwikkelen. De staat en de politiek hebben de opdracht om die vrijheid te garanderen. Dat zei Spinoza al. En dat is uiteindelijk ook mijn conclusie.”