Mevrouw Gon van Zanten (65) heeft hartritmestoornissen. Om te voorkomen dat ze als gevolg daarvan trombose krijgt, gebruikt ze medicijnen. Het meten van de stollingswaarde van het bloed doet ze zelf met een vingerprik. “Het geeft me veel vrijheid en vertrouwen door het zelf te doen. Je kan op ieder moment zelf controleren”, vertelt ze.

Hartritmestoornissen

In 2009 kreeg mevrouw Van Zanten last van hartritmestoornissen en daarmee een vergrote kans op trombose. Ze kreeg medicijnen om te voorkomen dat ze trombose zou krijgen. Om haar bloedwaarden in de gaten te houden prikt ze zelf; met een vingerprik produceert ze een druppel bloed. Met behulp van een zelfmeetapparaat bepaalt ze de stollingswaarde van het bloed en die voert ze op de computer in om te versturen naar de trombosedienst. “Zelf prikken is ideaal, je bent niet afhankelijk van de trombosedienst om langs te gaan of dat er iemand van hen langskomt. Ik heb een cursus gevolgd bij de trombosedienst om het zelf te kunnen doen en toen kon ik zo aan de slag.” Vanaf dag 1 was het dus zelfmeting voor mevrouw Van Zanten. Op de cursus leerde ze hoe zich te prikken en welke handelingen vervolgens uitgevoerd moeten worden. “Je moet dat natuurlijk doorlopen. Moeilijk is het niet.”

INR-waarde

De vrijheid is een groot goed. Maar ook het feit dat het met een simpele vingerprik kan, spreekt haar aan in de methode. “Ik had niet zo’n zin in elke keer een prik in een ader in mijn arm om bloed te krijgen, het geeft bij mij vaak wat problemen. Zo’n vingerprik daarentegen, dat stelt niets voor”, zegt ze. Het prikken gaat volgens een schema van de trombosedienst en is mede afhankelijk van de INR-waarde, een internationale maat voor de stolbaarheid van bloed. Soms prikt ze eens per week, een andere keer maar een keer in de drie weken. Ze kan zelf anticiperen op haar gevoel. Bij twijfel kan ze een keer extra prikken om te weten of de bloedwaarde goed is. Door het prikken ziet mevrouw Van Zanten de INR waarde en het geeft vertrouwen dat dat goed is. Op elk gewenst moment van de dag kan ze zelf prikken. Mocht er wat zijn, dan trekt ze aan de bel bij de trombosedienst.

Gemakkelijk

Op vakantie neemt ze het meetapparaat gewoon mee en bij calamiteiten kan ze altijd terugvallen op de trombosedienst. Om de apparatuur te checken hoeft ze er in principe maar één keer in het half jaar naar toe. Trombose is over het algemeen een aandoening van de ouder wordende mens; zelfmeting vraagt behalve het trucje van zelfprikken ook omgang met de computer. Maar: als je met een afstandsbediening om kunt gaan, dan kun je dit ook, vindt ze. “De nieuwe meter die ik onlangs heb gekregen is nog makkelijker. Ik zou andere mensen echt willen adviseren om die drempel over te gaan.” Zelf twijfelt mevrouw Van Zanten nog over een tweede cursus, die haar de mogelijkheid zou geven om ook de dosis van de medicatie zelf aan te passen. “Het geeft me wel zekerheid dat de trombosedienst een beetje meekijkt”, zegt ze erover.