Ouderbegeleiding ging lange tijd vooral over het overbrengen van pedagogische opvoedtips. Die aanpak voldoet volgens experts niet meer aan de noden van nu.

Ouder zijn gaat over het opvoeden van je kind. Maar de vraag die steeds vaker gesteld wordt in de hulpverlening: kan een kind wel goed worden opgevoed wanneer ouders hun eigen leven niet op orde hebben? Carolien Gravesteijn, lector Ouderschap en ouderbegeleiding aan de Hogeschool van Leiden, pleit voor een oudergerichte aanpak binnen de jeugd- en gezinsondersteuning, met meer nadruk op de ouder als ervaringsdeskundige. Haar lectoraat richt zich op preventie, het versterken van ouders. Gravesteijn: “Ouderschap is veel meer is dan opvoeden alleen. Ouderschap is ook: financiële verantwoordelijkheid dragen, een evenwicht vinden tussen werk en zorg. Allemaal zaken die soms best ingewikkeld zijn en die ook invloed hebben op de manier waarop ouders kunnen zorgen voor hun kinderen.”

De ouder als ervaringsdeskundige

Hoe communiceer ik? Hoe ga ik relaties aan met anderen? Wat is mijn zelfbeeld? Kan ik om hulp vragen? Als hulpverleners goede ondersteuning willen bieden, moeten ze volgens Gravesteijn kijken naar de ouder in zijn/haar totaliteit als mens. Heeft men de algemene levensvaardigheden wel onder de knie? Goede zorg voor ouders, zodat ze lekker in hun vel zitten, is vaak een voorwaarde voor een goede zorg voor kinderen. Deze omslag in het denken over ouderondersteuning betekent ook dat professionals de ouder meer gaan zien als ervaringsdeskundige. Om inzicht te krijgen in de opvoed-ervaringen van ouders zelf onderzoekt Gravesteijn vanuit haar lectoraat al vier jaar op rij wat ouders zelf zien als belangrijke peilers voor de manier waarop zij hun kind opvoeden. Haar onderzoek monitort zeshonderd ouders. Gravesteijn: “Welke ondersteuning en levensvaardigheden hebben zij nodig op de ouderlijke werkvloer? Een goede partnerrelatie blijkt bijvoorbeeld heel belangrijk in de eigen ervaring van goed ouderschap.”

Kwetsbare ouders – eigen regie

Het is voor hulpverleners niet altijd gemakkelijk om echt in contact te komen met kwetsbare ouders. Ouders vinden al snel dat ze het niet goed doen. Complicerende factor is ook dat ouders die het zwaar hebben soms moeilijk te bereiken zijn. Gravesteijn: “Achter moeilijk gedrag van ouders schuilt vaak ook schaamte en schuldgevoel. Wanneer hulpverleners deze schuldschaamtedynamiek uit het oog verliezen, bestaat het risico om het contact met ouders kwijt te raken.” De beste aanpak blijkt steeds meer: geen beschuldigend vingertje, maar een ‘oudergericht’ gesprek. Ouders moeten ook meer zelf de regie krijgen over de ondersteuning die ze nodig hebben en zich gesteund voelen – niet onderuitgehaald. De moderne professional staat naast de ouder in plaats van tegenover. Dat betekent ook dat hulpverleners zichzelf nog meer bewust moeten zijn van hun eigen persoonlijke aannamen over de hulpvrager – aannamen die soms wel maar vaak ook niet kloppen.

Transitie jeugdzorg

In de context van de transitie in de jeugdzorg wordt van ouders en gezinnen steeds vaker gevraagd om hun eigen netwerk in te zetten. Een nieuwe manier van kijken naar ouderbegeleiding sluit aan op het idee om mensen meer ‘in hun eigen kracht te zetten’. Gravesteijn ziet wel degelijk de mogelijkheden die het denken vanuit ‘eigen kracht’ biedt voor ouders en kinderen – al wordt er volgens haar nog te weinig gepraat over hoe dit concreet vormgegeven moet worden: “Onze sector worstelt de laatste jaren flink met organisatorische en financiële uitdagingen. Maar we zouden de verandering ook kunnen gebruiken als aanleiding om ouders meer te betrekken bij de oplossingen die ze uiteindelijk zelf vorm moeten geven.”