Heleen (56) beschrijft openhartig haar burn-out én het pad naar herstel. “Schaam je niet om hulp te zoeken!”

Wat waren je eerste klachten?

“Het ging geleidelijk in de loop van de jaren, waarbij het de laatste 1,5 jaar in een stroomversnelling raakte. Ik ben een enthousiast persoon die heel graag dingen oppakt en veel leuk vindt. Als er mensen worden gezocht voor een werktaak dan roep ik al snel “ja”. En hebben mensen in de privésfeer hulp nodig, dan sta ik ook graag klaar.

Zorgen zit in mijn karakter en ik heb daarom waarschijnlijk ook op jonge leeftijd een zorgberoep gekozen. In 2012 heb ik een overstap gemaakt naar een leidinggevende functie in de zorg, naast mijn werk als ondernemingsraadslid. Toen heb ik ook nog een opleiding gevolgd waarbij ik de lat heel hoog legde, net zoals in mijn werk: het moet perfect zijn of anders niet.

Op een gegeven moment vroeg een manager mij om nog een locatie erbij te nemen als leidinggevende. En uiteraard zei ik ja. Dat was eigenlijk een moment dat de burn-out zich echt ging aftekenen en ik zelf het gevoel kreeg dat ik de grip kwijt raakte.”

Hoe lang duurde de aanloop en wanneer werd het je te veel?

“Ik begon met slechter slapen. Ook werd ik prikkelbaar, vergeetachtig, minder geconcentreerd en kon ik slechter mensen en geluiden verdragen. Ik zag iedere vraag of verzoek vanuit mijn omgeving als aanslag op mijn zijn. Bij to-dolijstjes kreeg ik het benauwd en ontstond de neiging me terug te trekken. Een overprikkeling van geluid zoals het carillon van de vlakbij gelegen kerk kon de irritatie hoog doen oplopen. Ik ging steeds meer mensen mijden. Naast overprikkeling en de totale uitputting waren er depressieve klachten, waar zelfs ik van schrok. Ik kreeg gedachten die ik niet wilde hebben. Het liefst lag ik de hele dag in bed of op de bank.

Toen een schoonzoon vorig jaar kanker kreeg en – na zijn behandeling en herstel – zijn vrouw dezelfde ziekte trof waren dit heftige en ingrijpende gebeurtenissen. Naast de praktische zorg was er het emotionele aspect. Op dat moment ging ik in de zorgmodus en werd de eigen tijd steeds meer weggelaten. Op het werk ging ook alles gewoon door en door tijdgebrek begon ik ook steeds meer ‘s avonds thuis te werken.

En dan komt uiteindelijk de laatste druppel van een volle emmer.”

Hoe verliep de behandeling?

“Na een bezoek aan de huisarts was het advies duidelijk: maak een weekprogramma met een verdeling tussen verplichtingen en dagelijkse vrije tijd. Maar stop per direct met wat overbelasting heeft veroorzaakt, het werken. Aanmelding bij een psycholoog volgde. De wachttijd voor de psycholoog was gelukkig kort; er zaten vier weken tussen de aanmelding en het intakegesprek.

Om de behandeling aan te gaan, moest ik heel wat weerstand overwinnen. Hulp vragen komt eigenlijk niet in mijn woordenboek voor. Ik zag het als een enorme nederlaag: het gezichtsverlies door de burn-out, maar ook het feit dat ik hulp nodig heb van een professional. Toch was het besef daar dat ik er niet zelf uit kon komen. Ik vond zodoende weer een weg uit de verwarring van de burn-out.”

Wat was de impact van de burn-out op het dagelijkse leven?

“Ik was totaal uitgeput dus alles wat ik deed, kostte veel moeite. Overdag sliep ik veel en verder wachtte ik gewoon tot de dag voorbijging. Mijn relatie met anderen werd er niet beter op, omdat ik geneigd was me enorm terug te trekken in mijn eigen wereld.

Langzaamaan begon ik met het maken van een dagindeling: hoe laat sta ik op, welke tijd heb ik nodig voor ontbijt, dagelijkse verzorging enzovoorts. En bewegen, naar buiten, wandelen, fietsen, gewoon om weer structuur te krijgen in de dag. En dat hielp! Slapen overdag was er niet meer bij: rusten mag maar de slaap is voor s ’nachts. En vooral, stoppen met een overmaat aan koffie. Ik dacht namelijk dat ik het vol kon houden door steeds meer koffie te drinken. Dit dagprogramma breidde zich uit naar ook weer sociale contacten opbouwen en mijn hobby’s oppakken.

Ik kreeg de opdracht om een lijstje te maken van wat ik ooit leuk vond of deed. Toen schrok ik wat ik allemaal heb losgelaten de laatste jaren. En natuurlijk bracht ik met de psycholoog valkuilen in beeld: de drang tot perfectie en de hoge lat. Hiermee om leren gaan valt niet mee, zeker als je, gezien mijn leeftijd, al lang in deze patronen zit.

Daarnaast, het “nee” leren zeggen en mezelf op de eerste plaats zetten: wat kan ik aan? En wat wil ik eigenlijk zelf? Maar vooral ook het luisteren naar de signalen van je lichaam en geest, want die heb ik stelselmatig genegeerd.

De impact van het niet meer werken is heel groot. Ik voelde me helemaal op een zijspoor gezet doordat ik niet meer kon werken. Alles waar ik mijn zekerheden op bouwde is weg. Het is zwaar dit te accepteren omdat het voelt als falen en gezichtsverlies. Beetje bij beetje ontstond echter het gevoel dat het is zoals het is en dat het helemaal niet erg is om toe te geven dat ik het op deze manier niet meer kan. Hierbij heb ik veel steun gehad van mijn werkgever en bedrijfsarts. Op een gegeven moment heb ik het werken weer opgepakt, niet mijn eigen werk, maar wat kantoorwerk om zo langzaam weer in het proces te komen. Dit is heel goed geweest want door te lang thuis te zijn raakte ik teveel vervreemd van mijn werk en wordt de stap terug steeds moeilijker.”

Hoe voorkom je een terugval?

“Met de psycholoog heb ik een preventieplan gemaakt. Hoe herken ik een terugval, wat zijn signalen en wat ga ik doen als die signalen krijg? Daarbij is het advies: zoek mensen in de omgeving die me kunnen helpen. Thuis is dat mijn man, maar ook in het werk een collega. Niet dat ik mezelf onder curatele moet stellen maar gewoon mensen die mij kunnen ondersteunen en terugfluiten als ik over grenzen heen dreig te gaan. Ook dat is niet erg: iedereen zou zo’n maatje moeten hebben. Want een burn-out kan iedereen overkomen. Risicofactoren zijn als je zelf niet duidelijk aangeeft waar je grenzen liggen.

Door therapie verander je zelf. Door het anders inrichten van je leven en het leren kennen van je grenzen zorgt de burn-out ervoor dat je toch een ander mens wordt in een bepaald opzicht. Je omgeving moet er aan wennen dat je niet meer de oude persoon bent, ook binnen het werk. Dezelfde collega komt terug maar wel met ander gedrag.”

Hoe staat je kwaliteit van leven er nu voor?

“Goed! Na ruim 5 maanden heb ik mijn eigen werk stukje bij beetje weer opgepakt. Het voelt fijn om weer terug te zijn in het arbeidsproces. Maar wel met grenzen: wat kan ik op dit moment aan? Dus dingen die nog “op de plank” lagen, zijn even geparkeerd. Eerlijkheidshalve valt dat niet echt mee. Het zijn ook onderwerpen waar mijn hart ligt en die ik heel graag zelf zou doen.

Ik kan de scheiding tussen werk en privé tijd beter bewaken en ben eerlijk naar mijn omgeving toe.
Daar zit mijn grootste winst: ik heb geleerd dat het niet erg is om de omgeving te laten weten dat ik grenzen heb en dat ik niet de alleskunner ben die altijd gepretendeerd heb te zijn. Misschien word ik hierdoor wel een fijner mens. Want altijd maar de indruk wekken dat je alles kunt en niks te veel is, is voor de ander helemaal niet leuk.

Mijn energielevel is nog niet optimaal en moet wel op tijd mijn rust nemen. Het is soms ook wennen aan mijn “andere ik” want ik realiseer me goed dat ik me bewust moet blijven van mijn valkuilen en dat er altijd “zwakke plekken” blijven. Uiteindelijk moet ik het wel zelf doen en er ook achter staan. En dat is een doorlopend proces.”

Wat wens je mee te geven aan mensen die zich overwerkt voelen?

“Schaam je niet om hulp te zoeken! Een burn-out kan iedereen treffen. Hoog- of laagopgeleid, welk beroep dan ook, de verschijnselen zijn hetzelfde. Het zijn vaak mensen die perfectionistisch zijn en een groot eisenpakket hebben voor zichzelf; die vaak niet zo goed zijn in voor zichzelf zorgen. En voor wie de emmer al langere tijd te vol is. Het gevoel van falen is niet terecht namelijk. Je hebt je uiterste best gedaan om veel ballen in de lucht te houden maar dat gaat niet. Een mens is niet gebouwd op voortdurend jongleren.

De oplossing begint met het erkennen van het probleem.”