Opleidingsniveau blijkt een belangrijke voorspeller voor sportdeelname te zijn. Uit recent Nederlands onderzoek is gebleken dat lager opgeleiden het minst sporten, gevolgd door middelbaar opgeleiden. De hoogopgeleiden trainen het meest.

Het nieuwe onderzoek werd vandaag gepubliceerd en is gebaseerd op data van het POLS (Permanent Onderzoek naar de Leefsituatie) van 2001 tot 2009 en de Gezondheidsenquête 2010-2015. Er werden gegevens bekeken van personen van 12 tot en met 79 jaar oud.

Verschil hoog- en laagpopgeleiden

De wetenschappers ontdekten dat lager opgeleiden wekelijks het minst sporten (35%), gevolgd door middelbaar opgeleiden (52%). Hoger opgeleiden sporten het meest (68%). Daarnaast bleek alleen de sportdeelname van hoogopgeleiden over tijd te verbeteren: van 63% in de periode 2001-2005 tot 68% in de periode 2011-2015. De lager en middelbaar opgeleiden lieten in deze perioden geen ontwikkeling zien.

Verklaringen

Het verschil in sportdeelname kan verklaard worden doordat hoger opgeleiden relatief goedkoop gebruik kunnen maken van sportfaciliteiten van universiteiten of hoge scholen. Daarnaast kan meer opleiding ook leiden tot meer kennis van gezond gedrag. En naarmate ouders meer aan sport doen, zullen hun kinderen ook volgen.

Een mogelijke reden achter de groei onder hoger opgeleiden kan zijn dat de sporten die passen in de leefstijl van hoogopgeleide jongvolwassenen – fitness, hardlopen, bootcamp – de afgelopen jaren meer worden beoefend.

De onderzoekers benadrukken dat het verschil niets heeft te maken met leeftijd of afkomst. Hoogopgeleide niet-westerse migranten (57%) sporten namelijk ook meer dan lager opgeleiden autochtonen (35%). En hoger opgeleide ouderen (56%) trainen vaker dan laagopgeleide jongeren (39%).

Gemeentegrootte

Daarnaast bleek het contrast met gemeentegrootte samen te hangen. Zo sport 71% van de hoger opgeleiden in de grootste gemeenten wekelijks, terwijl het aandeel onder laagopgeleiden op 29% ligt. De verschillen in de kleinere gemeenten zijn minder groot. De onderzoekers veronderstellen dat dit wellicht te maken heeft met de bevolkingssamenstelling van gemeenten. In grote steden wonen immers veel studenten en jongvolwassenen met een hoge sportdeelname.

Lokale aanpak

Hoewel het beleid van gemeenten er vaak op is gericht het verschil in sportdeelname kleiner te maken en lager opgeleiden meer te laten sporten, blijkt juist dat hoogopgeleiden meer aan sport gaan doen. Hierdoor wordt het contrast niet kleiner, maar groter. De onderzoekers adviseren dan ook een lokale aanpak om de kloof te verminderen. Zo zouden gemeenten moeten zorgen voor voldoende sportmogelijkheden en aanbod dat past bij de behoefte van de doelgroep.