De huisarts en de praktijkondersteuner nemen steeds meer taken over van de tweedelijnszorg. Met name voor hartpatiënten en mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten ontwikkelt de huisarts zich tot zorgmanager. Door een continue monitoring is de huisarts in staat de ziektelast in een vroeg stadium te signaleren en aan te pakken. De huisarts en de praktijkondersteuner werken hierin samen met cardiologen en worden ondersteund door eerstelijns diagnostiek.

De huisarts is de poortwachter

De eerstelijnszorg is van groot belang voor de kwaliteit en de betaalbaarheid van de gezondheidszorg. De huisarts bepaalt wanneer iemand moet worden doorverwezen voor specialistisch onderzoek of behandeling in de tweede lijn. Verreweg de meeste patiënten kan de huisarts zelf behandelen. Die behandeling is doorgaans niet alleen goed maar ook bijzonder efficiënt. Uit cijfers van 2011 van onderzoeksbureau NIVEL blijkt dat meer dan 90 procent van de zorg wordt geleverd in de eerste lijn, terwijl de kosten van die zorg slechts 4 procent bedragen van het totale zorgbudget.

Minder doorverwijzing naar de tweede lijn

In steeds meer regio’s nemen huisartsen de continue monitoring van hartpatiënten over van de tweedelijnszorg. De resultaten daarvan zijn veelbelovend, zo blijkt uit het dit jaar door ING gepubliceerde rapport “Verbeteren door te verbinden naar een geïntegreerde eerstelijnszorg in 2025”. In Maastricht bijvoorbeeld is door inzet van specialisten bij consulten de doorverwijzing naar de tweede lijn met 75 procent beperkt. Ook in de regio’s Almere en Lelystad leidt de samenwerking tussen specialisten en huisartsen tot goede resultaten. In 70 procent van de gevallen hoeft een huisarts patiënten niet door te verwijzen naar een cardioloog maar kan hij de behandeling, eventueel na overleg met een cardioloog, zelf voortzetten. De patiënt gaat pas naar de tweede lijn als daar echt noodzaak toe bestaat.

De LTA Hartfalen

Op 5 november jongstleden, tijdens het landelijke congres van de Nederlandse Vereniging van Cardiologie, werd de ‘Landelijke Transmurale Afspraak Hartfalen’ gepresenteerd. Deze LTA Hartfalen is opgesteld door cardiologen, huisartsen, hartfalenverpleegkundigen, een vertegenwoordiger van De Hart&Vaatgroep als patiëntenvereniging en een vertegenwoordiger namens Zorgverzekeraars Nederland. De LTA beschrijft onder meer de bij de zorg betrokken zorgverleners en hun verantwoordelijkheden, de aanvullende diagnostiek, de terugverwijzing van de tweede naar de eerste lijn, de controles, de voorlichting en de leefstijladvisering. In de LTA wordt het belang van frequente controle door de eerste lijn benadrukt. “Optimale controle leidt tot een verminderde kans op ziekenhuisopnamen, verminderde sterfte en een betere kwaliteit van leven.”

De kwaliteit van zorg voor hartpatiënten

Dankzij de samenwerking met de tweede lijn en de ondersteuning door eerstelijns diagnostiek kan de zorg voor hartpatiënten in veel gevallen bij de huisarts blijven. Dat is niet alleen financieel aantrekkelijk voor de zorgverzekeraars, ook de patiënt heeft hierbij een financieel voordeel. De eerstelijnszorg valt immers niet onder het eigen risico. De kwaliteit van de zorg voor hartpatiënten die onder controle blijven van de huisarts is onverminderd van hoog niveau. Bijkomend voordeel is dat cardiologen meer tijd hebben voor complexe gevallen.