De begeleiding van mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) kan niet vroeg genoeg beginnen. Als zij vanaf jonge leeftijd de juiste hulp krijgen, kunnen zij zich in hun latere leven beter redden. Daarom gaat de laatste jaren steeds meer aandacht uit naar screening en passende zorg. Die benadering sluit aan bij de uitgangspunten van de nieuwe Jeugdwet.

Kwetsbaarheid bij LVB

Mensen met een licht verstandelijk beperking zijn heel kwetsbaar. “Het probleem is dat hun beperking aan de buitenkant lang niet altijd zichtbaar is”, zegt Dirk Verstegen, directeur van het landelijk kenniscentrum LVB. “Deze mensen worden vaak niet begrepen, hun niveau wordt te hoog of juist te laag ingeschat. Daardoor kunnen ze op school, thuis of in hun sociale leven steeds weer frustraties oplopen.” Zulke ervaringen kunnen ingrijpende gevolgen hebben. Het zelfvertrouwen, dat vaak toch al zwak is, wordt daardoor verder ondermijnd. Zo kunnen zich steeds ernstiger gedragsproblemen of psychische stoornissen ontwikkelen.

De nieuwe Jeugdwet

“Hoe later hulp op gang komt, hoe gecompliceerder en duurder die wordt”, zegt Verstegen. In de nieuwe Jeugdwet, die vanaf vorig jaar van kracht is en waarin de verantwoordelijkheid voor Jeugdzorg is ondergebracht bij de gemeenten, ligt dan ook de nadruk op preventie en integrale zorg. En die zorg aan kinderen moet zo veel mogelijk ambulant zijn, dat wil zeggen in de thuissituatie geboden worden.

Verstegen vindt dat een goede ontwikkeling, al vindt hij ook dat de intramurale zorg, dus begeleiding en opvang in instellingen, niet al te rigoureus moet worden afgebouwd. “Er is toch een grote groep die daar voor een gerichte behandeling het beste af is. Voor kinderen die thuis geen veilige omgeving hebben om tot rust te komen of die beschermd moeten worden tegen hun omgeving of tegen zichzelf, bijvoorbeeld omdat ze drugs gebruiken, hebben we voldoende van deze plekken ook nodig.”

Middelengebruik en loverboys

Verstegen heeft de indruk dat de kwetsbare groep groeiende is; hij ziet toenemende problematiek rond middelengebruik en loverboys. Juist kinderen met een LVB zijn heel beïnvloedbaar en vallen daardoor gemakkelijk ten prooi aan kwaadwillenden of zoeken hun toevlucht in verslavende middelen.

Hoe kun je een LVB op tijd ontdekken?

Een intelligentietest zegt niet alles, weet orthopedagoog Xavier Moonen. Aan de Universiteit van Amsterdam doet hij onderzoek naar onder meer herkenning van kinderen met een LVB. “Waar het vooral om gaat is wat een kind met zijn of haar talenten doet. Dat het daarbij op het gebied van sociaal adaptieve vaardigheden misgaat, blijkt vaak pas als een kind op een leeftijd komt dat het zelf meer zijn weg moet vinden en gerichte interacties aangaat. Dat is pas vanaf ongeveer groep 4 of 5 van de basisschool, maar je wilt er eigenlijk al veel eerder bij zijn. Alleen als een kind ook een andere aandoening heeft, bijvoorbeeld autisme of ADHD, komt de LVB vaak eerder aan het licht.”

Vroege screening van een licht verstandelijke beperking

Volgens Moonen komt dit doordat er nog weinig ervaring is met vroege screening waardoor niet precies te zeggen is hoeveel kinderen er zijn met een LVB. Op basis van cijfers over het aantal kinderen waarbij hulpverlening wordt ingezet, is berekend dat het om ruim 200.000 kinderen zou gaan.

Moonen heeft samen met collega’s twee screeners ontwikkeld die ook de nu nog onzichtbare gevallen aan het licht moeten brengen: een voor het basisonderwijs en een voor kinderen en volwassenen vanaf 12 jaar. “Ze zijn snel en gemakkelijk toe te passen voor een leerkracht of andere professional. Na zo’n eerste indicatie kan een specialist vervolgens verder uitzoeken of werkelijk sprake is van een LVB.”

Passende hulp voor het kind

Is een kind eenmaal gediagnosticeerd dan kan passende hulp worden geboden. Begeleiding en hulp op maat, afgestemd op leeftijd en de mate waarin de LVB tot aanpassings-en gedragsproblemen heeft geleid. Een uitgebreide en adequate diagnose is bovendien van belang om de interventies zo goed mogelijk te kunnen afstemmen op het kind in kwestie.

Omdat de cognitieve vaardigheden van kinderen met LVB minder goed zijn ontwikkeld, leren ze op een andere manier. Verstegen: “Ze leren bijvoorbeeld langzamer, zijn zich niet goed bewust van wat ze wel en niet kunnen en zijn minder goed in staat om dingen die ze leren toe te passen in andere situaties. Dat betekent dus ook dat je als begeleider of hulpverlener anders te werk moet gaan dan in een reguliere leer- of hulpverleningssituatie.”

Methodieken en richtlijnen voor communicatie

Er zijn speciale methodieken ontwikkeld. Daarin draait het onder meer om de manier waarop informatie wordt aangeboden en met deze kinderen wordt gecommuniceerd. Concreet maken van oefenstof is belangrijk, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij de belevingswereld van het kind en te leren door te doen, evenals voorstructuren en vereenvoudigen van informatie. Omdat hun taalbegrip minder ontwikkeld is en de woordenschat beperkt, zijn eenvoudig taakgebruik en het toevoegen van visuele informatie belangrijk.

Moonen heeft voor dit doel zelfs een regelsysteem ontwikkeld, met richtlijnen voor communicatie met jongeren met een LVB. “Het is een gemakkelijk toepasbaar systeem dat ook kan worden gebruikt door mensen die soms te maken hebben met iemand met een LVB. Denk aan de politie, leerkrachten en aan medisch personeel. Ik noem dat ‘inclusieve taal’, omdat je daarmee op gelijkwaardig niveau kunt communiceren met mensen met minder taalvermogen.”

Samenwerking is het sleutelwoord

Een dergelijk systeem kan er ook aan bijdragen dat mensen met een LVB zo veel mogelijk zelfstandig kunnen functioneren. Gemeenten en gespecialiseerde instellingen moeten er nu samen voor zorgen dat kinderen met een LVB bijtijds worden gesignaleerd en dat hun problemen worden aangepakt. Verstegen heeft goede hoop dat dat kan gaan lukken. “Via de wijkteams waar we mee samenwerken kunnen we heel direct en gericht ambulante hulp inzetten, dus bij de mensen thuis. Dat is al veel effectiever dan zoals het vroeger ging, via een indicatie voor de AWBZ. Toen kwam de hulpverlening vaak veel te laat op gang.”