Artsen leren onvoldoende over pijngeneeskunde. Hoewel de aandacht voor chronische pijn en de behandeling ervan toeneemt, ontbreekt de benodigde kennis om juist te kunnen handelen. Frank Huygen, hoogleraar anesthesiologie en pijnspecialist in het centrum voor pijngeneeskunde van het Erasmus MC, pleit voor meer pijnonderwijs zodat voorschrijvers goed doordachte keuzes kunnen maken bij de behandeling en begeleiding van patiënten.

Voorschrijfbeleid

Het sterk toegenomen gebruik van opioïden was eerder dit jaar onderwerp van een kamerbrief. Onder andere een onzorgvuldig voorschrijfbeleid werd genoemd als factor die bijdraagt aan de toename. Hoe ziet u dit?
“In grote lijnen kan ik me goed vinden in de brief. Er zijn situaties waarin we wel degelijk opioïden moeten gebruiken, bijvoorbeeld om oncologische pijn te bestrijden. In andere gevallen, bijvoorbeeld na een operatie, zal het soms wel en soms niet nodig zijn, maar altijd kortdurend. Dan moet die patiënt geen recept meekrijgen voor een tot drie maanden. Daarnaast zouden herhalingsrecepten niet ongecontroleerd getekend mogen worden door artsen zoals nu schijnbaar gebeurt. Dat voorschrijvers geen tijd hebben om dit soort recepten te controleren, kan niet de bedoeling zijn.”

Hoe zou de behandeling wel moeten verlopen?
“Dat is heel afhankelijk van de situatie van de patiënt. Om te beginnen dient men zich bewust te zijn dat pijnbehandeling soms meer vergt dan enkel symptoombestrijding. In het zenuwstelsel kan bijvoorbeeld van alles misgaan waardoor pijnprikkels erger worden ervaren dan ze zijn. Dat heeft effect op de beleving en het gedrag van patiënten. Wanneer mensen te veel pijn of chronische pijn ontwikkelen, is het van belang niet als reflex pijnstillers voor te schrijven, maar alle aspecten van de pijn te doorgronden. Vervolgens kan men ingrijpen op het aspect waar het misgaat. Wanneer sterke pijnstillers wel nodig zijn, bijvoorbeeld bij acute postoperatieve pijn, moet de patiënt betere begeleiding krijgen. Nu worden ze te vaak met recepten naar huis gestuurd, terwijl de monitoring ontbreekt. Een postoperatieve pijnpoli zoals thans ontwikkeld in het Universitair Medisch Centrum Utrecht zou uitkomst kunnen bieden.”

Geen ziekte, maar symptoom

Worden artsen bij pijnbehandeling voldoende ondersteund met richtlijnen?
“Nee, het gaat mis in de basis. In het raamcurriculum voor de artsenopleiding wordt pijn niet benoemd. Het verschilt dus per faculteit geneeskunde hoeveel pijnonderwijs er wordt geboden. Dat zorgt voor frictie, want er is zo veel om te vertellen tijdens een opleiding. Het merendeel van de patiënten die zich op een spreekuur melden, komt echter binnen met een pijnklacht. Het is primair een symptoom en als de oorzaak vindbaar is, moet je die behandelen en niet met pijnstillers aan de slag. Maar pijn die uit de hand loopt, is een ziekte in zijn eigen recht en behoort als dusdanig behandeld te worden. Zittende artsen moet je daarover bijscholen, maar je moet niet dweilen met de kraan open en dus tegelijkertijd ook starten met onderwijs aan de toekomstige generatie dokters.”

Wie is er aan zet?
“Het is primair de verantwoordelijkheid van artsen zelf. We komen pas uit de impasse als we samen het raamcurriculum aanpassen. Minister Bruins stelde ook de vraag of dit door de beroepsgroep zelf opgelost kan worden. Als die echter faalt, is het nodig dat de overheid maatregelen neemt, zoals is gedaan bij diabetes en Chronische Aspecifieke Respiratoire Aandoeningen (CARA). De uitdaging is dat je in registratiesystemen niet kunt zien dat het aantal gevallen van chronische pijn uit de hand loopt, omdat het niet als ziekte, maar als symptoom voorkomt. Het zit verstopt achter een andere diagnose.”

Meer informatie?
https://www.sip-platform.eu/en

Dit interview is financieel mogelijk gemaakt door Grünenthal. De hierin besproken meningen en ervaringen zijn afkomstig van de geïnterviewde personen, Grünenthal heeft geen invloed gehad op de inhoud.