Ouderen wonen, vergeleken met de jaren zeventig en tachtig, steeds langer zelfstandig thuis. Ten dele is dat een bewuste keuze van de oudere die zijn of haar zelfstandigheid niet wil opgeven. Maar voor een groot deel is dat noodzaak.

Verantwoord thuis wonen?

De overheid heeft de indicatiestelling voor verzorgingshuizen, voorheen beter bekend als bejaardenhuizen, zo aangepast dat wie gebruik kan maken van een alarmknop niet in aanmerking komt voor langdurige zorg en thuis moét blijven wonen. Voorwaarden voor verantwoord thuis wonen zijn dat er voldoende hulp is, mantelzorg of professioneel, en dat de huizen geschikt zijn of op korte termijn kunnen worden gemaakt voor ouderen.

Tekort aan seniorenwoningen

En daar ligt het eerste probleem. Er zijn heel veel senioren en de komende decennia is er sprake van een aanzienlijke vergrijzingsgroei. Als gevolg daarvan zal het tekort aan geschikte seniorenwoningen tussen nu en 2030 oplopen tot ruim 80.000. “Er is onvoldoende nagedacht over de gevolgen van het ingezette beleid”, stelt Wilco Achterberg, hoogleraar ouderengeneeskunde aan het LUMC. “De overheid gaat ervanuit dat de maatschappij het zelf wel oplost. Er wordt een groot beroep gedaan op de burgers.” Van iedereen, ouders, kinderen, familie, vrienden en buren, wordt verwacht dat zij vrijwillig de hulp bieden die de thuiszorg of instellingen voor langdurige zorg niet meer leveren.

Mantelzorg in Nederland en België

In Nederland is er voor mantelzorgers weinig geregeld. In landen rondom ons, zoals België, is volgens Achterberg meer en beter beleid ontwikkeld om mantelzorgers te faciliteren. Mensen die veel verzorging nodig hebben, kunnen van hun zorgverzekering een maandelijkse toelage krijgen voor het betalen van de niet-medische kosten, waaronder mantelzorg, wanneer ze in hun thuismilieu verblijven.

Daarnaast kennen veel steden en gemeenten ook een zogenaamde gemeentelijke mantelzorgpremie. Dit bedrag wordt maandelijks of jaarlijks toegekend aan de mantelzorger. Voor zowel werknemers als ambtenaren is er nog het tijdskrediet of de loonbaanonderbreking dat kan worden gebruikt om betaald verlof te krijgen voor het geven van langdurige mantelzorg.

Hoe staat zorgverlof ervoor?

De Nederlandse overheid faciliteert mantelzorgers niet zo uitgebreid als in België. Wettelijk is geregeld dat werknemers recht hebben op calamiteitenverlof, kortdurend en langdurend zorgverlof. Maar zelfs voor langdurend zorgverlof geldt dat zorgverleners maximaal zesmaal per 12 maanden het aantal uren mogen opnemen dat zij werken. En voor mensen zonder betaald werk, is er helemaal geen vergoeding.

Toch zijn ook in Nederland veel mensen bereid om, al dan niet onder druk, de helpende hand toe te steken. Maar zij zijn geen professionele hulpverleners. En soms wordt de druk te hoog waardoor de mantelzorg, al dan niet geheel, wegvalt. Daarnaast kan het de persoonlijke relatie tussen hulpvrager en hulpverlener schaden.

Basale thuiszorg

Bijkomend probleem is dat vanwege de hoge tijdsdruk, zeker in het geval van thuiszorg, in veel gevallen uitsluitend de hoogstnoodzakelijke hulp kan worden geboden. Er is geen tijd voor sociaal contact. Die mogelijkheid tot sociale contacten wordt weliswaar vaak wel geboden in wijkcentra, maar wie fysiek niet in staat is om naar die wijkcentra te gaan, raakt geïsoleerd. “Er wordt gekeken naar basale zorg en niet naar de eisen voor de kwaliteit van leven”, vindt Achterberg.

Schoonvader met Parkinson

Het komt, omdat er onvoldoende geld beschikbaar is voor professionele hulp, uiteindelijk neer op familieleden en buurtbewoners om die kwaliteit van leven te verbeteren en te voorkomen dat mensen in een isolement raken. “Bij mijn schoonvader ontstond een beter contact met enkele buurtbewoners toen hij een ‘alarmknop’ kreeg”, vertelt Wilbert Beijers.

Zijn schoonvader had de ziekte van Parkinson in een vergevorderd stadium en kon als hij was gevallen niet meer zelf overeind komen. Toen zijn dochter en schoonzoon met enkele buren gingen praten en hen vroegen of zij bereid waren om in geval van nood hulp te bieden, wilden zij daar zonder uitzondering aan meewerken.
Op momenten dat Beijers en zijn echtgenote niet thuis of in de buurt waren op het moment dat de meldkamer belde met een hulpvraag, werden de buren ingeschakeld. Daardoor was, zo bleek in de praktijk, na een val altijd binnen enkele minuten iemand ter plaatse.

Beter sociaal contact

Bijkomend voordeel was dat het contact tussen de schoonvader van Beijers en de buren verbeterde. “Als je bij iemand over de vloer komt in geval van nood, kom je ook makkelijker langs voor een kopje koffie”, constateert Beijers. Zo resulteerde de vraag om hulp in geval van nood in een uitbreiding van het sociale netwerk van zijn schoonvader.