Peter (25) heeft Obsessive Compulsive Disorder (OCD), ook wel een dwangstoornis genoemd. Voor Peter betekent dit dat hij dwanggedachten heeft, vaak agressief van aard of seksueel getint. Hij heeft tegenwoordig ook veel zelfmoordgedachten. “Dan denk ik: Peter je hoort hier niet, je moet jezelf doodmaken.”

Wat waren je eerste klachten?

“Ik kan me niet meer herinneren wanneer de dwanggedachtes bij mij begonnen. Wel weet ik dat het zich bij mij zo’n 8 jaar geleden openbaarde. Ik had er hiervoor ook al last van maar wist simpelweg niet wat het was, nu kan ik het een naam geven. Ik had veel agressieve en seksuele gedachten. Zo visualiseerde ik bijvoorbeeld hoe ik mensen sloeg, vermoordde, verminkte en de keel doorsneed. Het is enorm vervelend want ik herken mezelf niet in deze gedachtes, ze maken me verdrietig. Seksuele dwanggedachtes zorgen ervoor dat ik me bijvoorbeeld niet kan concentreren op een gesprek met iemand. Ik ga dan visualiseren dat ik met diegene naar bed ga. Ook heb ik OPS (ontwijkende persoonlijkheidsstoornis), hierdoor voel ik me constant minderwaardig ten overstaande van andere mensen. Een andere is altijd beter, ik mag er niet zijn en daardoor komt het regelmatig voor dat ik depressieve trekjes vertoon en zelfmoordgedachten krijg.”

Hoe kwam je erachter dat je OCD hebt?

“Ongeveer een half jaar geleden vertelde ik een familielid, die zelf ook OCD heeft, over mijn gedachten. De symptomen kwamen grotendeels overeen, later werd ik officieel gediagnosticeerd met OCD en OPS. Ik denk dat mijn dwanggedachten zijn voortgekomen uit de fouten die ik heb gemaakt in het verleden, daarvan heb ik een soort trauma opgelopen. Door die impact heb ik stoornissen ontwikkeld.

Daarnaast heb ik nogal een turbulente jeugd gehad, waarin ik op jonge leeftijd al een gevoel van minderwaardigheid had en regelmatig gepest werd, maar zelf ook pestte. Om af te reageren gok ik. Sommige gedachtes zijn zo’n automatisme geworden dat het mij niet eens meer opvalt dat het bij de stoornis hoort. Juist deze gedachten zijn extreem gevaarlijk. Ik merk bijvoorbeeld niet dat ik mezelf in bijna elke situatie onderuit schop, als ik bijvoorbeeld mensen tegenkom op straat.”

Komt OCD ook op een andere manieren bij jou tot uiting?

“Ik ben een ontzettende denker en neem bijna alles in twijfel. In situaties, zoals bijvoorbeeld op het station, gaat het meer over mezelf. Dat ik er niet mag zijn, dat iedereen die me voorbij loopt mij haat en dat ik er maar een einde aan moet maken. Datzelfde heb ik regelmatig in een supermarkt. Daarnaast zijn veel gedachten onbewust, want ik heb een bepaald patroon ontwikkeld waardoor ik ‘normale’ en ‘niet normale’ gedachten niet meer kan onderscheiden. Ook moet ik mijn psycholoog regelmatig vragen of ik nog wel OCD heb, want soms begin ik enorm te twijfelen. En dan gaat juist de OCD in werking: ‘Ik heb geen OCD, maar wat heb ik dan wel? Komt het nog wel goed? Ik ben bijvoorbeeld ook best bang dat de behandeling ineens stopt en ik het alleen moet doen. Dan kan ik me daar in sommige periodes enorm zorgen over maken. Als ik alleen ben, ga ik heel erg malen en dat versterkt mijn OCD. Ook zijn nieuwe situaties voor mij niet goed, ik kan slecht tegen veranderingen.”

Hoe staat OPS in relatie tot OCD?

“Ik denk zelf dat OPS een gevolg is van mijn OCD. Als ik nare gedachten heb, ga ik mezelf onderuit halen en minderwaardig voelen. Het een volgt de ander op. Het heeft er bijvoorbeeld een keer voor gezorgd dat ik een aantal dagen mijn huis niet meer uitkwam. Ik woonde op kamers, kocht aan het begin van de week de boodschappen, deed vervolgens de gordijnen dicht en kwam gewoon niet buiten. Ik durfde niet. Bang voor de oordelen van anderen, ik mocht van mezelf niet onder de mensen komen. Ik mocht bijvoorbeeld ook niet stappen omdat ik te lelijk was ten opzichte van de andere mensen. Daarom ging/ga ik ook niet vaak op stap.”

Hoe ziet een dag met OCD er voor jou uit?

“Op een goede dag heb ik veel afleiding en voel ik mezelf goed. Op die dagen is het net of ik de hele wereld aankan. Ik lach dan veel, maak grappen en voel me gewoon lekker. Helaas zijn deze dagen tegenwoordig sporadisch. Slechte dagen zitten bij mij vol met twijfel, angst en spanning. Zelfmoordgedachten zorgen ervoor dat als ik naar mijn polsen kijk, ik ze zie bloeden. Of dat ik visualiseer dat ik in mezelf snijd. Daarnaast heb ik dan last van rare gedachten over mensen die ik tegenkom. Bijvoorbeeld dat ik ze bijvoorbeeld de keel doorsnijd of dat ze mij beoordelen, dat ik lelijk ben.”

Werkt er iets om de klachten onder controle te houden?

“Ik vind dit heel moeilijk, ik ben namelijk bang dat ik de controle krijg. Dat betekent dat ik grip op de situatie krijg en hoe tegenstrijdig dit ook klinkt: aan de ene kant wil ik dat helemaal niet. Want dan kom ik in een positief gedachtepatroon, wat ik niet ken. Ik ben bang dat ik mezelf dan niet meer ben. Soms ga ik expres dingen doen zodat ik me slecht voel. Want slecht voelen voelt bekend, maar ik vind het ook vervelend want ik wil het niet. Dat maakt me soms erg moe. Wel ben ik veel op de racefiets te vinden en mag ik graag spinnen. Hier haal ik voldoening uit, dat zorgt ervoor dat ik mijn problemen even vergeet. Ook ervaar ik steun uit verschillende hoeken. Zo vind ik steun bij God (al vind ik dat nu even heel lastig), vrienden en mijn psycholoog. Daarnaast maak ik er ook wel grappen over mijn situatie, af en toe moet je het luchtig houden.”

Hoe gaat het nu met je?

“Tegenwoordig gaat het wat minder, ik heb depressieve trekjes. Zelfmoordgedachten voeren de boventoon in mijn leven. Gedachten als: ‘Peter je hoort hier niet. Je moet jezelf doodmaken. Je hebt hier niets meer te zoeken. Niemand mag je, want je bent lelijk’, zijn aan de orde van de dag. In de vakantie ging het goed, want dan hoef ik niks. Nu ik weer werk val ik mijn oude ritme en dat is slecht voor mij. Ik vind het heel lastig om de situatie te overzien.”