Tot het 25e levensjaar ontstaan voortdurend nieuwe verbindingen in de hersenen en worden bestaande verbindingen sterker. De groei en ontwikkeling worden onder meer beïnvloed door puberteitshormonen, genetische aanleg en omgevingsfactoren. Gedurende dat proces is het adolescente brein kwetsbaar. Niet voor niets ontwikkelt 80 procent van de psychiatrische aandoeningen zich in de adolescentie.

Actieve emotionele kernen

Het brein heeft emotionele kernen die tijdens de puberteit extra actief worden. Jongeren worden letterlijk geprikkeld om de wereld te ontdekken en volwassen te worden. Het is een evolutionair proces dat onmisbaar is voor de ontwikkeling van kind tot volwassene. Wanneer echter sprake is van extreme gevoeligheid voor deze prikkels kunnen jongeren te veel risico nemen met drank of drugs en radicaal of agressief gedrag vertonen.

Testosteron en ‘witte stofbanen’

Eveline Crone, hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden, heeft de afgelopen vijf jaar bij driehonderd jongeren onderzoek gedaan naar de wijze waarop hun brein zich heeft ontwikkeld. Dat onderzoek heeft enkele opmerkelijke zaken aangetoond. Jongeren die eerder in de puberteit zijn, hebben hogere testosteronniveaus. Dit kan ertoe bijdragen dat zij meer risicogedrag vertonen dan leeftijdsgenoten. Hersenscans tonen verschillen aan in de ‘witte stofbanen’ die verantwoordelijk zijn voor de communicatie tussen emotionele en rationele kernen in de hersenen. Hoe sterker die baan, des te groter de kans dat de ratio het wint van de emotie. Een zwakkere baan kan leiden tot problemen met impulsbeheersing.

Conclusies van het onderzoek?

“Wij weten dat veranderingen ontstaan in de hersenen maar wat het effect daarvan is en wat je kunt doen om ongewenste effecten tegen te gaan, dat weten wij nog niet”, stelt Crone. “Daarom kun je nog geen conclusies verbinden aan ons onderzoek. De veranderingen zijn geen volledige voorspellers voor toekomstig gedrag.” Jongeren die hun impulsen niet kunnen beheersen hebben veelal zwakkere ‘witte stofbanen’ en bij een vroege puberteit is vaker sprake van drank- of drugsgebruik. Maar niet alle jongeren met zwakkere ‘witte stofbanen’ of een vroege puberteit vertonen impulsgedrag en gebruiken drank of drugs.

Invloed van de sociale omgeving op het adolescente brein

Er is nog een andere factor die in veel gevallen grote invloed heeft op de ontwikkeling van het adolescente brein: de sociale omgeving. Vrijwel alle jongeren worden sterk beïnvloed door hun klasgenoten en hun vrienden. Zij willen bij een groep horen en stemmen hun gedrag af op deze groep. Als er al sprake is van zwakkere ‘witte stofbanen’ wordt de impulsgevoeligheid negatief beïnvloed als sprake is van foute vrienden. Daarnaast kan ook het gezin waarin jongeren opgroeien een negatieve invloed hebben op de ontwikkeling van het brein.

Stimuleren van een goede ontwikkeling

Het feit dat het brein kan worden beïnvloed, kan echter ook worden benut om een goede ontwikkeling te stimuleren. Belangrijk is dan wel dat de ontsporing zo snel mogelijk wordt ontdekt. “Hoe sneller je kunt ingrijpen, hoe makkelijker dat proces verloopt en hoe beter het resultaat zal zijn”, weet psychiater Johan Arends. “Een groot aantal onderzoeken toont aan dat een snelle en effectieve interventie bovendien terugval in een later stadium veelal voorkomt.” Omdat de sociale invloed tot het 25e levensjaar groot is, is het belangrijk om bij de behandeling ook aandacht te besteden aan de omgeving. Ouders, leraren, klasgenoten en vrienden kunnen een vangnet zijn of juist een risico vormen.