Onderzoekers van onder meer Radboudumc hebben twaalf genetische variaties gevonden die het risico op ADHD verhogen. Ze publiceren hierover in Nature Genetics. De resultaten kwamen tot stand door het combineren van grote groepen proefpersonen. Hoewel deze twaalf genen een bescheiden rol spelen in het ontstaan van de stoornis, is deze studie een zeer belangrijke stap in het begrijpen van de biologie van de aandoening.

Over de oorzaak van ADHD is nog veel onduidelijk. Bekend is dat het gaat om een afwijking in het functioneren van het brein. Uit onderzoek is gebleken dat de omvang van de hersenen bij mensen met ADHD zo’n 3 tot 4 procent kleiner is dan bij mensen die geen ADHD hebben. Daarbij gaat het vooral om gebieden in de rechterhersenhelft, waar het organisatie- en concentratievermogen gestimuleerd wordt. Niet alleen is dit gebied minder groot, het vertoont ook minder activiteit.

Problemen met de neurotransmitters

Om signalen en impulsen door te geven van de ene naar de andere zenuwcel, maken onze hersenen neurotransmitters aan. Bij iemand met ADHD worden deze ‘neurotransmitters’ wel goed uitgezonden, maar slecht ontvangen. De ontvangende zenuwcel blokkeert als het ware de neurotransmitter en daarmee het signaal, waarop deze wordt teruggekaatst. Het gevolg is een hyperactieve heropname van de neurotransmitters en bijhorende impulsen. Dit vertaalt zich in symptomen zoals impulsiviteit, concentratieproblemen, onrust, stemmingswisselingen, prikkelbaarheid en hyperactief gedrag.

De rol van erfelijkheid bij deze aandachtsstoornis

Uit de meeste studies blijkt dat er sprake is van erfelijkheid. Driekwart van alle volwassenen met ADHD heeft ook kinderen met de stoornis. Onderzoek heeft er voor gezorgd dat ADHD als neurobiologische stoornis wordt gezien, en niet als aangeleerd gedrag. De meeste studies concentreren zich op de relatie tussen genen en omgeving. Aangenomen wordt dat een bepaald gen slechts dan een negatief effect heeft als er gelijktijdig sprake is van een risicovolle omgeving, zoals problematische relaties met anderen, ingrijpende gebeurtenissen, slechte voeding en een moeilijke bevalling. Bij ADHD lijkt dat het geval te zijn.

Volwassenen met een aandachtsstoornis

De impact van ADHD op volwassenen

Kinderen groeien niet over hun aandoening heen, iets wat vroeger wel gedacht werd. Het is meer zo dat de symptomen van ADHD (deels) veranderen. Zij zijn doorgaans minder hyperactief dan tijdens hun kinderjaren. In plaats van druk gedrag vertonen zij nu een innerlijke onrust. Daarnaast kunnen zij sommige symptomen beter controleren, zoals impulsiviteit en woedeaanvallen. Dat geldt minder voor het typische verschijnsel slapeloosheid. Veel volwassenen blijven last houden van slaapproblemen. Maar ook van vergeetachtigheid, snel afgeleid zijn en regelmatig te laat komen.

Eenmaal kind-af, en dus op zichzelf aangewezen, heeft een aantal ADHD’ers moeite zich staande te houden in een samenleving die rijk is aan prikkels en afleidingen. Dit kan voor emotionele problemen zorgen. Denk aan depressies, faalangst, een negatief zelfbeeld en relatieproblemen. In sommige gevallen leidt ADHD tot onbegrip bij anderen.

Aan de buitenkant is niet te zien dat iemand er last van heeft. Als iemand dan snel is afgeleid of chaotisch is, kan dat verkeerd geïnterpreteerd worden. Alsof die persoon ietwat zonderling, asociaal of onverantwoordelijk is. Daardoor zijn vriendschappen moeilijk te onderhouden en verandert men relatief vaak van baan.

Meer over de publicatie van het Radboudumc lees je hier.