Goed verwijzen door huisartsen cruciaal voor hele GGZ.

Op 1 januari veranderde de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Het gros van de patiënten kan nu terecht bij de generalistische basis GGZ. Dankzij de samenwerking tussen huisartsen, praktijkondersteuners en psychologen komt elke patiënt op de juiste plek.

“Twintig tot dertig procent van de mensen met lichte, eenvoudig te behandelen psychische problemen kwam ten onrechte in de tweedelijns geestelijke gezondheidszorg terecht. Dit kwam vooral door onvoldoende aanbod van eerstelijns zorg”, zegt Paul van Rooij, directeur van GGZ Nederland. De tweede lijn is te vergelijken met de medisch specialist in een ziekenhuis. Die zorg is relatief duurder dan zorg in de eerste lijn waar huisartsen de gezondheidspsychologen de scepter zwaaien. Dit moest anders en goedkoper. Een reorganisatie van de GGZ leidde tot een groter en goedkoper aanbod van zorg voor mensen met eenvoudig te behandelen problemen.

Basis

De vernieuwde GGZ bestaat uit twee onderdelen die de oude eerste en tweede lijn vervangen: de algemene, generalistische basis GGZ en de specialistische GGZ. De meeste patiënten komen alleen voor de generalistische basis GGZ in aanmerking. In deze zorgvorm krijgt de patiënt hulp van de huisarts, zijn praktijkondersteuner GGZ of een gezondheidszorg psycholoog. “De generalistische basis GGZ is er vooral voor mensen met psychische klachten of een enkelvoudige psychische ziekte”, zegt Jolanda Muis. Zij is projectleider generalistische basis geestelijke gezondheidszorg bij GGZ Delfland in Delft. Haar collega, klinisch psycholoog Bernadette Rouppe van de Voort vult aan: “Mensen hebben soms psychische klachten zonder dat daar een duidelijke diagnose bij past. Ze zijn bijvoorbeeld somber vanwege een echtscheiding of problemen op het werk. Dan kunnen enkele gesprekken met een praktijkondersteuner GGZ in de huisartsenpraktijk uitkomst bieden. Door erover te praten gaat de druk van de ketel en kan de persoon het weer zelf aan. Komt de praktijkondersteuner er niet uit of vermoedt de huisarts meteen een diagnose als depressie, dan is de patiënt beter af bij een gezondheidszorgpsycholoog.” Muis: “Mensen gaan pas naar de specialistische GGZ als huisarts en psycholoog er niet uit komen, er meerdere psychische ziekten een rol spelen of als er meerdere medicijnen nodig zijn. Ze krijgen dan hulp van klinisch psychologen of psychiaters.”

Structuur

De behandeling in de generalistische basis GGZ verloopt volgens wetenschappelijk bewezen behandelprotocollen. Muis hierover: “Voor de patiënten is dit duidelijk. Ze weten na het eerste gesprek waar ze aan toe zijn. Ze krijgen 5, 8 of 13 gesprekken.” Rouppe van der Voort voegt toe: “We zien dat cliënten de duidelijke structuur fijn vinden. Mensen nemen meer verantwoordelijkheid voor hun behandeling en gaan er zelf mee aan de slag.” Door de gestructureerde aanpak richt de behandeling zich op de klacht waarmee de patiënt komt en niet langer op alle psychische problemen die een psycholoog ontdekt. Rouppe van der Voort: “Stel iemand heeft een kromme pink, dan kan een chirurg die rechtzetten. Dit hoeft niet; de persoon kan wellicht goed leven met de kromme pink zonder er last van te hebben. Hetzelfde geldt in de GGZ. Stel iemand komt met een depressie en tijdens de behandeling zie je ook een gedragsafwijking. De persoon en zijn omgeving hebben er echter geen last van en de afwijking is niet de oorzaak van de depressie. Dan hoef je de gedragsafwijking niet te behandelen. Door dit te respecteren voorkom je een onnodig lang behandeltraject en richt je je alleen op het oplossen van de klacht.”

Grote veranderingen

De herinrichting van de zorg brengt grote veranderingen met zich mee waar iedereen aan moet wennen. Van Rooij: “Gaan de huisartsen op de goede manier doorverwijzen? Het risico bestaat dat ze mensen met klachten die in de specialistische GGZ thuishoren eerst in de basis GGZ behandelen. Uiteindelijk komen ze wel bij de specialistische GGZ en krijgen dus twee behandelingen. Dat zal natuurlijk gebeuren, maar dat mag niet te veel zijn, want dan wordt de zorg weer te duur.”

Om verkeerde verwijzingen te voorkomen gebruikt de huisarts strakke verwijsschema’s. Muis: “De eerste maanden zochten de huisartsen naar de juiste weg. Voor sommigen voelden de schema’s als een bureaucratisch geheel. Inmiddels heeft iedereen door hoe hij de lijstjes als hulpmiddel kan gebruiken om de juiste plek voor de patiënt te vinden. Bovendien kan de huisarts altijd een psycholoog of psychiater in consult vragen als hij twijfelt aan de juiste diagnose en zorg.” Ook de GGZ-instelling van Muis en Rouppe van der Voort kampte met kinderziekten. De organisatie brengt zijn generalistische basis GGZ onder in gr1pp. Dit was voorheen de organisatie voor eerstelijns GGZ. Muis: “Hoewel we verwachten dat het totaal aantal patiënten in de GGZ gelijk blijft, weten we nog niet welk deel van de mensen van de generalistische basis GGZ gebruik gaat maken. We zijn niet zeker of er genoeg psychologen bij gr1pp werken. Mocht de toestroom van cliënten te groot worden dan kunnen we snel extra psychologen vanuit onze GGZ-instelling overhevelen naar gr1pp zodat de wachtlijst niet langer dan de afgesproken drie weken kan worden.”

Goede basis

De introductie van de basis GGZ zal niet tot tientallen miljoenen besparingen leiden. Van Rooij: “De zorg in de basis GGZ was voorheen ook al de goedkoopste zorg binnen de GGZ die nu iets goedkoper wordt. Belangrijker is dat reorganisatie aan de basis gevolgen heeft voor de hele GGZ. Als het straks in de basis niet goed blijkt te gaan dan betalen we daarvoor in de rest van de keten.”

De grote vraag bij een uitgebreide herinrichting van de zorg is: blijft de kwaliteit van zorg op zijn minst bewaard? Volgens Muis is dit geen probleem mits iedereen voldoende gekwalificeerd personeel inzet: “We adviseren huisartsen daarom om als praktijkondersteuner een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige aan te stellen. Bij gr1pp werken gezondheidszorgpsychologen omdat deze vanuit hun opleiding prima in staat zijn om mensen met enkelvoudige psychische problemen te helpen.”

In de toekomst zal volgens Van Rooij de zorg in de generalistische basis GGZ steeds verder professionaliseren: “We zullen de zorgketens logischer en herkenbaarder maken zodat de patiënt beter begrijpt waarom hij zorg op een bepaalde plek krijgt. Ook de standaarden en richtlijnen over de zorg zullen we steeds verder ontwikkelen.” De directeur van GGZ-Nederland heeft ook een waarschuwing voor de toekomst: “De generalistische basis GGZ en de specialistische GGZ mogen geen losse eenheden worden. Dan ontstaat een verwijscircus waarin we mensen heen en weer verwijzen en waarin we niet meer van elkaar leren. Dat zou zonde zijn.”