Leptine: functies en aandoeningen
Het hormoon leptine speelt een belangrijke rol in de energiehuishouding en het metabolisme van het lichaam. Wanneer er verstoringen zijn in het leptinegehalte heeft dat consequenties door het hele lichaam heen, ook bij kinderen. In dit artikel wordt besproken welke functies leptine heeft, welke verstoringen er kunnen optreden en wat mogelijke oorzaken zijn (zoals lipodystrofie).
Functies van leptine
Energiebalans
De belangrijkste functie van leptine is het reguleren van de energiebalans, oftewel de balans tussen de voedselinname en het energieverbruik in het lichaam op de lange termijn.1,2 Leptine wordt namelijk geproduceerd door wit vetweefsel en vormt een indicator voor de energiereserves in dit weefsel.3 Leptine werkt vooral in de hypothalamus, een gebied diep in de hersenen dat o.a. honger en verzadiging regelt. Daar stimuleert het stoffen die een vol gevoel geven en remt het stoffen die juist honger aanwakkeren en het lichaam minder energie laten verbruiken.1,3,4 Daarnaast remt leptine de voedselinname via de hersenstam en het mesolimbische dopaminesysteem, ook wel bekend als het beloningssysteem van de hersenen.3 Vice versa leidt een afname aan vetweefsel en energiereserves tot een verlaagd leptinegehalte, wat honger, een verhoogde voedselinname, en een verlaagd energieverbruik veroorzaakt.1,3

Metabolisme, hormoonregulatie, immuunsysteem en voortplanting
Leptine is een hormoon dat niet alleen helpt bij het reguleren van de eetlust en het lichaamsgewicht, maar heeft ook invloed op het metabolisme van suikers, vetten en botten. Het werkt deels via de hersenen, die signalen geven om de stofwisseling aan te sturen en deels rechtstreeks in verschillende delen van het lichaam, zoals de spieren, lever, alvleesklier, vetweefsel en botten.3 Ook beïnvloedt leptine via onder meer de hypothalamus en hypofyse (de hormooncentrale van de hersenen) de regulatie van verschillende hormonen, waaronder bepaalde geslachtshormonen (testosteron en luteïniserend hormoon), groeihormoon en schildklierhormonen.3,5 Daarnaast speelt leptine ook een rol in het immuunsysteem, onder meer door het stimuleren van de aanmaak van pro-inflammatoire cytokines (ontstekingsbevorderende eiwitten). Een toename van leptine wordt ook geassocieerd met een verhoogde kans op het ontwikkelen van auto-immuunziekten.3 Ten slotte heeft leptine een faciliterende rol bij de start van de puberteitsontwikkeling (door te signaleren dat er voldoende vetweefsel en daarmee energiereserves zijn voor ontwikkeling), en is een gezond leptinegehalte noodzakelijk voor voortplanting: een verlaagd of verhoogd gehalte versterkt de kans op onvruchtbaarheid.3,5
Hyperleptinemie
Bij overgewicht is het wit vetweefsel sterk toegenomen en daarmee het leptinegehalte. Bij extreem obese kinderen is het leptinegehalte gemiddeld zeven keer hoger dan bij kinderen met normaal gewicht.6 Een minder voorkomende oorzaak van hyperleptinemie is het gebruik van insuline, of bepaalde medicijnen, zoals glucocorticoïden.7
Hyperleptinemie wordt geassocieerd met leptineresistentie, waarbij leptine niet langer een gevoel van verzadiging geeft.1-4 Dit is te zien bij obese personen die hongerig blijven ondanks een vergrote voedselinname. Hyperleptinemie wordt ook geassocieerd met onder meer hart- en vaatziekten, metabool syndroom en diabetes mellitus type 2.6,8
Hypoleptinemie
Naast een pathologisch verhoogd leptinegehalte, kan er ook een pathologisch verlaagd leptinegehalte zijn, doordat het lichaam onvoldoende leptine aanmaakt. Oorzaken van hypoleptinemie zijn:
- Anorexia nervosa,9 waarbij er weinig tot geen vetweefsel aanwezig is
- Aangeboren leptinedeficiëntie,1,2,10 waarbij er geen leptine wordt aangemaakt door een genmutatie
- Lipodystrofie,11 waarbij het onderhuids vetweefsel geheel of gedeeltelijk ontbreekt, en als gevolg onvoldoende leptine produceert
Aangeboren leptinedeficiëntie en lipodystrofie zijn zeer zeldzame aandoeningen10,11 en ongeveer 4% van de vrouwen en 0,3% van de mannen ontwikkelt in hun leven anorexia nervosa.12 Hypoleptinemie komt dan ook veel minder voor dan hyperleptinemie en kan hierdoor onderbelicht blijven.
Lipodystrofie
Lipodystrofie is een groep zeldzame aandoeningen waarbij het onderhuidse vetweefsel geheel of gedeeltelijk ontbreekt en kan vanaf de geboorte aanwezig zijn (aangeboren) of op latere leeftijd ontstaan (verworven).11
Omdat onderhuids vet normaal gesproken het hormoon leptine aanmaakt, hebben mensen met lipodystrofie vaak lage leptinespiegels. Bij een tekort aan leptine ontstaat daarom vaak een voortdurend en sterk hongergevoel, wat kan leiden tot een verhoogde voedselinname. Bij sommige mensen met partiële vormen van lipodystrofie kan het leptinegehalte echter nog normaal zijn.11
Wanneer onderhuids vet ontbreekt, kan het lichaam vet niet op de gebruikelijke manier opslaan. Daardoor gaat vet zich ophopen op onnatuurlijke plekken, zoals in het bloed, de spieren en organen zoals de lever. Dit noemt men ectopische vetopstapeling. Mensen bij wie vrijwel al het onderhuidse vet ontbreekt, anders gegeneraliseerde lipodystrofie genoemd, zien er vaak zeer mager en gespierd uit, met duidelijk zichtbare bloedvaten.11
Bij mensen met partiële lipodystrofie gebeurt iets vergelijkbaars: ook daar stapelt vet zich op in organen en spieren, maar daarnaast kan vet zich juist extra ophopen op lichaamsdelen waar nog wel vetcellen aanwezig zijn. Dit leidt tot een lichaamsbeeld waarbij sommige delen van het lichaam slank en gespierd zijn, terwijl andere delen juist meer vet bevatten.11
Een verhoogde hoeveelheid vet in het bloed kan leiden tot vetophoping in organen, vooral in de lever. Dit kan achtereenvolgens leiden tot steatose (leververvetting), leverfibrose (littekenvorming in de lever) en uiteindelijk levercirrose (onherstelbare leverschade). Vooral bij kinderen kan hepatomegalie, oftewel een vergrote lever, zichtbaar zijn als een bolle buik, soms al vanaf jonge leeftijd.11
De opstapeling van vet op verkeerde plaatsen kan daarnaast ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid. Zo kunnen mensen met lipodystrofie last krijgen van insulineresistentie en (ernstige) diabetes mellitus, vaak met hoge insulinespiegels. Dit kan leiden tot complicaties aan onder andere de kleine bloedvaten, nieren en ogen. Ook komen verhoogde vetwaarden in het bloed, hart‑ en vaatziekten, een verzwakt immuunsysteem met terugkerende infecties, pijn en vermoeidheid, en een vertraagde puberteit of infertiliteit regelmatig voor.11
Lipodystrofie kan worden overwogen in het geval van een combinatie van de volgende kenmerken:
- Insulineresistentie, hypertriglyceridemie en mogelijk leversteatose
- De typische uiterlijke kenmerken
- Een constant en sterk hongergevoel
Als er van deze symptomen sprake is, lees dan verder op deze pagina en leg eventueel contact met een lipodystrofie-expert van het expertisecentrum
Bronnen
- Dornbush, S., & Aeddula, N.R. (2023). Physiology, Leptin. In StatPearls [Internet]. StatPearls Publishing. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK537038/
- Cleveland Clinic (2026). Leptin: What It Is, Function, Levels & Leptin Resistance. http://my.clevelandclinic.org/health/body/22446-leptin
- Park, H. K., & Ahima, R. S. (2015). Physiology of leptin: energy homeostasis, neuroendocrine function and metabolism. Metabolism, 64(1), 24-34. http://doi.org/10.1016/j.metabol.2014.08.004
- Vijayashankar, U., Ramashetty, R., Rajeshekara, M., Vishwanath, N., Yadav, A. K., Prashant, A., & Lokeshwaraiah, R. (2024). Leptin and ghrelin dynamics: unraveling their influence on food intake, energy balance, and the pathophysiology of type 2 diabetes mellitus. Journal of Diabetes & Metabolic Disorders, 23(1), 427-440. http://doi.org/10.1007/s40200-024-01418-2
- Childs, G. V., Odle, A. K., MacNicol, M. C., & MacNicol, A. M. (2021). The importance of leptin to reproduction. Endocrinology, 162(2), 1-18. http://doi.org/10.1210/endocr/bqaa204
- Kelly, A. S., Metzig, A. M., Schwarzenberg, S. J., Norris, A. L., Fox, C. K., & Steinberger, J. (2012). Hyperleptinemia and hypoadiponectinemia in extreme pediatric obesity. Metabolic syndrome and related disorders, 10(2), 123-127. http://doi.org/10.1089/met.2011.0086
- Lewandowski, K., Randeva, H. S., O’Callaghan, C. J., Horn, R., Medley, G. F., Hillhouse, E. W., Brabant, G., & O’Hare, P. (2001). Effects of insulin and glucocorticoids on the leptin system are mediated through free leptin. Clinical endocrinology, 54(4), 533-539. https://doi.org/10.1046/j.1365-2265.2001.01243.x
- Bochar, O. M., Sklyarova, H. Y., Abrahamovych, K. Y., Hromnats’ ka, N. M., Bochar, V. T., & Sklyarov, E. Y. (2021). Metabolic syndrome, overweight, hyperleptinemia in children and adults. Wiadomosci Lekarskie, 74(2), 313-316. http://doi.org/10.36740/wlek202102126
- Monteleone, P., Di Lieto, A., Tortorella, A., Longobardi, N., & Maj, M. (2000). Circulating leptin in patients with anorexia nervosa, bulimia nervosa or binge-eating disorder: relationship to body weight, eating patterns, psychopathology and endocrine changes. Psychiatry research, 94(2), 121-129. http://doi.org/10.1016/S0165-1781(00)00144-X
- National Organization for Rare Disorders (2025). Congential Leptin Deficiency – Symptoms, Causes, Treatment. http://rarediseases.org/rare-diseases/congenital-leptin-deficiency/
- Akinci, B., Gular, M. C., & Oral, E. A. (2024). Lipodystrophy Syndromes: Presentation and Treatment. In Endotext [Internet]. Endotext. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/books/NBK513130/
- Van Eeden, A. E., Van Hoeken, D., & Hoek, H. W. (2021). Incidence, prevalence and mortality of anorexia nervosa and bulimia nervosa. Current opinion in psychiatry, 34(6), 515-524. http://doi.org/10.1097/YCO.0000000000000739
Dit artikel is financieel mogelijk gemaakt door Chiesi Rare Diseases en inhoudelijk onafhankelijk tot stand gekomen. 20604 – MRT 2026
Reactie
Geen reacties!
U kunt de eerste opmerking plaatsen.

Plaats een opmerking