Nu de klachten achter haar liggen, is het gemakkelijker om er open over te zijn, vertelt Irma Bouman (44). “Als je last hebt van ontlastingsincontinentie, schaam je je er toch voor.”

Hoe ontstond de ontlastingsincontinentie?

Ze heeft twee dochters van twaalf en vijf jaar. Haar bekkenbodemklachten begonnen na de geboorte van haar oudste, een flinke baby van ruim vier kilo die met een voorhoofdsligging door het geboortekanaal ging. Irma kreeg een knip en scheurde uit. Dit herstelde grotendeels, maar door een te gespannen kringspier bleef ze last houden van pijnlijke scheurtjes rond de anus, waardoor ze slecht kon zitten. Pas na ruim twee jaar besloot ze met deze klachten naar de huisarts te gaan. “Achteraf gezien stom dat ik zo lang gewacht heb, maar ik moest eerst iets overwinnen en me echt realiseren: dit gaat niet vanzelf over.” Ze kreeg zalfjes om de kringspier te helpen ontspannen, eerst van de huisarts en vervolgens via het ziekenhuis. Toen dit niet hielp, volgden botoxinjecties. Ook dit hielp niet, net zomin als fysiotherapie voor de bekkenbodemspieren. Ondertussen kreeg ze last van aambeien en moest ze hieraan geopereerd worden. Daarna volgde een operatie waarbij de kringspier werd ingesneden. Dit had niet het gewenste resultaat. Toen deze operatie herhaald werd, ging het mis. Vooraf was haar verteld dat er een risico op incontinentie was en dat gebeurde helaas ook.

Schone kleren

Vervolgens kon ze zeven jaar haar ontlasting niet meer ophouden. Op de meest vervelende momenten ging het mis, zoals in de auto op weg naar huis van haar werk. Irma bleef drie dagen per week werken als IT’er op een kantoor. Vaak was ze bang dat collega’s of andere mensen iets zouden merken. Ook moest ze altijd een setje schone kleren meenemen om zich te kunnen verschonen. Zomaar met haar kinderen naar de bioscoop of een dagje weg, kon ze niet. “Als ik ergens heenging, liep ik constant te scannen waar de wc’s waren. Dat je er altijd mee bezig bent, kost enorm veel energie.” De periode waarin haar jongste dochter zindelijk werd, vond ze confronterend doordat ze zich realiseerde: zij doet nu iets wat ik niet kan. Nadat ze de zorgverzekeraar gebeld had met de vraag ‘wat nu’, verwees die haar door naar een ziekenhuis dat sacrale neuromodulatie (SNM) toepast. Hierbij krijgt een patiënt een neurostimulator geïmplanteerd: een soort pacemakertje dat helpt om onjuiste of ongewenste signalen die via de zenuwbanen naar de sluitspier gaan te corrigeren. Deze techniek kan ook urine-incontinentie verhelpen.

Vertrouwen terug

Irma wilde deze mogelijkheid met beide handen aangrijpen. Eerst kreeg ze een screening of ze ervoor in aanmerking kwam. Dat bleek het geval en begin dit jaar werd ze in twee stappen geopereerd. Stap één was een proefstimulatie. Daarbij kreeg ze een draad richting de rugzenuw en werd de neurostimulator met een grote pleister op haar rug geplakt. Dit om de goede instelling te bepalen en thuis te proberen of het werkte, voordat het apparaatje geïmplanteerd zou worden. “Ik zat met een vriendin aan de telefoon en kreeg aandrang. Normaliter had ik dan naar de wc moeten rennen. Toen ik merkte dat ik het kon ophouden, was dat echt een prachtmoment!” Vervolgens werd tijdens de tweede operatie de neurostimulator in haar bovenbil geplaatst. Voor tijdens de zes weken na de operatie kreeg ze een aantal leefregels mee, zoals niet bukken, tillen en voorzichtig zijn met douchen. Van het apparaatje zelf heeft ze weinig last. Ze heeft alleen een klein littekentje. Wel moet de stimulator over enkele jaren vervangen worden, omdat de huidige batterijen slechts vijf tot zeven jaar meegaan. Ook veroorzaakt de elektrische prikkel een vreemd trillend gevoel in haar kruis. “Ik voel er een soort neurotisch tikkend wekkertje. Gelukkig ben ik daar vrij snel aan gewend geraakt en ben ik me er nu meestal nauwelijks van bewust.” Irma is enorm opgelucht dat ze van haar probleem verlost is. “Ik moest het vertrouwen terugkrijgen dat ik zomaar weg kan, maar nu voel ik me weer een normaal mens. Dat is fantastisch.”