Ouderen langer thuis laten wonen wordt door landelijke en regionale overheden gestimuleerd. Wat is er nodig om dit mogelijk te maken en hoe kan deze doelgroep beter betrokken worden bij het zoeken naar oplossingen?

Thuis wonen bij dementie

Volgens Joost van Hoof, gepromoveerd op langer thuis wonen van mensen met dementie en nu verbonden aan het Fontys Expertisecentrum Gezondheidszorg en Technologie, moet er bij mensen met dementie gekeken worden of iemand alleen of samen met de partner woont. Alleen wonen is moeilijk voor de oudere, terwijl samenwonen vooral de mantelzorger belast omdat naast geheugenverlies dagelijkse handelingen zoals verzorging achteruitgaan en er gedragsveranderingen optreden. Dat maakt het lastig om de juiste hulpmiddelen te vinden, stelt Van Hoof. Voor mensen met geheugenverlies bestaan technologische hulpmiddelen zoals gps-trackers of medicatiedispensers, maar het aanpakken van de andere problemen is lastiger. “Mensen denken soms dat alles met technologie is op te lossen. Maar dit gaat ook om een sociaal vangnet, mantelzorgers en thuiszorg.”

Aandacht voor de sociale context

Vereenzaming van alleenstaande ouderen groeit doordat verpleeghuizen minder toegankelijk worden, denkt Van Hoof. Aandacht voor de sociale situatie is dus minstens zo belangrijk als de technische aspecten van het wonen. Dat vindt ook Leonie Andriesse van de gemeente Rotterdam. Ouderen en mensen met een beperking moeten zelfstandig kunnen blijven wonen, maar daarvoor is een aantal dingen nodig: voldoende geschikte woningen, een sociaal netwerk, toegankelijke wijken en heldere informatievoorziening.

Simpele ingrepen in huis

Verbeteringen in huis kunnen met heel simpele ingrepen bereikt worden, legt Van Hoof uit: minder drempels, beugels bij het toilet en de wastafel, een ‘sta-op-stoel’ of antislipmat. “De meeste mensen schaffen zelf aan waar ze behoefte aan hebben.” Voor mensen met dementie is verhuizen naar een zorginstelling vaak niet ideaal, omdat de eigen woning veel houvast biedt.

Bij hen kan het helpen om bijvoorbeeld de klep van de toiletbril te halen, overbodige spullen weg te halen, een temperatuurbegrenzer voor de kraan in te stellen of elke dag setjes kleding klaar te leggen. Als toch voor verhuizing wordt gekozen, moet die positief benaderd worden, en liefst wanneer de oudere nog zo gezond mogelijk is. Naast woningaanpassingen hebben veel ouderen baat bij technologie: om te internetten en skypen bijvoorbeeld, besluit Van Hoof.

Maatwerk is belangrijk

Betaalbaarheid is voor veel ouderen een belangrijke voorwaarde voor de keuze. De woning opnieuw aanpassen kan kostbaar zijn, maar een verhuizing meestal nog meer. Vaak is de reguliere huur- of koopwoning goedkoper dan een seniorenflat. Daarbij komt de vraag wie de woningaanpassingen moet bekostigen. Rotterdam heeft als doelen gesteld: ouderen tevredener maken met de buitenruimte; het sociale netwerk borgen en sociaal isolement tegengaan, betere informatievoorziening en toevoegen van geschikte woningen. Om voor ouderen de geschikte woonvorm te verkrijgen, ontkomen gemeenten niet aan maatwerk, denkt Andriesse.

Mensen met een medische urgentie, ouderen die dichterbij hun mantelzorger willen wonen of een groot huis hebben en kleiner willen wonen, maar ook heel kwetsbare ouderen, hebben vaak extra begeleiding nodig. Voorzieningen in de wijk kunnen bijdragen aan een betere woonomgeving voor de ouderen. “Zijn er hoge stoepen, hoe is de bewegwijzering, staan er bankjes op straat?”

Er is vaak behoefte aan heel praktische zaken, stelt Andriesse. Om sociaal isolement tegen te gaan, is gratis ov voor senioren een optie, net als meer ontmoetingsplaatsen in de openbare ruimte. Tot slot geldt dat de informatievoorziening cruciaal is. Mensen moeten weten waar ze aanspraak op kunnen maken en waar ze terecht kunnen voor advies of hulp, besluit Andriesse. Alleen dan kunnen zo veel mogelijk mensen een voor hen geschikte woonoplossing organiseren.