Incontinentie is voor vele mannen en vrouwen vaak een moeilijk bespreekbaar onderwerp. Er bestaan verschillende soorten urineverlies en de beleving van de kwaal is voor iedere persoon anders. Gelukkig bestaan er voor de meeste mensen behandelingen om urineverlies te verhelpen. In zorginstellingen is het lastig om constant toezicht te houden op de toiletgang van de bewoners en gaat vooral aandacht naar preventie en goed incontinentiemateriaal.

2 soorten incontinentie

“Er zijn twee soorten incontinentie te onderscheiden”, vertelt John Heesakkers, voorzitter van de Werkgroep Functionele en Reconstructieve Urologie van de NVU (Nederlandse Vereniging voor Urologie). Stressincontinentie wordt veroorzaakt door een verhoogde druk op de blaas en een niet goed functionerende sluitspier. Dit komt vaker voor bij vrouwen, om anatomische redenen of als gevolg van zwangerschap en bevalling.

Bij mannen treedt het veelal op na een ingreep ter behandeling van prostaatkanker. De andere vorm is urge incontinentie, ook wel overactieve blaasklachten genoemd. De patiënt moet daarbij heel frequent naar het toilet, dat niet altijd op tijd gehaald wordt. De precieze oorzaak is onbekend, legt Heesakkers uit, maar gedacht wordt aan een aansturingsfout vanuit de hersenen. Dit type komt even veel voor bij mannen en vrouwen en gaat veelal gepaard met neurologische aandoeningen zoals een dwarslaesie of de ziekte van Parkinson.

Ervaring van ongemak bij urineverlies is persoonlijk

Hoe mensen urineverlies ervaren, verschilt sterk per persoon. Zo ook wat iemand acceptabel vindt: neemt hij of zij bijvoorbeeld genoegen met een behandeling die geen 100 procent garantie biedt? Er wordt vaak naar de kwantiteit van urineverlies gekeken, terwijl dat niet altijd maatgevend is voor de hinder die mensen ervaren. In de zorg rondom incontinentie wordt nu steeds meer naar deze persoonlijke ervaring gekeken.

Heesakkers: “Bij vrouwen ontstaat urineverlies veelal geleidelijk. Klachten worden op latere leeftijd langzaam erger en vrouwen denken vaak dat het bij de leeftijd hoort, een fact of life is.” Dat is echter niet het geval, verzekert de uroloog. Mannen daarentegen weten doorgaans precies wanneer de klachten begonnen zijn, omdat die meestal ontstaan na een prostaatoperatie. “Zij vinden het veelal onacceptabel: voor de operatie waren ze ‘droog’ en erna ‘nat’, dus willen ze er zo snel mogelijk vanaf. Je moet kortom goed weten wat de patiënt verwacht van de behandeling.”

Stressincontinentie beter te voorspellen

Behalve de persoonlijke situatie en de levensstijl, bepaalt ook het type incontinentie de mate van ongemak. Stressincontinentie is beter te voorspellen; bepaalde situaties kunnen daarbij vermeden worden. Urge incontinentie is veel lastiger te reguleren; mensen weten nooit wanneer het optreedt.

De keuze voor behandeling wordt in grote mate bepaald door de hinder die wordt ervaren, ziet ook Paul van Houten, specialist ouderengeneeskunde en hoofd medische dienst bij een zorginstelling voor ouderen. “Er is niet één passende oplossing bij incontinentie. Je moet in beeld houden hoe mensen kunnen blijven participeren. Welke activiteiten zijn voor de patiënt belangrijk om te blijven doen? En welke behandeling hoort daarbij?” Vaak hebben de therapieën met de meeste impact ook de meeste bijwerkingen. De afweging of dat het waard is, moet volgens Van Houten altijd samen met de patiënt gemaakt worden.

Behandeling van urge incontinentie en stressincontentie

Heesakkers stelt dat het onderscheid tussen de soorten incontinentie essentieel is voor het soort behandeling. Stressincontinentie kan meestal met een redelijk eenvoudige operatie verholpen worden. Tegen urge incontinentie is medicatie mogelijk, of neuromodulatie; waarbij de zenuwen die naar de blaas lopen en de daarbij behorende gebieden in de hersenen gestimuleerd worden. Dit gebeurt middels een operatie, maar voor de toekomst wordt verwacht dat minder ingrijpende, oppervlakkige stimulatie, mogelijk zal zijn. Een andere gunstige ontwikkeling is het gebruik van Botox in de blaas.

Een omvangrijke patiëntengroep bestaat uit ouderen en gehandicapten, thuiswonend of in een verzorgingsinstelling. Bij hen speelt behalve de genoemde typen incontinentie, vooral ‘functionele’ incontinentie: urineverlies veroorzaakt door beperkingen in de mobiliteit (niet meer zelf naar het toilet kunnen komen) of de cognitie (niet meer weten hóe ze – op tijd – bij het toilet moeten komen).

Op zoek naar een oplossing

Zij zijn erg afhankelijk van anderen voor een oplossing, die vooral wordt gezocht in preventie of het best mogelijke incontinentieverband. Medicatie tegen incontinentie is lastig omdat deze groep vaak veel andere medicijnen gebruikt en een operatie – zeker een neurologische – is voor hen dikwijls te heftig. “Juist deze kwetsbare groep, die zoveel last heeft van incontinentie, wordt niet op maat bediend. En dat zou wel moeten”, aldus Heesakkers.

Volgens Van Houten is de veelvoorkomende incontinentie bij ouderen ook regelmatig een gevolg van verschillende andere aandoeningen en medicijngebruik. “Juist voor deze patiënten is het belang van een tijdige toiletgang heel groot”, zegt hij. Niet alleen levert incontinentie voor henzelf veel stress op, maar dat geldt ook voor hun zorgverleners.

Ouderen wonen langer thuis maar voor thuiszorg is incontinentie haast niet te behandelen, aangezien toiletgang niet te plannen is. Zo komt de zorg rondom incontinentie veelal bij mantelzorgers terecht, die hiervoor niet zijn opgeleid. Zij moeten met materiaal aan de slag dat zij niet goed kennen en hebben veel praktische vragen. Bovendien zorgt de intimiteit van de handelingen voor veel ongemak.

Patiëntenverhaal incontinentie | Mijn Gezondheidsgids

Lees ook het patiëntenverhaal over incontinentie

Toiletbezoek beter plannen

Voor professionele zorgverleners in zorginstellingen geldt vooral de hoge werkdruk als problematisch. De zorg rondom tijdig toiletbezoek en urineverlies kost veel tijd. Veel cliënten hebben hulp nodig, rondom incontinentie maar ook tal van andere onderwerpen. Er is te weinig tijd om voortdurend alert te zijn en dat heeft veel impact op de bewoners, stelt Van Houten. “De combinatie incontinentie en depressie komt dan ook veel voor.”

Bij de functionele incontinentie van veel bewoners van zorginstellingen moet verplegend personeel vooral gericht zijn op timing van de toiletgang en het wegnemen van onnodige incontinentie, stelt Van Houten. Wanneer cliënten niet kunnen aangeven dat zij het toilet nodig hebben, kan het personeel proberen toch signalen op te vangen die hierop duiden. Als een normale toiletgang niet lukt, is goed incontinentieverband belangrijk.

Een ontwikkeling op dit gebied is de komst van moderne soorten verband, die een signaal afgeven aan de verzorgenden wanneer verschoning nodig is. Dit is volgens Van Houten in de gehandicaptenzorg een toevoeging omdat cliënten het doorgaans als onprettig ervaren als er veel aan hun lichaam gezeten worden. In de ouderenzorg zou het juist ingezet kunnen worden om regelmaat te ontwaren en het toiletbezoek beter te plannen om op die manier urineverlies voor te zijn.

Multidisciplinair overleg

Heesakkers benadrukt dat samenwerking tussen huisartsen, specialisten, verpleging, mantelzorgers, en patiëntenverenigingen essentieel is om tot betere oplossingen voor alle patiënten te komen.

Zo komen de behandelaars beter te weten welke zaken voor patiënten het belangrijkst zijn en hoe hun dagelijks leven door het urineverlies wordt beïnvloed. “Daarnaast moeten we met zijn allen begripvol zijn over dit onderwerp, tegenover cliënten maar ook tegenover zorgverleners”, vindt Van Houten. “Er openlijk over praten is stap één. De patiënt laten (mee)beslissen hoe hij of zij geholpen wil worden, de volgende stap.”