In 2050 zullen wereldwijd 4,758 miljard mensen bijziend zijn, naar schatting 49,8 procent van de bevolking. Dat voorspellen Amerikaanse onderzoekers aan de hand van een recent onderzoek onder 2,1 miljoen mensen. Hoewel bijziendheid (myopie) in de samenleving veelal wordt beschouwd als een lastigheid die met een bril te verhelpen is, is het zeker in ernstige mate een medische afwijking.

Ook in Nederland stijgt het aantal mensen met myopie. Waar een op de vier zestigers lijdt aan bijziendheid, is dat bij twintigers al een op de twee. Met de toename van bijziendheid neemt ook het aantal ernstige gevallen toe en daarmee het risico op slechtziend- of blindheid. Myopie is nu al de belangrijkste oorzaak van blindheid bij mensen jonger dan 75. “Voor kinderen geldt dat een brilsterkte van min zes of hoger op latere leeftijd leidt tot een kans van een op drie om ernstig slechtziend of blind te worden”, licht Caroline Klaver, hoogleraar epidemiologie en genetica van oogziekten, toe.

Gedragsverandering

De oorzaken van myopie zijn complex en onderzoek heeft meerdere risicofactoren geïdentificeerd. Hoewel erfelijkheid een rol kan spelen bij het ontstaan van myopie, vormt ook de leefstijl van kinderen een grote risicofactor. Met name het verrichten van zogenaamd dichtbijwerk – lezen, knutselen, beeldscherm- of smartphonegebruik – wordt aangewezen als mogelijke oorzaak. Bas de Nes, directeur van de Nederlandse Unie van Optiekbedrijven (NUVO), beaamt dat vooral die laatste twee een struikelpunt vormen voor de ooggezondheid.

Hij legt uit dat activiteiten zoals spelletjes spelen of lezen op een tablet of smartphone kinderen met hun ogen heel dichtbij het scherm laten komen. Daarbij valt de projectie van de lichtstralen die het oog binnenkomen met name aan de zijkanten van het oog niet op het netvlies, maar erachter, wat het oog stimuleert om te groeien. Een langere, eivormige oogbol resulteert in een wazig beeld op het netvlies, het kenmerk van bijziendheid. Schermen zijn daarnaast voor veel kinderen verslavender dan ander dichtbijwerk, voegt Klaver toe. Het is verleidelijker lange perioden onafgebroken naar een smartphone te kijken dan naar een boek of puzzel.

Lichtintensiteit buiten

Afhankelijk van hoe je het bekijkt, is het feit dat bepaald gedrag bijdraagt aan het verslechteren van de ooggezondheid volgens Klaver in principe positief nieuws. Erfelijkheid speelt een rol bij de ontwikkeling van bijziendheid, maar bij wie gedrag de hoofdoorzaak is, is er heel veel te bereiken met leefstijladviezen. “Met gedragsverandering is het mogelijk de brilsterkte van kinderen onder de min zes te houden”, zegt Klaver. Verstandig omgaan met dichtbijwerk is zo’n gedragsverandering.

Om te beginnen zouden kinderen minstens dertig centimeter afstand moeten bewaren tussen het gezicht en het scherm. Om echt resultaat te boeken is echter een meer rigoureuze aanpassing van de leefstijl nodig. Uit onderzoek in Azië blijkt dat twee uur per dag buiten zijn als kind de kans op myopie verkleint. Hoewel de exacte manier waarop dit in zijn werk gaat nog niet bekend is, hebben wetenschappers aangetoond dat de lichtintensiteit buiten een positief effect heeft op het oog en overmatige groei kan helpen voorkomen. Daarbij komt dat elk uur dat kinderen actief buiten doorbrengen, een uur minder beeldschermtijd betekent.

‘Pauzes moeten heilig zijn’

Kinderen twee uur per dag buiten laten zijn vereist niet alleen inzet van ouders. Het grootste deel van de dag wordt doorgebracht op school of een opvang, waar kinderen in veel gevallen tijdens de pauzes binnen mogen blijven en zelfs op de computer spelen. Bovendien stappen steeds meer scholen over naar een continurooster, waarbij buitenspeeltijd in de praktijk steeds korter wordt. “Dat zou niet moeten mogen, die pauzes moeten heilig zijn”, zegt Klaver.

Scholen spelen ook een rol in het vroegtijdig signaleren van beginnende bijziendheid, zegt De Nes. “Docenten zijn vaak de eersten die merken dat leerlingen moeite hebben met dingen zien.” Om er helemaal zeker van te zijn dat klachten bij kinderen zo snel mogelijk worden gesignaleerd, pleit hij voor de herinvoering van de oogtest op school. “Iedereen, ook kinderen, zou minstens een keer per twee jaar zijn of haar ogen moeten laten controleren en meten. Het is een kleine kostenpost waarmee een hoop leed voorkomen kan worden.”

Behandeling van myopie

De symptomen van myopie zijn weg te nemen met optische interventie in de vorm van een bril of contactlenzen. Daarbij is het wel van belang dat het aanmeten van een bril of lenzen door een gediplomeerde specialist gedaan wordt, waarschuwt De Nes. Niet alle aanbieders van oogmetingen hebben een bijbehorende opleiding gevolgd, en drogisterijen of partijen die online een oogtest aanbieden raadt De Nes af. Naast symptoombestrijding kan met behulp van medicijnen en gedragsinterventie de ontwikkeling van myopie geremd worden, maar het terugdraaien van ontstane bijziendheid is (nog) niet mogelijk.

Zoals bij veel aandoeningen geldt daarom ook voor myopie dat voorkomen beter is dan genezen. Wat hierbij van groot belang is, is meer kennis en gewaarwording omtrent de risico’s die bijziendheid met zich meebrengt. “Men ziet een bril tegenwoordig niet meer als medisch hulpmiddel, maar als accessoire”, zegt De Nes. Als kinderen op jonge leeftijd een bril nodig hebben, wordt dit vrij gemakkelijk geaccepteerd, mede omdat men zich niet bewust is van het feit dat die noodzaak voor een bril een verhoogde kans op blind- of slechtziendheid betekent. Ook Klaver pleit voor meer bewustzijn. “Mensen moeten weten wat de oorzaken zijn, en welke risico’s een kind met hoge myopie loopt.” Zowel de overheid, media en scholen kunnen daaraan bijdragen. En dat moeten ze ook willen, stelt De Nes. Een stijging van het aantal mensen met een visuele beperking is niet alleen vervelend voor de patiënten zelf, het resulteert in toenemende kosten voor de samenleving op het gebied van zorg en uitkeringen.

Blauw licht

Fysieke schade aan het oog in de vorm van bijziendheid is niet het enige effect van de maatschappelijke ontwikkeling om minder tijd buiten, en meer tijd achter een beeldscherm door te brengen. Rond het twintigste levensjaar is het oog uitgegroeid en daarmee minder gevoelig voor omgevingsfactoren die myopie kunnen veroorzaken. Dat betekent echter niet dat beeldschermgebruik geen nadelig effect meer heeft op de gezondheid, zegt Gerard Kerkhof, hoogleraar psychofysiologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Het blauwe licht dat apparaten zoals smartphones, tablets en laptops afgeven, is voor het oog op zich niet schadelijk, legt Kerkhof uit. Blauw licht komt ook in de natuur voor en in combinatie met rood licht en duisternis helpt het het lichaam onderscheid te maken tussen dag, avond en nacht. Het probleem ontstaat wanneer mensen zichzelf relatief veel blauw licht toedienen op onnatuurlijke momenten. “We willen het maximale uit ons leven halen op allerlei manieren, ook ‘s avonds”, zegt Kerkhof. “We zien dit als efficiënt gebruik maken van de tijd, maar negeren daarbij de gezondheidsrisico’s.”

Vertraagde biologische klok en lagere slaapefficiëntie

Hoewel veel mensen bekend zijn met de link tussen blauw licht en een verstoord slaapritme, wordt het volgens Kerkhof niet serieus genoeg genomen. “Slaapgebrek is stoer geworden in onze samenleving.” In realiteit is slaap een primaire levensbehoefte, en de biologische klok helpt bij het reguleren ervan door aan te geven in welke periode het beste geslapen kan worden, namelijk
’s nachts.

Licht en donker zijn daarbij de belangrijkste hulpmiddelen. “Door onze ogen nog lang na zonsondergang bloot te stellen aan kunstlicht, en blauw licht in het bijzonder, vertellen we onze biologische klok dat het nog steeds dag is, zegt Kerkhof. Het resultaat is een verhoogd risico op een vertraagde biologische klok en lagere slaapefficiëntie. Prestaties gaan omlaag, mensen zijn minder alert en lopen een grotere kans op het ontwikkelen van een stemmingsstoornis.

Ook hier ligt de oplossing bij meer bewustzijn en gedragsverandering. “We zouden meer in lijn met natuurlijke factoren moeten leven”, adviseert Kerkhof. “Als het op voeding aankomt vinden we dat al vrij vanzelfsprekend, in het geval van licht en donker nog niet.”