Ruim 2 miljoen mensen hebben een IQ tussen 50 en 85. Ze hebben een licht verstandelijke beperking (LVB) of zijn zwakbegaafd. Deze mensen kunnen doorgaans een redelijk zelfstandig leven leiden. Maar mensen met een licht verstandelijke beperking hebben extra begeleiding nodig. Ondersteuning door ouders, familie, vrijwilligers en zorgprofessionals is doorslaggevend voor de mate waarin zij functioneren in onze maatschappij.

Onzichtbaarheid van een licht verstandelijke beperking

Een licht verstandelijke beperking is niet zichtbaar aan de buitenkant. En ook in het gedrag en taalgebruik komt de beperking niet altijd tot uiting. Over het algemeen zullen jongeren niet zelf aangeven dat zij iets niet begrijpen of ergens de gevolgen niet van kunnen overzien. En dat maakt dat mensen hun niveau vaak te hoog inschatten. Gaat er daarna iets verkeerd, dan kan dat leiden tot onbegrip en boosheid bij de omgeving en een gevoel van teleurstelling of afwijzing bij de jongere. Een reeks van dergelijke ‘bevestigingen van onvermogen’ kan leiden tot ernstig probleemgedrag.

Hulp op maat

“Hulp op maat is van groot belang”, vertelt Dirk Verstegen, directeur van het Landelijk Kenniscentrum LVB. “Er is vaak extra begeleiding nodig om een opleiding te kunnen volgen en voltooien. En ook op het werk is doorgaans hulp nodig. Veel bedrijven waar deze jongeren werkzaam zijn, maken daarom gebruik van een speciale jobcoach. Het merendeel van de jongeren heeft ook hulp nodig om te leren wat er allemaal bij komt kijken om zelfstandig te kunnen wonen.”

Problemen met sociale interactie

Veel jongeren met LVB hebben van jongs af aan problemen met de sociale interactie. In combinatie met de gevoelens van afwijzing en onvermogen kan daardoor ernstige gedragsproblematiek ontstaan waardoor zij niet meer terechtkunnen in het reguliere onderwijs en worden verwezen naar het onderwijs voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK) of zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK).

Maar op dat moment is al sprake van probleemgedrag dat, als de diagnose LVB in een vroeg stadium wordt gesteld, mogelijk kan worden voorkomen. “Wij pleiten ervoor dat in het onderwijs en bij Jeugdgezondheidszorg bij een leer- of gedragsprobleem ook wordt gedacht aan de mogelijkheid van LVB”, stelt Verstegen. “Als tijdig goede ondersteuning wordt geboden voor het gezin en de school kunnen kinderen mogelijk wel op het reguliere onderwijs blijven en zich daar, waar nodig met extra coaching, optimaal ontwikkelen.”

Netwerk voor LVB

Jongeren met een licht verstandelijke beperking zijn vaak makkelijk te beïnvloeden. En daarvan wordt helaas ook regelmatig misbruik gemaakt. Gelukkig is het ook zo dat zij door hun vaak onvoorwaardelijke vertrouwen een sterke band kunnen opbouwen met hun begeleider. Als zij ervaren dat zij voor hulp of advies altijd contact kunnen opnemen met die begeleider, biedt dat hen de zekerheid die zij nodig hebben om een zo zelfstandig mogelijk bestaan op te bouwen.

De behoefte aan begeleiding is permanent maar de intensiteit ervan varieert. Vooral tijdens bijzondere overgangen in het leven, grote gebeurtenissen zoals de stap van basis- naar voortgezet onderwijs, van school naar werken, van thuis naar zelfstandig wonen, een scheiding of het verlies van een ouder of partner is, meer hulp nodig. Het is van groot belang dat zij op die momenten kunnen terugvallen op hun netwerk van ouders, familie, vrienden en zorgprofessionals.