Sjaak Bloem, Hans Kerkkamp en Paul Kil vertellen in deze video hoe de kwaliteit van zorg voor de patiënt verbeterd kan worden. Door middel van gepersonaliseerde zorg wordt een verbeterde gezondheidsbeleving mogelijk.

Video transcriptie

[Sjaak Bloem]
Ik ben hoogleraar op Nyenrode Business Universiteit. Ik bekleed een leerstoel ‘Health care consumers & experienced Health’. Ik richt me daarbij op gezondheidsbelevingen van mensen. Ik ben met name geïnteresseerd in hoe die gezondheidsbelevingen tot stand komen, en ten tweede wat je in feite zou kunnen doen om die gezondheidsbelevingen te verbeteren.

[Hans Kerkkamp]
Mijn naam is Hans Kerkkamp. Ik ben lid van de Raad van Bestuur van het Atrium Ziekenhuis hier in Heerlen. Het is een groot opleidingsziekenhuis, meer dan 700 bedden. Voorheen was ik medisch specialist. Ik heb jaren als anesthesioloog gewerkt in verschillende ziekenhuizen en de laatste paar jaar als hoogleraar Anesthesiologie in het UMC Utrecht.

[Paul Kil]
Mijn naam is Paul Kil, ik ben uroloog in het St. Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg.

Wat is de kwaliteit van zorg?

[Hans Kerkkamp]
Ik denk dat de kwaliteit van zorg in drie delen opgeknipt kan worden. Dat is de inhoudelijke kwaliteit van zorg, dat wil zeggen, zijn de procedures netjes uitgevoerd? Zit de heup op de goede plaats? Zijn er geen nabloedingen, geen infecties? Dat is één. Het tweede deel is, wat heeft de patiënt ervaren, hoe heeft hij het beleefd? En de derde, wat is uiteindelijk de kwaliteitwinst die bij een interventie is gekomen met behulp van die twee anderen. Dus een onderverdeling in een driedeling die allemaal van belang zijn als het gaat om de kwaliteit van zorg.

Nou, ik denk wat betreft de eerste en de tweede poot, die hebben we al goed geborgd. Dan gaat het over de meetsystematiek en dat zijn vaak de prestatie-indicatoren die daaraan ten grondslag liggen. Dus dat zegt iets over de inhoud van de geleverde zorg. Wij zijn heel actief geïnformeerd over de patiëntbelevingen middels enquêtes. Dat doen we op structurele basis. En de derde poot, dat is de kwaliteitwinst als het gaat over wat heeft het opgebracht voor de patiënt. Daar staan we aan de wieg en daar moeten we nog heel veel energie in stoppen. Maar ook dat zal een steeds prominentere plaats moeten krijgen, want daar doen we het uiteindelijk voor.

[Paul Kil]
En als het gaat om prostaatkankerpatiënten, dan denk ik dat het vanuit de arts gezien, dat iedere patiënt de juiste zorg op de juiste plaats op het juiste tijdstip krijgt, toegespitst op die unieke persoon die iedere patiënt toch is.

[Sjaak Bloem]
Daarvoor hebben we een mooi model ontwikkeld, een model voor gepersonaliseerde zorg. Een model waaraan we het zorgaanbod eigenlijk beter kunnen afstemmen aan de zorgbehoeften van individuen. Als je kijkt waarom we een dergelijk model hebben ontwikkeld is dat als je nu kijkt naar het zorgaanbod is het eigenlijk bijna zo dat veel mensen hetzelfde krijgen, terwijl er onvoldoende gekeken wordt naar: in hoeverre behoeft iemand nu wat? Er wordt onvoldoende gekeken in hoeverre je de zorg kunt differentiëren.

[Paul Kerkkamp]
Ik denk dat het van belang is dat we met name ook in de eerste lijn gaan kijken, want daar kunnen we de terugkoppeling krijgen over de geleverde kwaliteit, in de zin van: wat is nou de gezondheidswinst? Dus daar zullen wij in contact moeten komen. Maar de allerbelangrijkste partij en is dat nu niet zozeer een zorgaanbieder maar een zorgvrager en dat is die patiënt. Daar moeten we in nauw overleg mee gaan praten en gaan kijken van: wat wilt u van ons en wat kunnen wij u bieden? Dat is denk ik de essentie van het geheel.

Wat houdt het model voor gepersonaliseerde zorg precies in?

[Sjaak Bloem]
Dat model hebben we ontwikkeld op basis van een PhD, en vanuit dat proefschrift zijn we te weten gekomen dat twee factoren van cruciaal belang zijn om die gezondheidsbeleving, dat stukje gezondheidsgevoel te kunnen verbeteren van mensen. Dat is controle en dat is acceptatie. Controle wil zeggen dat mensen een goed overzicht hebben van het aanbod en dat ze ook daadwerkelijk kunnen gebruiken. En acceptatie wil zeggen dat mensen feitelijk hun aandoening, hun gezondheidstoestand een plaatsje hebben kunnen geven in hun leven. Dat verder uitleggend, mensen kunnen verschillende posities hebben op acceptatie en controle. Want hoe hoger dat is, des te beter hun gezondheidsbeleving. Die positie bepaalt feitelijk wat voor type mens ze zijn en gegeven wat voor type mens ze zijn kunnen we beter bepalen wat voor type zorg ze nodig hebben. Zo heb je bijvoorbeeld mensen die een hoge acceptatie hebben en een hoge controle. Dat zijn mensen die je feitelijk informatie zou moeten geven. Je moet hun gevoel van trots, want ze doen het eigenlijk al goed, moet je verder voeden. Ze hebben geen uitgebreid coachingstraject nodig.

Je hebt mensen, dat zijn type-2-mensen, die een lage controle hebben en een hoge acceptatie. Dat zijn mensen die je planning en structuur moet geven. Je hebt ook mensen, dat zijn type-3-mensen, die een hoge controle hebben door een lage acceptatie. Dat zijn eigenlijk mensen die emotionele hulp nodig hebben. Je moet ze rust bieden want ze vechten als het ware tegen zichzelf. En tot slot heb je type-4-mensen, die een lage controle en lage acceptatie hebben. Dat zijn mensen die je hoop moet gaan bieden. Stapje bij stapje probeer je ze vooruit te helpen: feitelijk een persoonlijk coachingstraject zou daar zeer geëigend zijn. Dus als het ware door kunnen te benoemen waar mensen staan, kunnen we steeds beter bepalen wat voor type zorg ze nu nodig hebben. Dus we geven richting aan dat hele proces.

Hoe kan dit model worden toegepast in de praktijk?

Een dergelijk model kan bijdragen als het uiteindelijk ook in de praktijk geïmplementeerd gaat worden. Tegenwoordig zie je dat hoe langer hoe meer “patient reported outcome measurements” in de zorgpraktijk geïntegreerd gaan worden. Wat zijn dat nu? Dat zijn vragenlijsten die veelal betrouwbaar zijn. Over de validiteit, dus datgene wat gemeten wordt, daar kun je over twisten. Maar het zijn vragenlijsten die hoe langer hoe meer hun entry in de zorg gaan krijgen, in de praktische praktijk, ook de beleving van mensen een plaats te kunnen geven. Waarom is dat belangrijk? We weten uit onderzoek dat als je inzichten hebt in enerzijds het hele medische stuk en anderzijds inzichten hebt in de beleving van mensen, dan leidt dat tot een betere diagnose, een beter zorgplan, een betere gerapporteerde patiënttevredenheid, een betere therapietrouw, noem maar op. Dus feitelijk, beide moeten geborgd zijn in dat proces.

Vanuit de praktijk weten we dat het medische stuk in Nederland meestal wel goed zit. Hoe integreer je nou dat belevingsstuk? Het lastige is dat als je die bestaande vragenlijsten gaat integreren, dat zijn veelal vaak lange vragenlijsten. Dus eigenlijk voor de praktijk hebben we korte vragenlijsten nodig die recht doen aan die belevingen. Vanuit de leerstoel lever ik daar een bijdrage in. Ik heb een heel eenvoudig model ontwikkeld, wat ik net al zei, dat gepersonaliseerde stukje op basis van acceptatie en controle. Ten tweede heb ik ook een maat ontwikkeld, een laddertje, en mensen kunnen op die ladder aangeven waar zij staan, en zodoende wat hun beleving is in termen van gezondheid.

Waarom is samenwerking in de zorg belangrijk?

Samenwerking tussen partijen is gewoon ontzettend van belang. Ik kan op een gegeven moment met een bepaalde maat komen, ik kan in mijn ivoren toren blijven zitten in mijn universiteit en uiteraard, dat is niet de bedoeling. Samen met mensen op de werkvloer, dus in dit geval de arts, de verpleegkundige en de patiënt, probeer je iets te construeren wat recht doet aan hun alle drie, waarmee ze kunnen werken. Wat recht doet ook aan dat stukje beleving van die patiënt wat op een goede manier wordt afgetapt. Dat die patiënt kan zeggen op een gegeven moment, “nou, op zo’n manier heb ik me kunnen uiten, op zo’n manier heb ik goed aan de arts en de verpleegkundige laten zien wat er aan de hand is.” Omgekeerd is het natuurlijk ook zo, de arts en de verpleegkundige moeten iets hebben waarmee ze ook daadwerkelijk in dat gesprek kunnen treden met die patiënt. Dus in die zin is samenwerking cruciaal. En als hoeksteen zie ik steeds natuurlijk die samenwerking tussen die patiënt, die arts, die verpleegkundige: dat is de basisdriehoek. En daar rondom heen moet natuurlijk een conditie geschapen kunnen worden dat ook daadwerkelijk dit kan ontstaan. Daar is de structuur natuurlijk van zo’n ziekenhuis heel erg belangrijk, dat de Raad van Bestuur daar ook in faciliteert. Ten tweede is het natuurlijk van belang wie de zorg betaalt, dat zijn in principe wij maar ook de zorgverzekeraar die in die zin de gelden verdeelt, dat die ook vertrouwen heeft dat dit soort systemen werken. Dat ook een outcome geleverd kan worden die bijdraagt aan het verbeteren van die zorg. Dus eigenlijk zul je met al die partijen om tafel moeten gaan, die zullen hun steentje daarin bij moeten dragen.

Wat is de beoogde rol van de patiënt?

[Hans Kerkkamp]
Als wij met name op die derde poot gaan focussen dan zal die patiënt een hele belangrijke rol gaan spelen. Want hij kan ons vertellen wat uiteindelijk de gezondheidswinst is van die interventie. We moeten meer naar hem luisteren, we moeten echt in dialoog met die patiënt gaan. De term ‘shared decision making’ is dan van groot belang, en ook ‘patient-centered care’. Het gaat over deze patiënt in zijn situatie. Dus die patiënt wordt enorm belangrijk.

[Paul Kil]
De patiënt is natuurlijk de belangrijkste partner daar waar een besluit wordt genomen over diagnostiek, over behandeling en over nazorg. En ik denk dat de spreekkamer steeds meer zal worden tot een gesprekskamer, en de patiënt steeds meer tot een volwaardige gesprekspartner. Daartoe is het nodig dat artsen weten met wat voor patiënten ze te maken hebben en dat ze de informatievoorziening en de besluiten die ze denken te moeten nemen en de adviezen die ze geven toespitsen op iedere patiënt individueel. En veel patiënten zijn verschillend, maar veel patiënten hebben ook overeenkomstige kenmerken. En daarop zal een arts moeten letten, dat iedere patiënt dus bij hem passende zorg en informatie krijgt.

Hoe wordt de beleving van gezondheid gemeten?

[Sjaak Bloem]
Het model wat ik heb ontwikkeld is zeer breed toepasbaar. Het kan enerzijds gebruikt worden in het preventietraject, dus dat mensen feitelijk niet ziek zijn, gezonde mensen mogelijk zoals jij en ik. Anderzijds is het op tal van indicaties van toepassing, want dat zit hem feitelijk in dat laddertje waarmee wij gezondheid meten. Dat is eigenlijk de crux van alles. Waarom? Dat zal ik proberen uit te leggen. Beleving van gezondheid kun je zien als het op en neer gaan op zo’n laddertje. En ik vraag dan altijd aan mensen, kijkend naar dat laddertje, kijkend naar een bepaalde periode, wat is nu je topdag? Wat is nu je beste dag gegeven een bepaalde periode? En daar vraag ik dan drie woorden bij om dat te duiden. Hetzelfde doe ik ook voor de slechtste dag en dat is eigenlijk de onderkant van je laddertje. Ik vraag dan wederom naar een aantal woorden. En op zo’n manier hebben mensen de uitersten van hun eigen schaal geduid. Daarna ga ik vragen: “Gegeven dat, waar sta je nu? Waar sta je vandaag? Waar sta je afgelopen week? Waar sta je afgelopen maand?” En dat doen mensen door een bepaalde tree op dat laddertje aan te kruisen. Hoe beter ze zich voelen des te hoger ze op die ladder staan. Des te slechter ze zich voelen, des te lager ze op die ladder staan.

Nou kun je natuurlijk tegen mij zeggen: “Ja, dat is leuk en aardig maar als iedereen zijn eigen schaal maakt, hoe kun je dan mensen nog met elkaar vergelijken?” En daar zit de crux van het verhaal. De positie die mensen zichzelf geven op de ladder, ten aanzien van een topdag, die is absoluut. Dus niet de inhoud van hun beleving maar de afstand. Omdat ons theoretisch kader vertelt ons dat mensen er in principe naar streven zo hoog mogelijk op die ladder te staan en of tenminste die positie hebben die ze tevoren hadden. Dus dat betekent ook dat je de afstand van zoals je jezelf op die ladder zette naast die van je topdag dat die absoluut is en dat je die ook over tal van indicaties met elkaar kunt vergelijken. Ik zal twee extremen geven. Enerzijds heb je mensen met een terminale ziekte. Hun topdag is bijvoorbeeld, ik vul het nu maar zelf in, dat ze zo goed mogelijk hebben kunnen praten met hun naaste of dat ze geen pijn hebben gehad. Iemand die bijvoorbeeld zijn been heeft gebroken, die is blij dat hij uiteindelijk op zijn krukken – het is mooi weer zie ik – weer naar buiten kan, van de zon kan genieten. Beide hebben andere topdagen en andere slechtste dagen, maar beide streven ernaar, in hun kader, zo hoog mogelijk op die ladder te staan. Dus die posities, die afstand kun je natuurlijk ook met elkaar vergelijken. En dat leidt dan tot de mooie definitie die wij dan hanteren op het gebied van gezondheid – wij zeggen dan ook vanuit mijn leerstoel: beleefde gezondheid is de beleving van het geestelijk en lichamelijk functioneren om je leven te kunnen leiden wat je wilt leiden binnen de grenzen van je mogelijkheden: je top en je slechtste dag.

Hoe ziet de toekomst van de gezondheidszorg eruit?

[Hans Kerkkamp]
Ik denk dat men nu zeg maar in een soort opstartfase zit, maar als op een gegeven moment dat systeem goed draait en we kunnen aantonen dat die patiënt inderdaad er voordeel van heeft een belangrijke partner te zijn, dat hij kan aangeven wat hij wil, dan zou het weleens heel snel kunnen gaan. En dat is ook mijn grote wens.

[Paul Kil]
Ik denk dat de ontwikkelingen op dit vlak razendsnel zullen verlopen. De veranderingen zijn al bezig, patiënten veranderen, ziekenhuizen veranderen, de zorg om ons heen verandert, de eisen van de omgeving verandert. Dus er zijn al veranderingen in gang gezet. Artsen zijn al heel anders bezig met informatievoorziening en communicatie richting patiënten. Maar ik denk dat de zorg en de kwaliteit van de informatievoorziening, de advisering over een paar jaar essentieel anders zal zijn dan nu. Met name steeds meer toegespitst op de patiënt, rekening houdend met de voorkeuren van de patiënt en ook met wat de patiënt zelf wil en ook aan kan qua informatiebehoefte en ook verlangt aan informatie.

[Sjaak Bloem]
En op deze manier proberen we ook vanuit Nyenrode een steentje bij te dragen aan de gezondheidszorg, de gezondheidszorg te verbeteren, de kwaliteit te verbeteren ook voor het individu en daarnaast, kijkend naar de kosten, om een zo hoog mogelijke kwaliteit tegen een zo laag mogelijke kosten te realiseren.