Er worden veelbelovende resultaten geboekt met het inzetten van leefstijl tegen bepaalde ziektes. Toch is het niet altijd makkelijk om zowel patiënten als huisartsen te overtuigen van de toegevoegde waarde, vertellen huisarts Karolien van den Brekel, psychotherapeut Pim van Dun, en woordvoerder van het Longfonds Pauline van Voorst.

Het lijkt een opkomende trend: steeds vaker neemt de huisarts leefstijladvies mee in de behandeling. Niet zo gek, stelt huisarts en consulent preventie Karolien van den Brekel: “Ongeveer de helft van alle chronische ziektes zijn te wijten aan leefstijl. Roken is de allerbelangrijkste oorzaak. Maar ook een gebrek aan lichaamsbeweging, te veel stress en zelfs eenzaamheid hebben grote gevolgen.” De gevolgen liegen er niet om: hart- en vaatziekten, overgewicht, diabetes en verschillende soorten kankers worden allen in zekere mate veroorzaakt door een ongezonde leefstijl.

Psychotherapie

Pim van Dun is psychotherapeut. Hij behandelt onder andere depressies, angststoornissen en onverwerkt trauma, of problemen met de persoonlijkheid of sociale omgang. Ook in de psychotherapie zet men al lange tijd leefstijl in als behandeling bij verschillende klachten, merkt hij op. “Hierin maken we het onderscheid tussen de heel concrete, meer acute klachten, zoals depressie of angst, en de meer structurele klachten, zoals problemen met persoonlijke omgang. Bij de meer acute klachten maakt leefstijl zeker een groot verschil.” Van Dun noemt het startpunt voor het behandelen van een burnout als voorbeeld: “Je vraagt altijd als eerste of iemand genoeg beweegt, gezond eet en voldoende rust neemt.”

Longpatiënten

Pauline van Voorst, woordvoerder van het Longfonds, vertelt dat er ook in de longzorg steeds meer aandacht voor is. “Nu is het vaak niet zo dat men helemaal kan stoppen met medicatie. Maar het betekent vaak wel een behoorlijke vermindering van de ziektelast.” Ook bij longziektes bestaat de leefstijlaanpassing uit meer beweging, stoppen met roken en gezonder eten. Longpatiënten hebben vaak moeite met beweging vanwege benauwdheid, looptraining zorgt ervoor dat ze toch in beweging blijven. Bovendien leren longpatiënten dankzij longrevalidatie hoe zij in het dagelijks leven met hun longziekte moeten omgaan. “Daarnaast zijn er sommige longaandoeningen waardoor de patiënt erg afvalt,” vertelt Van Voorst. “Ook zijn er juist patiënten die aankomen omdat ze minder kunnen bewegen. Voeding is dus ook erg belangrijk voor longpatiënten.”

Resultaten

De resultaten van leefstijlverandering kunnen veelbelovend zijn. Initiatieven om diabetici gezonder te laten leven – meer sporten, gezonder eten – leidt tot een grote reductie van insulinegebruik. “Er wordt genoemd dat ongeveer de helft van de patiënten met diabetes type 2 kan minderen of stoppen met insuline als zij hun leefstijl omgooien”, zegt Van den Brekel. “Ik vind het lastig om hier aantallen aan te verbinden, maar dat het om een significante groep gaat staat buiten kijf.” Ook het inzetten van looptherapie bij depressies kan een belangrijk verschil maken, zegt Van Dun. Tijdens deze looptherapie lopen of rennen de patiënten met elkaar. “Door te rennen maak je endorfines aan, en deze helpen goed tegen somberheid. Bovendien doe je het samen. Je hebt sociaal contact in zo’n groep, en je leert hoe je je tot andere mensen verhoudt. Dit kan zeker voor mensen met depressies, eenzaamheid of angststoornissen heel belangrijk zijn.”

“Mindfulness heeft een steeds sterkere wetenschappelijke onderbouwing voor het verminderen van stress of angstige gedachten, en wordt inmiddels vergoed door zorgverzekeraars.”

Mindfulness

Dun voorspelt dat er in de nabije toekomst een aanpak wordt toegevoegd: mindfulness. Door zich zeer bewust op te concentreren wat er in het nu gebeurt – gevoel van het lichaam, ademhaling, geluiden of andere sensaties – is men even niet bezig met gedachten aan de toekomst die stress kunnen geven. Mindfulness heeft een steeds sterkere wetenschappelijke onderbouwing voor het verminderen van stress of angstige gedachten, en wordt inmiddels vergoed door zorgverzekeraars, stelt Van Dun. “Maar het moet nog wel af van de wat mistige sferen die soms om het onderwerp hangen”, zegt hij. “Het wordt wel eens heel spiritueel neergezet. Maar bijvoorbeeld onder de douche voelen hoe het warme water je lichaam raakt, zonder te denken aan werk of de rest van de dag, is al mindfulness.”

Motivatie

Maar makkelijk is het voor de patiënt niet. Het radicaal omgooien van leefstijl valt veel patiënten zwaar. “Probeer het zelf maar eens,” zegt Van den Brekel, “het is heel moeilijk om oude gewoontes te veranderen. Medewerkers van mijn praktijk hebben allemaal een stappenteller moeten dragen om zelf inzicht te krijgen in hun beweging. Het opende hen de ogen hoe moeilijk het is om je dagelijkse stappen te halen.” Begrip tonen naar de patiënt is volgens Van den Brekel belangrijk, evenals goede begeleiding en de juiste gespreksvoering. Door patiënten intrinsiek te motiveren, is de kans van slagen groter. “Ik vertel nooit dat de patiënt iets moet, maar schets altijd hoe diens leefstijl invloed heeft op de belangrijke dingen in zijn of haar leven. ‘Wanneer je meer beweegt en gezonder eet, ben je vitaler en kun je meer met je kleinkinderen spelen’, zou bijvoorbeeld een aanpak kunnen zijn.” Ook Van Voorst merkt op dat het psychische aspect veel patiënten zwaar valt. “Het is moeilijk om het leven drastisch om te keren. Psychische ondersteuning en motivatie werkt dan ook goed voor deze patiënten” Volgens haar werkt het om in te zetten op positieve gezondheid: wat kun je nog wel, in plaats van benadrukken wat je niet meer kan.

Buurtgerichte zorg

Toch wil niet iedere huisarts zo inzetten op leefstijl. “Er zijn zeker huisartsen kritisch over deze methode,” zegt Van den Brekel. Overigens met redelijke argumenten, vindt ze. De gesprekstechnieken die zich richten op positieve gezondheid kosten meer tijd, hetgeen een huisarts vaak niet heeft. Bovendien wordt de vergoeding gebaseerd op genezing van zieke patiënten, en niet in het voorkomen van nieuwe ziektegevallen, zegt Van den Brekel. “Terwijl het investeren in tijd later juist tijd oplevert. Door deze gesprekken te voeren, blijven patiënten langer gezond en hoeven
ze minder behandeld te worden.” Van den Brekel benadrukt dat het belangrijk is vooral veel anderen erbij te betrekken om het beste resultaat te halen. Buurtgerichte zorg, waarbij hulpverleners uit de wijk worden betrokken, kan hier uitkomst bieden: “Thuiszorgverleners, wijkteams of buurtcoaches kunnen helpen bij het ondersteunen van leefstijlverandering. Je moet het samen doen.”