Virtual Reality krijgt steeds meer toepassingen in de gezondheidszorg. Niet alleen werkt de technologie als pijnbestrijding, het is bovendien een waardevol hulpmiddel tijdens psychiatrische therapieën. Wat maakt VR zo krachtig, en hoe kan men het toepassen?

Een belangrijk onderdeel van cognitieve gedragstherapie bij patiënten met psychoses is het blootstellen aan moeilijke situaties. Langzaamaan rehabiliteren de patiënten door blootgesteld te worden aan triggers die moeilijkheden veroorzaken, zoals drukke plekken als supermarkten of winkelstraten. “Voor mensen met een psychiatrische aandoening kunnen alledaagse situaties al ontzettend moeilijk zijn,” vertelt onderzoeker Chris Geraets (UMCG). Zij deed onderzoek naar Virtual Reality (VR) bij psychotische patiënten. Deze patiënten blijken dankzij VR minder paranoïde en angstig te zijn, waardoor ze het sneller aankunnen om zich in openbare plekken te begeven. “Patiënten met psychoses vertonen vaak achterdocht, waardoor ze plekken gaan vermijden waar zij achterdochtig of angstig worden: denk dan bijvoorbeeld aan supermarkten, het openbaar vervoer, of natuurlijk op straat. Met de Virtual Reality-bril kunnen wij hen weer langzaam laten wennen aan deze situaties en ze tijdens de behandeling ondersteunen.”

Echte wereld vs. virtuele wereld

Deze virtuele ondersteuning zou men in de echte wereld niet kunnen reproduceren: de behandelaar kan namelijk allerlei variabelen in de virtuele wereld veranderen. Dit wordt pas echt duidelijk wanneer je het zelf ondergaat. Je zet de bril op, en staat ineens in een drukke winkelstraat. Mensen lopen om je heen, ze kijken je aan. Plots loopt een man op je af, een dreigende blik op zijn gezicht. Ondertussen, in de echte wereld, zit Geraets naast je achter haar computer. Zij bedient de gezichtsuitdrukkingen van de man die tegenover je staat. Met een klik van de muis tovert ze een stralende glimlach op de man zijn gezicht. Je loopt verder langs de mensen, en ziet dat iedereen ineens doorloopt en de straat verlaat. Wederom het werk van Geraets: zij stelt het aantal mensen in de straat bij naar beneden. De straat is uitgestorven.

De gewenste situatie creëren

Door variabelen als gezichtsuitdrukking en drukte te beïnvloeden, kan Geraets de gewenste situatie creëren: ze kan de patiënt confronteren met bepaalde triggers, zoals boze mensen, of de intensiteit bijstellen wanneer het de patiënt te veel wordt. Vanzelfsprekend heeft een behandelaar tijdens reguliere cognitieve gedragstherapie deze mogelijkheden niet. En de winkelstraat is niet het enige scenario. Zo kan de patiënt meeluisteren met een gesprek tussen twee bekenden, de virtuele Gerard en Laura. “Pfft, mooi shirt hoor, Laura, heb je die nieuw ofzo?” schampert Gerard. Laura kijkt sip naar de grond. Vervolgens moet de patiënt vragen beantwoorden over wat de gesprekspartners bedoelen: meent Gerard zijn compliment over Laura’s nieuwe shirt? Denkt Laura dat Gerard zijn compliment meent? Is Laura blij na Gerards compliment?

Emoties lezen

Bovendien kunnen technologieën worden toegevoegd aan de VR-bril, zoals een eye-tracker. Hiermee wordt exact de blik van de patiënt gevolgd. Bij bijvoorbeeld mensen met autisme kan dit waardevolle inzichten leveren. “Wij hadden een deelnemer in ons onderzoek waarbij de opdracht was emoties van andere mensen te lezen,” vertelt Geraets. “Toen wij de eye-tracker gebruikten, zagen we dat hij alleen keek naar de mond van zijn gesprekspartners, en niet naar de ogen of andere delen van het gezicht. Mensen met autisme, die dit bijvoorbeeld ook vertonen, kunnen wij dan aanleren om ook naar de rest van het gezicht te kijken. Zo leren ze om emoties beter te lezen.”

Pijnbeleving verminderen met VR

VR wordt al breder toegepast in de klinische psychologie. Zo gebruikt men een VR-bril bij brandwondpatiënten tijdens verbandwisselingen. “Er was een jong meisje, met een groot percentage brandwonden,” herinnert klinisch psycholoog Kirsten Lamberts (Brandwondencentrum Martini Ziekenhuis) zich, “en ze werd al angstig zodra een verpleegster haar kamer binnenkwam om haar verband te verwisselen. Ze had de pijn van de verbandwissel al zo vaak meegemaakt, dat ze het al ervoer voordat de daadwerkelijke handeling werd uitgevoerd. Niets hielp: medicijnen, ademhalingstechnieken of andere soorten afleiding. Totdat we bij haar een virtual reality-bril opzetten.”
Terwijl de verpleegster het verband verwisselt, speelt het meisje een spelletje: ze gooit met sneeuwballen naar pinguïns. Ze gaat zo in het spel op dat ze amper merkt dat ze een, normaal gesproken, zeer pijnlijke behandeling ondergaat. “Vaak weten ze wel dat het gebeurt, maar zeggen ze achteraf dat de pijn ze eigenlijk niet zoveel kon schelen, zó afgeleid zijn ze,” vertelt Lamberts.

Visuele prikkels

“In feite overprikkelen we het brein met VR,” vertelt Lamberts. “ Omdat mensen zo visueel ingesteld zijn is VR voor patiënten zo overweldigend, dat het brein simpelweg geen capaciteit meer heeft om de pijn te verwerken. Het gevolg is dat de patiënt de pijn veel minder sterk voelt.”
Dat de patiënt zo’n sterke vermindering van pijn ervaart, roept voor Lamberts de vraag op in welke mate het een lichamelijke reactie is en in welke mate een psychische. “Het feit dat afleiding zo’n sterk effect heeft, en dat patiënten soms al heel heftig reageren wanneer ze alleen nog maar aan pijn denken, laat wel zien dat pijn een grote psychisch component heeft. Maar wat de verhouding is tussen het lichamelijke en het psychische aandeel, is moeilijk te zeggen: daar zullen we echt meer onderzoek naar moeten doen.”

Ook voor Geraets blijft de vraag over wat er precies in het brein gebeurt wanneer de patiënt een VR-bril opzet. “We weten nog niet precies wat er gebeurt, maar we weten wel dat patiënten sterk reageren op de visuele prikkels. De patiënten weten dat het nep is, maar ze reageren toch zoals ze in het echt zouden doen op de prikkels die wij hen geven: ze voelen zich écht boos, bang of wantrouwig.”

Toekomst

Waar VR over vijf jaar staat? Zowel Geraets als Lamberts hopen dat het snel algemeen gebruikt wordt. Zij vinden het daarom erg belangrijk dat de behandeling vergoed wordt door zorgverzekeraars. “De resultaten die we zien, zijn duidelijk: VR werkt,” zegt Lamberts. “We gaan als vervolgstap onderzoeken of virtuele cognitieve gedragstherapie ook beter of efficiënter werkt dan de reguliere cognitieve gedragstherapie, het huidige onderzoek richtte zich op VR als aanvulling,” vertelt Geraets. “Als aanvulling heeft VR zich nu bewezen als waardevolle behandeling. De volgende fase is dat zorgverzekeraars dit ook als een gedegen behandeling zien, en deze gaan vergoeden.”