Nieuwe methodieken zorgen ervoor dat preciezer vastgesteld kan worden of prostaatkanker echt zo schadelijk is dat behandeling noodzakelijk is. Uit recent onderzoek blijkt dat een ‘precisie’ MRI-scan en een nieuwe biomarker-test (een test om de aanwezigheid of de ernst van de ziektetoestand te meten) veelbelovend zijn als het gaat om het vroegtijdig vaststellen van agressieve, kwaadaardige tumoren in de prostaat.

Jaarlijks krijgen ongeveer 12.000 mannen in Nederland prostaatkanker. Ongeveer drieduizend mannen per jaar sterven eraan. Echter hoeven lang niet alle vormen van prostaatkanker behandeld te worden omdat ze niet gevaarlijk zijn.

Onnodige testen bij ongevaarlijke vorm prostaatkanker

Als mannen met klachten bij de huisarts komen, meet deze of de PSA-waarde is verhoogd. PSA is een eiwit dat kán wijzen op prostaatkanker, maar in driekwart van de gevallen is er geen sprake van kanker of gaat het om een trage, ongevaarlijke vorm. Als er sprake is van een verhoogd PSA, ondergaan de meeste mannen een biopt (het wegnemen van een klein stukje weefsel) voor verder onderzoek. In heel veel gevallen is dat onnodig vertelt Jack Schalken, hoogleraar aan het Radboudumc. Grofweg kun je stellen dat bij twee derde van de mannen geen kanker wordt aangetroffen. Bij de groep waar wel sprake is van kanker, hoeft veertig procent niet behandeld te worden.

De wetenschap zoekt naar efficiëntere methodes om in een vroeg stadium vast te kunnen stellen of het gaat om een agressieve vorm van prostaatkanker. Dat bespaart de samenleving kosten en is minder belastend: de patiënten hoeven geen pijnlijke biopten te ondergaan waarbij bovendien ook het gevaar voor infecties bestaat.

Onderzoek nieuwe technieken biopten

Maroeska Rovers, hoogleraar evidence-based surgery aan het Radboudumc, doet onderzoek naar de potentiele meerwaarde van nieuwe technieken. Zo onderzocht ze middels een modelstudie de meerwaarde van twee methodes die in een vroegtijdig stadium de aanwezigheid van agressieve vormen van prostaatkanker kunnen vaststellen. Ze onderzocht de Multi Paramitrische MRI, waarbij op basis van een MRI-beeld gericht een biopt genomen kan worden. De tweede methode die Rovers onderzocht was een nieuwe biomarker-test. Bekeken werd of deze twee methodes onnodige biopten (bij patiënten zonder kanker of bij patiënten met niet-agressieve tumoren) zou kunnen voorkomen.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat de beide technieken potentieel meerwaarde hebben: “Beide testen lijken de kwaliteit van leven te kunnen verbeteren terwijl het niet meer kost, in het geval van de MRI-scan, en zelfs kosten lijkt te besparen in het geval van de biomarkertest.” De nieuwe biomarker-test gaat volgens Rovers mogelijk gemiddeld 128 euro per patiënt besparen. Bij een gemiddeld jaarlijks aantal van 17.177 mannen betekent dat een besparing van 2,2 miljoen euro.

Standaardisatie biomarker-testen

Schalken constateert dat het gebruik van de biomarker-testen nog geen standaard is. “De geneeskunde is vrij conservatief, en dan zeg ik het nog aardig.” Als het aan hem ligt worden de biomarker-testen standaard ingezet, maar daarvoor moet ook de financiering met de zorgverzekeraars nog geregeld worden. Als iemand nu om deze test vraagt zal de uroloog regelmatig tegenstribbelen, stelt Schalken. Deze testen zijn nog niet verwerkt in het standaard betalingssysteem. “Urologen kunnen hem wel gebruiken en ook betalen omdat ze op het totale budget minder geld kwijt zijn aan het afnemen van biopten, maar we moeten het nog netjes regelen in de betalingssystematiek.”

Schalken pleit voor verder onderzoek, vooral om te bewerkstellingen dat mannen straks niet meer naar het ziekenhuis hoeven voor het afnemen van deze biomarker-test maar dat ze ook in de huisartsenpraktijk voor handen zijn. Daarmee kan volgens hem een enorme winst behaald worden.